HP LaserJet 2420 Bedienungsanleitung

HP Drucker LaserJet 2420

Lesen Sie kostenlos die 📖 deutsche Bedienungsanleitung für HP LaserJet 2420 (258 Seiten) in der Kategorie Drucker. Dieser Bedienungsanleitung war für 6 Personen hilfreich und wurde von 2 Benutzern mit durchschnittlich 4.5 Sternen bewertet

Seite 1/258
gebruik
hp LaserJet 2400 series
HP LaserJet 2400 series-printer
Gebruikershandleiding
Auteursrecht en licentiebepalingen
© 2004 Copyright Hewlett-Packard
Development Company, L.P.
Verveelvuldiging, bewerking en vertaling
zonder voorafgaande schriftelijke
toestemming zijn verboden, behalve zoals
toegestaan door het auteursrecht.
De informatie in dit document kan zonder
kennisgeving worden gewijzigd.
De enige garantie voor producten en
services van HP wordt uiteengezet in de
garantieverklaring die bij dergelijke
producten en services wordt geleverd.
Niets in deze verklaring mag worden
opgevat als een aanvullende garantie. HP
is niet aansprakelijk voor technische of
redactionele fouten of weglatingen in deze
verklaring.
Onderdeelnummer Q5956-90945
Eerste editie, november 2004
Handelsmerken
Adobe
®
en PostScript
®
zijn handelsmerken
van Adobe Systems Incorporated.
Linux is een in de Verenigde Staten
gedeponeerd handelsmerk van Linus
Torvalds.
Microsoft
®
, Windows
®
en Windows NT
®
zijn
in de Verenigde Staten gedeponeerde
handelsmerken van Microsoft Corporation.
UNIX
®
is een gedeponeerd handelsmerk
van The Open Group.
ENERGY STAR
®
en het ENERGY STAR-
logo
®
zijn in de Verenigde Staten
gedeponeerde handelsmerken van het
Environmental Protection Agency (bureau
voor milieubescherming van de overheid
van de V.S.).
HP on line klantenondersteuning
On line Services
24 uur per dag bereikbaar via een modem- of internetverbinding
World Wide Web: bijgewerkte HP-printersoftware, productinformatie en ondersteunende
informatie en printerstuurprogramma's in diverse talen kunt u vinden op www.hp.com/
support/lj2410, http://www.hp.com/support/lj2420, of http://www.hp.com/support/lj2430. (De
site is Engelstalig.)
Hulpprogramma's bij het on line oplossen van problemen
HP Instant Support Professional Edition (ISPE) is een serie op het web gebaseerde
hulpprogramma's voor het oplossen van problemen bij bureaubladcomputers en
afdrukapparatuur. Met ISPE kunt u snel problemen met computerapparatuur en
afdrukproblemen identificeren, diagnosticeren en oplossen. De ISPE-hulpprogramma's zijn
beschikbaar op http://instantsupport.hp.com.
Telefonische ondersteuning
Hewlett-Packard Company biedt gedurende de garantieperiode gratis telefonische
ondersteuning. Als u belt, wordt u doorverbonden met een team van medewerkers die klaar
staan om u te helpen. Raadpleeg de brochure in de productverpakking voor het
telefoonnummer voor uw land/regio. U kunt ook terecht op http://www.hp.com/support/
callcenters. Zorg dat u de volgende gegevens bij de hand hebt als u HP belt: de
productnaam en het serienummer, de aankoopdatum en een beschrijving van het probleem.
U kunt voor ondersteuning ook terecht op http://www.hp.com. Klik in op het vak Support &
Drivers.
Softwarehulpprogramma's, drivers en elektronische informatie
Ga naar http://www.hp.com/go/lj2410_software, http://www.hp.com/go/lj2420_software, of
http://www.hp.com/go/lj2430_software. (De website is Engelstalig, maar
printerstuurprogramma's kunnen in verschillende talen worden gedownload.)
Zie de brochure die bij uw printer is geleverd voor telefonische informatie.
Rechtstreeks bestellen van accessoires of benodigdheden van HP
Benodigdheden kunt u bestellen via de volgende websites:
Verenigde Staten: http://www.hp.com/sbso/product/supplies
Canada: http://www.hp.ca/catalog/supplies
Europa: http://www.hp.com/go/supplies
Azië/Oceanië: http://www.hp.com/paper/
Accesoires kunt u bestellen via www.hp.com/support/lj2410, http://www.hp.com/support/
lj2420, of http://www.hp.com/support/lj2430. Zie Onderdelen, accessoires en benodigdheden
bestellen voor meer informatie.
Als u benodigdheden of accessoires via de telefoon wilt bestellen, belt u de volgende
nummers:
Bedrijven in de Verenigde Staten: +1 (0) 800-282-6672
Midden- en kleinbedrijf in de Verenigde Staten: +1 (0) 800-888-9909
Thuis en thuiszakelijk in de Verenigde staten: +1 (0) 800-752-0900
Canada: +1 (0) 800-387-3154
NLWW iii
Zie de brochure die bij de printer is geleverd voor de telefoonnumers van de overige landen/
regio's.
HP service-informatie
Bel +1 (0) 800-243-9816 (Verenigde Staten) of +1 (0) 800-387-3867 (Canada) voor erkende
HP-dealers in de Verenigde Staten of Canada. U kunt ook naar http://www.hp.com/go/
cposupportguide gaan.
Neem voor service voor uw HP-product in de overige landen/regio's contact op met de
afdeling klantenondersteuning van uw land/regio. Zie de brochure die bij uw printer is
geleverd.
Serviceovereenkomsten van HP
Bel: +1 (0) 800-HPINVENT [+1 (0) 800-474-6836 (Verenigde Staten)] of +1 (0)
800-268-1221 (Canada).
Service buiten de garantieperiode: +1 (0) 800-633-3600.
Uitgebreide service: Bel: +1 (0) 800-HPINVENT [+1 (0) 800-474-6836 (Verenigde Staten)] of
+1 (0) 800-268-1221 (Canada). Of ga naar de website HP Care Pack Services op
http://www.hpexpress-services.com.
HP werkset
Gebruik de software van de HP-werkset om de printerstatus en -instellingen te controleren
en informatie met betrekking tot het oplossen van problemen en on line documentatie te
bekijken. U kunt de HP-werkset weergeven als de printer rechtstreeks op de computer is
aangesloten of als deze op een netwerk is aangesloten. Als u de HP-werkset wilt gebruiken,
moet u alle softwareonderdelen hebben geïnstalleerd. Zie Werken met de HP Werkset-
software.
Ondersteuning en informatie van HP voor Macintosh-computers
Bezoek http://www.hp.com/go/macosx voor Macintosh OS X-ondersteuningsinformatie en de
HP-abonnementenservice voor updates van stuurprogramma's.
Bezoek http://www.hp.com/go/mac-connect voor producten die specifiek zijn ontworpen voor
de Macintosh-gebruiker.
iv NLWW
Inhoudsopgave
1 Basisinformatie over de printer
Snelle toegang tot printerinformatie ..........................................................................................2
Snelkoppelingen in de handleiding .....................................................................................2
Als u meer informatie wilt ...................................................................................................2
Printerconfiguraties ...................................................................................................................3
Functieaanduidingen voor de printer HP LaserJet 2400 series .........................................3
Printerfuncties ...........................................................................................................................4
Printeronderdelen ......................................................................................................................8
Interfacepoorten ..................................................................................................................9
Bedieningspaneel ....................................................................................................................10
Lay-out bedieningspaneel ................................................................................................10
Knoppen op het bedieningspaneel ...................................................................................11
Lampjes op het bedieningspaneel ....................................................................................11
Menu's op het bedieningspaneel van de printer ..............................................................12
Het Help-systeem van de printer gebruiken .....................................................................12
Wijzigingen aanbrengen in de configuratie-instellingen van het
bedieningspaneel van de printer ...................................................................................13
Software ..................................................................................................................................23
Besturingssystemen en printercomponenten ...................................................................23
Printerstuurprogramma's ..................................................................................................24
Software voor Macintosh-computers ................................................................................27
De systeemsoftware van de printer installeren ................................................................28
De software verwijderen ...................................................................................................34
Afdrukmateriaal selecteren .....................................................................................................35
Ondersteunde typen en formaten van afdrukmateriaal ....................................................35
2 Afdruktaken
Bepalen welke lade voor het afdrukken wordt gebruikt ..........................................................38
Ladevolgorde ....................................................................................................................38
Het gebruik van lade 1 aanpassen ...................................................................................38
Afdrukken op basis van soort en formaat afdrukmateriaal (laden vergrendelen) ............39
Afdrukmateriaal handmatig invoeren vanuit lade 1 ..........................................................40
De juiste fusermodus selecteren .............................................................................................42
Laden vullen ............................................................................................................................43
Lade 1 (multifunctionele lade) vullen ................................................................................43
Lade 2 (lade voor 250 vel) vullen .....................................................................................44
Optionele lade 3 (lade voor 500 vel) vullen ......................................................................46
Uitvoeropties voor afdrukmateriaal .........................................................................................48
Afdrukken op enveloppen .......................................................................................................49
Zo laadt u enveloppen in lade 1: ......................................................................................49
Afdrukken op speciaal afdrukmateriaal ...................................................................................51
Afdrukken op etiketten ......................................................................................................51
Afdrukken op transparanten .............................................................................................52
Afdrukken op afdrukmateriaal met aangepast formaat of kaarten ...................................52
Afdrukken op briefpapier, geperforeerd papier of voorbedrukt papier (enkelzijdig) .........53
NLWW v
Afdrukken op beide kanten (dubbelzijdig afdrukken) ..............................................................55
Afdrukstand van het papier voor dubbelzijdig afdrukken .................................................55
Lay-outopties voor dubbelzijdig afdrukken .......................................................................56
Zo drukt u dubbelzijdig af met behulp van de ingebouwde duplexeenheid: ....................56
Zo drukt u handmatig dubbelzijdig af: ..............................................................................57
Een afdruktaak annuleren .......................................................................................................5 8
Het printerstuurprogramma gebruiken ....................................................................................59
De instellingen van een afdruktaak wijzigen ....................................................................59
Standaardinstellingen wijzigen .........................................................................................60
Functies van het printerstuurprogramma gebruiken ...............................................................62
Watermerken afdrukken ...................................................................................................62
Verschillende pagina's op één vel papier afdrukken ........................................................63
Een aangepast papierformaat instellen ............................................................................63
Afdrukken met EconoMode (concepten) ..........................................................................64
Instellingen voor afdrukkwaliteit selecteren ......................................................................64
Opties voor Vergroten/verkleinen gebruiken ....................................................................65
Een papierbron selecteren ...............................................................................................65
Een voorblad, een andere eerste of laatste pagina of een blanco pagina afdrukken ......66
Functies voor het opslaan van taken gebruiken .....................................................................67
Taken lezen en vasthouden .............................................................................................67
Vastgehouden taken verwijderen .....................................................................................67
Privé-taken afdrukken .......................................................................................................68
Privé-taken verwijderen ....................................................................................................69
3 Beheer en onderhoud van de printer
De geïntegreerde webserver gebruiken .................................................................................72
De geïntegreerde webserver openen ...............................................................................72
Tabblad Informatie ............................................................................................................73
Tabblad Instellingen .........................................................................................................73
Tabblad Netwerk ...............................................................................................................74
Overige links .....................................................................................................................74
HP Web Jetadmin-software gebruiken ...................................................................................75
Werken met de HP Werkset-software .....................................................................................76
Ondersteunde besturingssystemen ..................................................................................76
Ondersteunde browsers ...................................................................................................76
Zo geeft u HP Werkset weer: ...........................................................................................77
Tabblad Status ..................................................................................................................77
Tabblad Probleemoplossing .............................................................................................77
Tabblad Waarschuwingen ................................................................................................78
Tabblad Documentatie .....................................................................................................79
Apparaatinstellingen, venster ...........................................................................................79
Werkset-links ....................................................................................................................79
Overige links .....................................................................................................................79
HP Werkset verwijderen ..........................................................................................................80
Zo verwijdert u HP Werkset met de snelkoppeling op het bureaublad van Windows: ....80
HP Toolbox verwijderen met de optie Software in het Configuratiescherm van
Windows ........................................................................................................................8 0
Printerstuurprogramma's beheren en configureren ................................................................81
HP Web Jetadmin-software-insteekmodule .....................................................................82
Hulpprogramma voor aanpassingen ................................................................................82
E-mailwaarschuwingen configureren ......................................................................................83
Klok instellen ...........................................................................................................................84
De datum en tijd instellen .................................................................................................84
De printerconfiguratie controleren ...........................................................................................87
Menustructuur ...................................................................................................................87
vi NLWW
Configuratiepagina ...........................................................................................................87
Statuspagina benodigdheden ...........................................................................................89
PS- of PCL-lettertypelijst ..................................................................................................90
Onderhoud van de inktpatroon ...............................................................................................92
HP-inktpatronen ................................................................................................................92
Inktpatronen van ander merk dan HP ..............................................................................92
Echtheidscontrole van inktpatroon ...................................................................................92
Opslag van inktpatroon .....................................................................................................92
Verwachte levensduur van inktpatronen ..........................................................................93
Het niveau van benodigdheden controleren ....................................................................93
Patroon leeg of bijna leeg .................................................................................................93
De printer reinigen ...................................................................................................................95
De buitenkant reinigen ......................................................................................................95
De gedeelten rond de papierbaan en de inktpatroon reinigen .........................................95
De fuser reinigen ..............................................................................................................96
4 Problemen oplossen
Stroomdiagram voor het oplossen van problemen ...............................................................100
1 Verschijnt op het bedieningspaneel KLAAR? .............................................................100
2 Kunt u een configuratiepagina afdrukken? ..................................................................101
3 Kunt u afdrukken vanuit een programma? ..................................................................101
4 Drukt de taak af zoals verwacht? ................................................................................102
5 Worden de juiste laden geselecteerd? ........................................................................104
Algemene afdrukproblemen oplossen ..................................................................................106
Richtlijnen voor het gebruik van papier .................................................................................110
Speciale pagina's afdrukken .................................................................................................111
Storingen verhelpen ..............................................................................................................112
Plaatsen waar papier kan vastlopen ..............................................................................112
Printerberichten interpreteren ...............................................................................................118
Het on line Help-systeem van de printer gebruiken .......................................................118
Steeds terugkerende berichten oplossen .......................................................................118
Problemen met de afdrukkwaliteit oplossen .........................................................................134
Controlelijst voor de afdrukkwaliteit ................................................................................134
Voorbeelden van afdrukproblemen ................................................................................134
Licht afdrukken (gedeelte van pagina) ...........................................................................136
Lichte afdrukken (hele pagina) .......................................................................................136
Vlekken ...........................................................................................................................137
Druppels .........................................................................................................................137
Strepen ...........................................................................................................................137
Grijze achtergrond ..........................................................................................................138
Tonervlekken ..................................................................................................................138
Losse toner .....................................................................................................................138
Herhaalde storingen .......................................................................................................139
Herhaalde afbeelding .....................................................................................................139
Vervormde tekens ..........................................................................................................140
Scheve pagina ................................................................................................................140
Gekruld of gegolfd papier ...............................................................................................140
Kreukels of vouwen ........................................................................................................141
Verticale witte strepen ....................................................................................................141
Bandensporen ................................................................................................................142
Witte vlekken op zwarte achtergrond .............................................................................142
Lijnen met vegen ............................................................................................................142
Vage afdruk ....................................................................................................................143
Willekeurig herhaalde afbeelding ...................................................................................143
Algemene afdrukproblemen op het netwerk oplossen .........................................................145
NLWW vii
Algemene problemen met Windows oplossen ......................................................................146
Veelvoorkomende Macintosh-problemen oplossen ..............................................................147
Algemene problemen met PostScript oplossen ....................................................................153
Algemene problemen .....................................................................................................153
Specifieke fouten ............................................................................................................154
Bijlage A Benodigdheden en accessoires
Onderdelen, accessoires en benodigdheden bestellen ........................................................156
Rechtstreeks bestellen bij HP ........................................................................................156
Bestellen via klanten- of ondersteuningsdienst ..............................................................156
Rechtstreeks bestellen via de ingesloten webserver (voor printers die in een
netwerk zijn opgenomen) ............................................................................................156
Rechtstreeks bestellen via de HP Werkset (voor printers die rechtstreeks zijn
aangesloten op een computer) ...................................................................................157
Onderdeelnummers ..............................................................................................................158
Accessoires voor papierverwerking ................................................................................158
Printcartridges .................................................................................................................158
Geheugen .......................................................................................................................158
Kabels en interfaces .......................................................................................................159
Afdrukmateriaal ...............................................................................................................159
Bijlage B Menu's van het bedieningspaneel
Menu Taak ophalen ..............................................................................................................164
Menu Informatie ....................................................................................................................166
Menu Papierverwerking ........................................................................................................168
Menu Apparaat configureren ................................................................................................172
Submenu afdrukken .......................................................................................................172
Submenu Afdrukkwaliteit ................................................................................................176
Submenu Systeeminstellingen .......................................................................................179
I/O-submenu ...................................................................................................................182
Submenu herstellen ........................................................................................................183
Menu Diagnostiek .................................................................................................................185
Menu Service ........................................................................................................................186
Bijlage C Specificaties
HP LaserJet 2400 series fysieke specificaties ......................................................................187
Stroomvoorziening ................................................................................................................188
Akoestische emissie ..............................................................................................................189
Bedrijfsomgeving ...................................................................................................................190
Papierspecificaties ................................................................................................................191
Omgeving voor afdrukken en papieropslag ...................................................................191
Enveloppen .....................................................................................................................192
Etiketten ..........................................................................................................................194
Transparanten ................................................................................................................194
Bijlage D Printergeheugen en uitbreiding
Overzicht ...............................................................................................................................196
Printergeheugen ....................................................................................................................197
Zo installeert u printergeheugen: ....................................................................................197
CompactFlash-kaarten installeren ........................................................................................201
Zo installeert u een CompactFlash-kaart: ......................................................................201
De installatie van een DIMM of CompactFlash-kaart controleren ........................................204
viii NLWW
Zo controleert u of DIMM's of CompactFlash-kaarten op de juiste wijze zijn
geïnstalleerd: ...............................................................................................................204
Bronnen opslaan (permanente bronnen) ..............................................................................205
Een EIO-kaart installeren ......................................................................................................206
Zo installeert u een EIO-kaart: .......................................................................................206
Zo verwijdert u een geïnstalleerde EIO-kaart: ................................................................207
Bijlage E Printeropdrachten
Informatie over de syntaxis van PCL 6- en PCL 5e-printeropdrachten ................................210
Escape-reeksen combineren ..........................................................................................210
Escape-tekens gebruiken ...............................................................................................211
PCL 6- en PCL 5-lettertypen selecteren .........................................................................211
Veelgebruikte PCL 6- en PCL 5-printeropdrachten ........................................................212
Bijlage F Informatie over wettelijke voorschriften
Inleiding .................................................................................................................................217
FCC-voorschriften .................................................................................................................218
Milieuvriendelijk productiebeleid ...........................................................................................219
Bescherming van het milieu ...........................................................................................219
Ozon-productie ...............................................................................................................219
Energieverbruik ...............................................................................................................219
HP LaserJet afdrukbenodigdheden ................................................................................220
Material safety data sheet (chemiekaart) .......................................................................221
Meer informatie ...............................................................................................................221
Conformiteitsverklaring .........................................................................................................222
Land-/regiospecifieke veiligheidsvoorschriften .....................................................................223
Laser safety statement ...................................................................................................223
Canadian DOC statement ..............................................................................................223
Japanese VCCI statement ..............................................................................................223
Korean EMI statement ....................................................................................................223
Finnish laser statement ..................................................................................................224
Bijlage G Service en ondersteuning
Beperkte garantie van Hewlett-Packard ...............................................................................225
Printcartridge Verklaring van beperkte garantie ...................................................................227
Informatie over service en ondersteuning .............................................................................228
Onderhoudsovereenkomsten van HP ...................................................................................228
Overeenkomsten voor service op locatie .......................................................................228
HP Express Exchange (alleen V.S. en Canada) ..................................................................229
HP Express Exchange gebruiken ...................................................................................229
De printer verzendklaar maken .............................................................................................230
Zo pakt u de printer opnieuw in: .....................................................................................230
Serviceformulier ....................................................................................................................231
Index
NLWW ix
xNLWW
1
Basisinformatie over de printer
Hartelijk dank voor de aanschaf van een HP LaserJet 2400 series-printer. Als u dit niet al
had gedaan, kunt u de printer nu installeren aan de hand van de installatie-instructies in de
installatiegids (Aan de slag) die bij de printer wordt geleverd.
Zodra de printer geïnstalleerd en gebruiksklaar is, is het verstandig om een paar minuten de
tijd te nemen om de printer te leren kennen. In deze sectie vindt u informatie over de
volgende onderwerpen:
Snelle toegang tot printerinformatie
Printerconfiguraties
Printerfuncties
Printeronderdelen
Bedieningspaneel
Software
Afdrukmateriaal selecteren
NLWW 1
Snelle toegang tot printerinformatie
In dit gedeelte vindt u een overzicht van de bronnen waarin u meer informatie kunt vinden
over het instellen en het gebruik van de printer.
Snelkoppelingen in de handleiding
Onderdeelnummers
Lay-out bedieningspaneel
Stroomdiagram voor het oplossen van problemen
Als u meer informatie wilt
Er zijn diverse naslagwerken voor deze printer beschikbaar. Zie www.hp.com/support/lj2410,
http://www.hp.com/support/lj2420, of http://www.hp.com/support/lj2430.
De printer instellen
Installatiegids—Hierin vindt u stapsgewijze instructies voor het installeren en het instellen
van de printer. Deze handleiding op papier wordt bij elke printer geleverd.
Netwerkinstallatiegids—Hierin vindt u instructies voor het instellen van de printer in een
netwerk. Deze handleiding op papier wordt geleverd bij printers die beschikken over een
ingesloten HP Jetdirect-printserver.
Beheerdershandleiding voor ingesloten HP Jetdirect-printserver—Hierin vindt u
informatie over het configureren en het verhelpen van mogelijke problemen met een
ingesloten HP Jetdirect-printserver. U kunt een exemplaar afdrukken vanaf de cd-rom die bij
de printer is geleverd. (Beschikbaar bij modellen met een ingesloten HP Jetdirect-printserver.)
Installatiegidsen voor accessoires—Hierin vindt u stapsgewijze instructies voor het
installeren van accessoires, zoals een optionele lade. Bij elke accessoire wordt een
handleiding op papier geleverd.
Gebruik van de printer
Gebruikershandleiding—Bevat uitgebreide informatie over het gebruik van de printer en
het verhelpen van mogelijke problemen. Deze handleiding staat op de cd-rom die bij de
printer is geleverd. Deze is ook beschikbaar via de software van de HP Werkset.
On line Help—Bevat informatie over de printeropties die via de printerstuurprogramma's
beschikbaar zijn. U kunt een Help-onderwerp raadplegen via het menu Help van het
printerstuurprogramma.
HTML-gebruikershandleiding (on line)—Bevat uitgebreide informatie over het gebruik van
de printer en het verhelpen van mogelijke problemen. Ga naar www.hp.com/support/lj2410,
http://www.hp.com/support/lj2420, of http://www.hp.com/support/lj2430. Na het tot stand
brengen van de verbinding klikt u op Handleidingen.
Help op het bedieningspaneel van de printer—De printer heeft een ingebouwd Help-
systeem op het bedieningspaneel, dat instructies geeft voor het oplossen van de meeste
printerproblemen. Als u de Help wilt bekijken voor een bericht (indien beschikbaar), drukt u
op de toets (H
ELP
).
2Hoofdstuk 1 Basisinformatie over de printer NLWW
Printerconfiguraties
De HP LaserJet 2400 series- printer is in verschillende configuraties beschikbaar. Met de
letters achter de printernaam worden de verschillen tussen de configuraties aangegeven.
Elke letter verwijst naar een specifieke functie. Ga aan de hand van de informatie in deze
sectie na welke functies uw model bevat.
Opmerking Niet alle modellen zijn in alle configuraties beschikbaar.
Functieaanduidingen voor de printer HP LaserJet 2400 series
Letter Omschrijving
geen letter Dit is het basismodel.
dModellen met deze aanduiding bevatten een duplexeenheid voor automatisch
dubbelzijdig afdrukken.
nModellen met deze aanduiding bevatten een geïntegreerde HP Jetdirect-printserver
voor het maken van een verbinding met een 10/100Base-T-netwerk.
tModellen met deze aanduiding bevatten een extra papierlade.
NLWW Printerconfiguraties 3
Printerfuncties
In de volgende tabellen worden de functies beschreven voor de HP LaserJet 2400 series-
printers.
Snelheid
HP LaserJet 2410-printer HP LaserJet 2420 Series-
printer
HP LaserJet 2430 Series-
printer
Drukt af op papier van Letter-
formaat met een snelheid van
25 pagina's per minuut (ppm).
Drukt af op papier van A4-
formaat met een snelheid van
24 ppm.
Drukt af op papier van Letter-
formaat met een snelheid van
30 pagina's per minuut (ppm).
Drukt af op papier van A4-
formaat met een snelheid van
28 ppm.
Drukt af op papier van Letter-
formaat met een snelheid van
35 pagina's per minuut (ppm).
Drukt af op papier van A4-
formaat met een snelheid van
33 ppm.
Resolutie
HP LaserJet 2410-printer HP LaserJet 2420 Series-
printer
HP LaserJet 2430 Series-
printer
FastRes 1200: geeft een
afdrukkwaliteit van 1200-dpi
voor het snel afdrukken van
tekst en afbeeldingen met een
hoge kwaliteit voor
professionele doeleinden.
ProRes 1200: geeft een
afdrukkwaliteit van 1200 dpi
voor de beste kwaliteit in Line
Art-beelden en illustraties.
HP LaserJet-printcartridges
voor duidelijke, scherpe
afdrukken.
FastRes 1200: geeft een
afdrukkwaliteit van 1200 dpi
voor het snel afdrukken van
tekst en afbeeldingen met een
hoge kwaliteit voor
professionele doeleinden.
ProRes 1200: geeft een
afdrukkwaliteit van 1200 dpi
voor de beste kwaliteit in Line
Art-beelden en illustraties.
HP LaserJet-printcartridges
voor duidelijke, scherpe
afdrukken.
FastRes 1200: geeft een
afdrukkwaliteit van 1200 dpi
voor het snel afdrukken van
tekst en afbeeldingen met een
hoge kwaliteit voor
professionele doeleinden.
ProRes 1200: geeft een
afdrukkwaliteit van 1200 dpi
voor de beste kwaliteit in Line
Art-beelden en illustraties.
HP LaserJet-printcartridges
voor duidelijke, scherpe
afdrukken.
Papierverwerking
HP LaserJet 2410-printer HP LaserJet 2420 Series-
printer
HP LaserJet 2430 Series-
printer
Bevat een invoerlade voor het
handmatig invoeren van 100
vel en een invoerlade voor 250
vel.
Compatibel met een optionele
papierinvoer voor 500 vel.
Bevat een invoerlade voor de
handmatige invoer van 100 vel
en een invoerlade voor 250 vel.
Compatibel met een optionele
papierinvoer voor 500 vel.
De HP LaserJet 2420d- en dn-
modellen bevatten een
accessoire voor automatisch
dubbelzijdig afdrukken.
Bevat een invoerlade voor de
handmatige invoer van 100 vel
en een invoerlade voor 250 vel.
De HP Laserjet 2430t- ,tn- en
dtn-modellen bevatten tevens
een lade voor 500 vel.
Het HP LaserJet 2430dtn-
model bevat een accessoire
voor automatisch dubbelzijdig
afdrukken.
4Hoofdstuk 1 Basisinformatie over de printer NLWW
Geheugen en processor
HP LaserJet 2410-printer HP LaserJet 2420 Series-
printer
HP LaserJet 2430 Series-
printer
Bevat 32 MB RAM (Random
Access Memory).
Maximaal uitbreidbaar naar
288 MB geheugen.
Processorsnelheid van 400
MHz (megahertz)
De HP LaserJet 2420-printer
bevat 32 MB RAM, maximaal
uitbreidbaar naar 288 MB
geheugen.
De HP LaserJet 2420d-printer
bevat 48 MB RAM, maximaal
uitbreidbaar naar 304 MB
geheugen.
De HP LaserJet 2420n- en dn-
modellen bevatten 64 MB
RAM, maximaal uitbreidbaar
naar 320 MB geheugen.
Processorsnelheid van 400
MHz (megahertz).
De HP LaserJet 2430t-printer
bevat 48 MB RAM, maximaal
uitbreidbaar naar 304 MB
geheugen.
De HP LaserJet 2430n-, tn- en
dtn-modellen bevatten 64 MB
RAM, maximaal uitbreidbaar
naar 320 MB geheugen.
Processorsnelheid van 400
MHz (megahertz).
Interfaceverbindingen en netwerken
HP LaserJet 2410-printer HP LaserJet 2420 Series-
printer
HP LaserJet 2430 Series-
printer
Bevat een bidirectionele,
parallelle ECP-aansluiting
(Extended Capabilities Port),
type B (voldoet aan IEEE 1284).
Voorzien van een USB 2.0-
aansluiting (Universal Serial
Bus) (met volledige en hoge
snelheid).
Bevat één op PCI gebaseerde
EIO-sleuf (Enhanced Input/
Output).
Voorzien van een
bidirectionele, parallelle ECP-
aansluiting, type B (voldoet aan
IEEE 1284).
Voorzien van een USB 2.0-
aansluiting (met volledige en
hoge snelheid).
Bevat één op PCI gebaseerde
EIO-sleuf (Enhanced Input/
Output).
De HP LaserJet 2420n- en dn-
modellen bevatten een
geïntegreerde HP Jetdirect-
printserver voor het maken van
verbinding met een
10/100Base-TX-netwerk.
Voorzien van een
bidirectionele, parallelle ECP-
aansluiting, type B (voldoet aan
IEEE 1284).
Voorzien van een USB 2.0-
aansluiting (met volledige en
hoge snelheid).
Bevat één op PCI gebaseerde
EIO-sleuf (Enhanced Input/
Output).
De HP LaserJet 2430n-, tn- en
dtn-modellen bevatten een
geïntegreerde HP Jetdirect-
printserver voor het maken van
verbinding met een
10/100Base-TX-netwerk.
NLWW Printerfuncties 5
Taal en lettertypen
HP LaserJet 2410-printer HP LaserJet 2420 Series-
printer
HP LaserJet 2430 Series-
printer
HP PCL6-, PCL 5e- en
HP PostScript® (PS) 3-emulatie
Tachtig lettertypen voor
Microsoft® Windows®
U kunt aanvullende lettertypen
toevoegen door een
CompactFlash-lettertypekaart
te installeren.
HP PCL6-, PCL 5e- en
HP PostScript® (PS) 3-emulatie.
Tachtig lettertypen voor
Microsoft® Windows®
U kunt aanvullende lettertypen
toevoegen door een
CompactFlash-lettertypekaart
te installeren.
HP PCL6-, PCL 5e- en
HP PostScript® (PS) 3-emulatie.
Tachtig lettertypen voor
Microsoft® Windows®
U kunt aanvullende lettertypen
toevoegen door een
CompactFlash-lettertypekaart
te installeren.
Printcartridge
HP LaserJet 2410-printer HP LaserJet 2420 Series-
printer
HP LaserJet 2430 Series-
printer
Met standaardprintcartridges
worden maximaal 6000
pagina's afgedrukt.
Het HP-programma voor
benodigdheden om slim af te
drukken geeft automatisch een
waarschuwing als de toner
bijna op is.
Met standaardprintcartridges
worden maximaal 6000
pagina's afgedrukt.
Het HP-programma voor
benodigdheden om slim af te
drukken geeft automatisch een
waarschuwing als de toner
bijna op is.
Met standaardprintcartridges
worden maximaal 6000
pagina's afgedrukt.
Het HP-programma voor
benodigdheden om slim af te
drukken geeft automatisch een
waarschuwing als de toner
bijna op is.
Energiebesparing
HP LaserJet 2410-printer HP LaserJet 2420 Series-
printer
HP LaserJet 2430 Series-
printer
De printer bespaart
automatisch stroom door het
energieverbruik terug te
brengen wanneer niet wordt
afgedrukt.
Als partner van ENERGY
STAR® heeft Hewlett-Packard
Company bepaald dat dit
product voldoet aan de
richtlijnen van ENERGY STAR®
voor efficiënt energieverbruik.
De printer bespaart
automatisch elektriciteit door
het energieverbruik terug te
brengen wanneer niet wordt
afgedrukt.
Als partner van ENERGY
STAR® heeft Hewlett-Packard
Company bepaald dat dit
product voldoet aan de
richtlijnen van ENERGY STAR®
voor efficiënt energieverbruik.
De printer bespaart
automatisch elektriciteit door
het energieverbruik terug te
brengen wanneer niet wordt
afgedrukt.
Als partner van ENERGY
STAR® heeft Hewlett-Packard
Company bepaald dat dit
product voldoet aan de
richtlijnen van ENERGY STAR®
voor efficiënt energieverbruik.
6Hoofdstuk 1 Basisinformatie over de printer NLWW
Economisch afdrukken
HP LaserJet 2410-printer HP LaserJet 2420 Series-
printer
HP LaserJet 2430 Series-
printer
Met N-per-vel afdrukken
(verschillende pagina's op één
vel afdrukken) bespaart u
papier.
Met dubbelzijdig afdrukken
(voor modellen die een
accessoire voor dubbelzijdig
afdrukken bevatten) bespaart u
papier.
Wanneer u afdrukt in
EconoMode bespaart u toner.
Met N-per-vel afdrukken
(verschillende pagina's op één
vel afdrukken) bespaart u
papier.
Met dubbelzijdig afdrukken
(voor modellen die een
accessoire voor dubbelzijdig
afdrukken bevatten) bespaart u
papier.
Wanneer u afdrukt in
EconoMode bespaart u toner.
Met N-per-vel afdrukken
(verschillende pagina's op één
vel afdrukken) bespaart u
papier.
Met dubbelzijdig afdrukken
(voor modellen die een
accessoire voor dubbelzijdig
afdrukken bevatten) bespaart u
papier.
Wanneer u afdrukt in
EconoMode bespaart u toner.
Toegankelijkheid
HP LaserJet 2410-printer HP LaserJet 2420 Series-
printer
HP LaserJet 2430 Series-
printer
De on line
gebruikershandleiding is
compatibel met
schermleesprogramma's.
De printcartridge kan met één
hand worden geplaatst en
verwijderd.
Alle kleppen en deksels
kunnen met één hand worden
geopend.
De invoerlade voor 250 vel is
gemakkelijk te openen en te
sluiten.
Alle breedtegeleiders kunnen
met één hand worden
verschoven.
De on line
gebruikershandleiding is
compatibel met
schermleesprogramma's.
De printcartridge kan met één
hand worden geplaatst en
verwijderd.
Alle kleppen en deksels
kunnen met één hand worden
geopend.
De invoerlade voor 250 vel is
gemakkelijk te openen en te
sluiten.
Alle breedtegeleiders kunnen
met één hand worden
verschoven.
De on line
gebruikershandleiding is
compatibel met
schermleesprogramma's.
De printcartridge kan met één
hand worden geplaatst en
verwijderd.
Alle kleppen en deksels
kunnen met één hand worden
geopend.
De invoerladen voor 250 vel en
500 vel zijn gemakkelijk te
openen en te sluiten.
Alle breedtegeleiders kunnen
met één hand worden
verschoven.
NLWW Printerfuncties 7
Printeronderdelen
Maak uzelf vertrouwd met de onderdelen van de printer voordat u de printer gebruikt.
5
1
2
3
4
7
6
1 Bovenste uitvoerbak
2 Verlengstuk voor lang afdrukmateriaal
3 Vergrendeling om de voorklep te openen (biedt toegang tot de printcartridge)
4 Lade 1 (naar buiten trekken om te openen)
5 Lade 2
6 Bedieningspaneel
7 Klep aan de rechterkant (biedt toegang tot DIMM's en CompactFlash-kaarten)
89
10
8 Aan/uit-schakelaar
9 Interfacepoorten (zie Interfacepoorten)
10 Achterste uitvoerbak (naar buiten trekken om te openen)
8Hoofdstuk 1 Basisinformatie over de printer NLWW
Interfacepoorten
De printer heeft vier interfacepoorten: één EIO-sleuf en drie poorten voor het maken van
verbinding met een computer of een netwerk.
EIO
1
2
3
4
1 EIO-sleuf
2 Geïntegreerde HP Jetdirect-printserver (alleen HP LaserJet 2420n-, 2420dn-, 2430tn- en 2430dtn-
modellen)
3 USB 2.0-aansluiting
4 Parallelle aansluiting conform IEEE1284B
NLWW Printeronderdelen 9
Bedieningspaneel
In deze sectie krijgt u informatie over het bedieningspaneel en de bijbehorende functies.
Lay-out bedieningspaneel
Knoppen op het bedieningspaneel
Lampjes op het bedieningspaneel
Menu's op het bedieningspaneel van de printer
Wijzigingen aanbrengen in de configuratie-instellingen van het bedieningspaneel van de
printer
Het Help-systeem van de printer gebruiken
Het bedieningspaneel bevindt zich aan de bovenzijde van de printer.
?
Menu Stop
Attention
Data
Ready
Zie Berichten van het bedieningspaneel interpreteren voor het opzoeken van berichten op
het bedieningspaneel en het oplossen van problemen.
Lay-out bedieningspaneel
?
Menu Stop
Attention
Data
Ready
1
2
3
4 5 6
7
8
9
10
11
1 Uitleesvenster
2 Knop H
ELP
3 Knop M
ENU
4 Lampje Klaar
5 Lampje Gegevens
6 Lampje Attentie
7 Knop S
TOP
8 Knop O
MLAAG
9 Knop T
ERUG
10 Knop S
ELECTEREN
11 Knop O
MHOOG
10 Hoofdstuk 1 Basisinformatie over de printer NLWW
Knoppen op het bedieningspaneel
Knop Functie
(H
ELP
)Bevat informatie over het bericht op het grafisch display.
(T
ERUG
)Hiermee gaat u één niveau omlaag in de menustructuur of slaat u een nummer op.
U verlaat het menu als u de toets langer dan 1 seconde ingedrukt houdt.
M
ENU
Hiermee worden de menu's geopend en afgesloten.
(P
IJL
OMHOOG
)Hiermee navigeert u naar de vorige optie in de lijst of verhoogt u de waarde van numerieke opties.
(S
ELECTEREN
)Hier kunt u een foutomstandigheid mee wissen, als deze kan worden gewist.
De geselecteerde waarde voor een optie wordt opgeslagen.
Hiermee wordt de handeling uitgevoerd die bij de optie hoort die op het grafische display is
gemarkeerd.
(P
IJL
OMLAAG
)Hiermee navigeert u naar de volgende optie in de lijst of verlaagt u de waarde van numerieke opties.
S
TOP
Hiermee wordt de huidige afdruktaak geannuleerd en worden alle actieve pagina's uit de papierbaan
afgevoerd. De tijd die het annuleren van de taak vergt, hangt af van de grootte van de afdruktaak.
(Druk de knop slechts één keer in.) Hiermee worden ook verwijderbare fouten gewist die zijn
gekoppeld aan de geannuleerde taak.
Opmerking
De lampjes op het bedieningspaneel gaan afwisselend aan en uit terwijl de taak van zowel de printer als
de computer wordt verwijderd. Vervolgens keert de printer terug naar de status Klaar (Klaar-lampje
brandt).
Lampjes op het bedieningspaneel
Lampje Staat Indicatie
Klaar Aan De printer is on line en is
gereed voor de ontvangst van
gegevens die moeten worden
afgedrukt.
Uit De printer kan geen gegevens
ontvangen omdat de printer off
line is of een fout is opgetreden.
Knipperend De printer gaat off line. De
printer stopt met het verwerken
van de huidige afdruktaak en
voert alle actieve pagina's uit
de papierbaan uit.
NLWW Bedieningspaneel 11
Lampje Staat Indicatie
Gegevens Aan De printer heeft gegevens om
af te drukken gegevens maar
wacht tot alle gegevens zijn
ontvangen.
Uit De printer heeft geen af te
drukken gegevens.
Knipperend De printer is de gegevens aan
het verwerken of aan het
afdrukken.
Waarschuwing Aan Er heeft zich een probleem met
de printer voorgedaan. Noteer
het bericht dat op het display
van het bedieningspaneel
wordt weergegeven en zet de
printer vervolgens uit en weer
aan. Zie Berichten van het
bedieningspaneel interpreteren
voor hulp bij het oplossen van
problemen.
Uit De printer functioneert zonder
problemen.
Knipperend Er moet actie worden
ondernomen. Kijk op het
display van het
bedieningspaneel.
Menu's op het bedieningspaneel van de printer
Als u de huidige instellingen wilt bekijken voor de menu’s en opties die op het
bedieningspaneel beschikbaar zijn, kunt u een menustructuur van het bedieningspaneel
afdrukken. U kunt de menustructuur ter naslag naast de printer bewaren.
Opmerking Zie Menu's van het bedieningspaneel voor een volledige lijst met de opties die beschikbaar
zijn in de menu's van het bedieningspaneel.
Zo drukt u de menustructuur van het bedieningspaneel af:
1. Druk op M
ENU
om de menu's te openen.
2. Blader met (de knop O
MHOOG
) of (de knop O
MLAAG
) naar INFORMATIE en druk op
(de knop S
ELECTEREN
).
3. Blader met (de knop O
MHOOG
) of (de knop O
MLAAG
) naar MENUSTRUCTUUR
AFDRUKKEN en druk op (de knop S
ELECTEREN
).
Het Help-systeem van de printer gebruiken
De printer is voorzien van een Help-systeem op het bedieningspaneel waarin aanwijzingen
staan voor het oplossen van de meeste printerproblemen.
12 Hoofdstuk 1 Basisinformatie over de printer NLWW
Als u Help-informatie wilt bekijken bij een bericht (indien beschikbaar), drukt u op (de knop
H
ELP
). Als het Help-onderwerp langer is dan vier regels, gebruikt u (de knop P
IJL
OMHOOG
)
of (de knop P
IJL
OMLAAG
) om door het gehele onderwerp te bladeren.
Als u het Help-systeem wilt afsluiten, drukt u nogmaals op (de knop H
ELP
).
Wijzigingen aanbrengen in de configuratie-instellingen van
het bedieningspaneel van de printer
Met behulp van het bedieningspaneel van de printer kunt u wijzigingen aanbrengen in de
standaardinstellingen voor algemene printerconfiguratie, zoals soort en formaat van lade,
sluimervertraging, printerbesturingstaal en hervatten na papierstoringen.
De instellingen voor het bedieningspaneel van de printer kunnen ook vanaf een computer
worden gewijzigd met behulp van de pagina met instellingen van de geïntegreerde
webserver. De computer geeft dezelfde informatie weer als het bedieningspaneel. Zie De
geïntegreerde webserver gebruiken voor meer informatie.
VOORZICHTIG Configuratie-instellingen hoeven zelden te worden veranderd. Het wordt aanbevolen dat
alleen de systeembeheerder configuratie-instellingen wijzigt.
De instellingen van het bedieningspaneel wijzigen
Zie Menu's van het bedieningspaneel voor een complete lijst van de menuopties en
mogelijke waarden. Sommige menuopties verschijnen alleen wanneer de bijbehorende lade
of accessoire is geïnstalleerd. Het EIO-menu wordt bijvoorbeeld alleen weergegeven als er
een EIO-kaart is geïnstalleerd.
Zo wijzigt u een instelling op het bedieningspaneel:
1. Druk op M
ENU
om de menu's te openen.
2. Blader met (de knop P
IJL
OMHOOG
) of (de knop P
IJL
OMLAAG
) naar het gewenste menu
en druk vervolgens op (de knop S
ELECTEREN
).
3. Sommige menu’s kunnen meerdere submenu’s hebben. Blader met (de knop P
IJL
OMHOOG
) of (de knop P
IJL
OMLAAG
) naar de gewenste optie in het submenu en druk
vervolgens op (de knop S
ELECTEREN
).
4. Blader met (de knop O
MHOOG
) of (de knop O
MLAAG
) naar de instelling en druk
vervolgens op (de knop S
ELECTEREN
). Sommige instellingen veranderen snel als (de
knop P
IJL
OMHOOG
) of (de knop P
IJL
OMLAAG
) ingedrukt wordt gehouden. Een sterretje (*)
verschijnt naast de selectie in het display en geeft aan dat dit nu de standaardinstelling is.
5. Druk op M
ENU
om het menu te sluiten.
Opmerking De instellingen van het printerstuurprogramma hebben de voorkeur boven de instellingen
van het bedieningspaneel. De instellingen van het softwareprogramma hebben voorrang op
zowel de instellingen van het printerstuurprogramma als de instellingen van het
bedieningspaneel. Als u een menu of optie niet kunt oproepen, ontbreekt deze optie op uw
printer of hebt u het niveau boven deze optie niet geactiveerd. Neem contact op met de
netwerkbeheerder als een functie is vergrendeld (Toegang geweigerd menu's
vergrendeld wordt weergegeven in het display van het bedieningspaneel van de printer).
NLWW Bedieningspaneel 13
Adres weergeven
Met deze optie wordt bepaald of het IP-adres van de printer op het display wordt
weergegeven met het bericht Gereed.
Zo geeft u het IP-adres weer:
1. Druk op M
ENU
om de menu's te openen.
2. Druk op (de knop P
IJL
OMLAAG
) om APPARAAT CONFIGUREREN te markeren.
3. Druk op (de knop S
ELECTEREN
) om APPARAAT CONFIGUREREN te selecteren.
4. Druk op (de knop P
IJL
OMLAAG
) om SYSTEEM- INSTELLINGEN te markeren.
5. Druk op (de knop S
ELECTEREN
) om SYSTEEM- INSTELLINGEN te selecteren.
6. Druk op (de knop P
IJL
OMLAAG
) om ADRES WEERGEVEN te markeren.
7. Druk op (de knop S
ELECTEREN
) om ADRES WEERGEVEN te selecteren.
8. Druk op (de knop P
IJL
OMHOOG
) of (de knop P
IJL
OMLAAG
) om de gewenste optie te
selecteren.
9. Druk op (de knop S
ELECTEREN
) om de optie te selecteren.
10. Druk op M
ENU
om het menu te sluiten.
Opties voor laden
Er zijn vier door de gebruiker gedefinieerde opties voor laden beschikbaar:
GEBRUIK GEWENSTE LADE. Als u EXCLUSIEF selecteert, wordt niet automatisch
een andere lade geselecteerd als u aangeeft dat een bepaalde lade moet worden
gebruikt. Als u EERSTE selecteert, kan de printer papier uit de tweede lade halen als de
opgegeven lade leeg is. EXCLUSIEF is de standaardinstelling.
PROMPT VOOR HANDMATIG INVOEREN. Als u ALTIJD selecteert (de
standaardwaarde), wordt altijd een bericht weergegeven voordat papier uit de
multifunctionele lade wordt gehaald. Als u TENZIJ GELADEN selecteert, wordt het
bericht alleen weergegeven als de multifunctionele lade leeg is.
PS OF AFDRUKMATERIAAL. Deze instelling is van invloed op de wijze waarop niet-
HP PostScript-stuurprogramma's werken met de printer. U hoeft deze instelling niet te
wijzigen als u de stuurprogramma's gebruikt die HP verschaft. Als de optie is ingesteld
op INGESCHAKELD, gebruiken niet-HP PostScript-stuurprogramma's dezelfde
ladeselectiemethode van HP als de HP-stuurprogramma's. Als de optie is ingesteld op
UITGESCHAKELD, gebruiken bepaalde niet-HP PostScript-stuurprogramma's de
PostScript-ladeselectiemethode in plaats van de HP-methode.
PROMPT TYPE/FORMAAT. Gebruik deze optie om te bepalen of het
ladeconfiguratiebericht en de bijbehorende berichten worden weergegeven als een lade
wordt geopend en gesloten. Deze berichten geven aan dat u het soort of het formaat
moet wijzigen als de lade is geconfigureerd voor een ander soort of formaat dan het
soort of formaat dat in de lade is geladen.
14 Hoofdstuk 1 Basisinformatie over de printer NLWW
Zo stelt u Gebruik gewenste lade in:
1. Druk op M
ENU
om de menu's te openen.
2. Druk op (de knop P
IJL
OMLAAG
) om APPARAAT CONFIGUREREN te markeren.
3. Druk op (de knop S
ELECTEREN
) om APPARAAT CONFIGUREREN te selecteren.
4. Druk op (de knop P
IJL
OMLAAG
) om SYSTEEM- INSTELLINGEN te markeren.
5. Druk op (de knop S
ELECTEREN
) om SYSTEEM- INSTELLINGEN te selecteren.
6. Druk op (de knop P
IJL
OMLAAG
) om GEDRAG VAN LADE te markeren.
7. Druk op (de knop S
ELECTEREN
) om GEDRAG VAN LADE te selecteren.
8. Druk op (de knop S
ELECTEREN
) om GEBRUIK GEWENSTE LADE te selecteren.
9. Druk op (de knop P
IJL
OMHOOG
) of (de knop P
IJL
OMLAAG
) om EXCLUSIEF of EERSTE
te selecteren.
10. Druk op (de knop S
ELECTEREN
) om het gedrag in te stellen.
11. Druk op M
ENU
om het menu te sluiten.
Zo stelt u de prompt voor handinvoer in:
1. Druk op M
ENU
om de menu's te openen.
2. Druk op (de knop P
IJL
OMLAAG
) om APPARAAT CONFIGUREREN te markeren.
3. Druk op (de knop S
ELECTEREN
) om APPARAAT CONFIGUREREN te selecteren.
4. Druk op (de knop P
IJL
OMLAAG
) om SYSTEEM- INSTELLINGEN te markeren.
5. Druk op (de knop S
ELECTEREN
) om SYSTEEM- INSTELLINGEN te selecteren.
6. Druk op (de knop P
IJL
OMLAAG
) om GEDRAG VAN LADE te markeren.
7. Druk op (de knop S
ELECTEREN
) om GEDRAG VAN LADE te selecteren.
8. Druk op (de knop P
IJL
OMLAAG
) om PROMPT HANDINVOER te markeren.
9. Druk op (de knop S
ELECTEREN
) om PROMPT HANDINVOER te selecteren.
10. Druk op (de knop P
IJL
OMHOOG
) of (de knop P
IJL
OMLAAG
) om ALTIJD of TENZIJ
GELADEN te selecteren.
11. Druk op (de knop S
ELECTEREN
) om het gedrag in te stellen.
12. Druk op M
ENU
om het menu te sluiten.
NLWW Bedieningspaneel 15
Zo stelt u de printerstandaard voor PS of afdrukmateriaal in:
1. Druk op M
ENU
om de menu's te openen.
2. Druk op (de knop P
IJL
OMLAAG
) om APPARAAT CONFIGUREREN te markeren.
3. Druk op (de knop S
ELECTEREN
) om APPARAAT CONFIGUREREN te selecteren.
4. Druk op (de knop P
IJL
OMLAAG
) om SYSTEEM- INSTELLINGEN te markeren.
5. Druk op (de knop S
ELECTEREN
) om SYSTEEM- INSTELLINGEN te selecteren.
6. Druk op (de knop P
IJL
OMLAAG
) om GEDRAG VAN LADE te markeren.
7. Druk op (de knop S
ELECTEREN
) om GEDRAG VAN LADE te selecteren.
8. Druk op (de knop S
ELECTEREN
) om PS OF AFDRUKMATERIAAL te selecteren.
9. Druk op (de knop P
IJL
OMHOOG
) of (de knop P
IJL
OMLAAG
) om INGESCHAKELD of
UITGESCHAKELD te selecteren.
10. Druk op (de knop S
ELECTEREN
) om het gedrag in te stellen.
11. Druk op M
ENU
om het menu te sluiten.
Zo stelt u de prompt voor soort/formaat in:
1. Druk op M
ENU
om de menu's te openen.
2. Druk op (de knop P
IJL
OMLAAG
) om APPARAAT CONFIGUREREN te markeren.
3. Druk op (de knop S
ELECTEREN
) om APPARAAT CONFIGUREREN te selecteren.
4. Druk op (de knop P
IJL
OMLAAG
) om SYSTEEM- INSTELLINGEN te markeren.
5. Druk op (de knop S
ELECTEREN
) om SYSTEEM- INSTELLINGEN te selecteren.
6. Druk op (de knop P
IJL
OMLAAG
) om GEDRAG VAN LADE te markeren.
7. Druk op (de knop S
ELECTEREN
) om GEDRAG VAN LADE te selecteren.
8. Druk op (de knop S
ELECTEREN
) om PROMPT TYPE/FORMAAT te selecteren.
9. Druk op (de knop P
IJL
OMHOOG
) of (de knop P
IJL
OMLAAG
) om WEERGEVEN of NIET
WEERGEVEN te selecteren.
10. Druk op (de knop S
ELECTEREN
) om het gedrag in te stellen.
11. Druk op M
ENU
om het menu te sluiten.
Sluimervertraging
Met de aanpasbare functie Sluimervertraging wordt het stroomverbruik verminderd als de
printer gedurende een langere periode inactief is. U kunt de tijd voordat de sluimermodus
voor de printer actief wordt, instellen op 1 MINUUT, 15 MINUTEN, 30 MINUTEN, 60
MINUTEN, 90 MINUTEN 2 UUR of 4 UUR. De standaardinstelling is 30 MINUTEN.
Opmerking Het display van het bedieningspaneel van de printer wordt gedimd als de sluimermodus van
de printer actief is. De sluimermodus is niet van invloed op de opwarmtijd van de printer
tenzij de sluimermodus gedurende meer dan acht uur actief was voor de printer.
16 Hoofdstuk 1 Basisinformatie over de printer NLWW
Zo stelt u de sluimervertraging in:
1. Druk op M
ENU
om de menu's te openen.
2. Druk op (de knop P
IJL
OMLAAG
) om APPARAAT CONFIGUREREN te markeren.
3. Druk op (de knop S
ELECTEREN
) om APPARAAT CONFIGUREREN te selecteren.
4. Druk op (de knop P
IJL
OMLAAG
) om SYSTEEM- INSTELLINGEN te markeren.
5. Druk op (de knop S
ELECTEREN
) om SYSTEEM- INSTELLINGEN te selecteren.
6. Druk op (de knop P
IJL
OMLAAG
) om VERTRAGING SLUIMERSTAND te markeren.
7. Druk op (de knop S
ELECTEREN
) om VERTRAGING SLUIMERSTAND te selecteren.
8. Druk op (de knop P
IJL
OMHOOG
) of (de knop P
IJL
OMLAAG
) om de juiste periode te
selecteren.
9. Druk op (de knop S
ELECTEREN
) om de periode in te stellen.
10. Druk op M
ENU
om het menu te sluiten.
Zo schakelt u de sluimermodus in of uit:
1. Druk op M
ENU
om de menu's te openen.
2. Druk op (de knop P
IJL
OMLAAG
) om APPARAAT CONFIGUREREN te markeren.
3. Druk op (de knop S
ELECTEREN
) om APPARAAT CONFIGUREREN te selecteren.
4. Druk op (de knop P
IJL
OMLAAG
) om HERSTELLEN te markeren.
5. Druk op (de knop S
ELECTEREN
) om HERSTELLEN te selecteren.
6. Druk op (de knop P
IJL
OMLAAG
) om SLUIMERMODUS te markeren.
7. Druk op (de knop S
ELECTEREN
) om SLUIMERMODUS te selecteren.
8. Druk op (de knop P
IJL
OMHOOG
) of (de knop P
IJL
OMLAAG
) om AAN of UIT te selecteren.
9. Druk op (de knop S
ELECTEREN
) om de selectie in te stellen.
10. Druk op M
ENU
om het menu te sluiten.
Printerbesturingstaal
Deze printer bevat een voorziening voor het automatisch omschakelen naar een andere
printerbesturingstaal.
Met AUTO wordt de printer zo geconfigureerd dat automatisch het soort afdruktaak
wordt gevonden en de printerbesturingstaal wordt geconfigureerd om die taak te kunnen
afdrukken. Dit is de standaardinstelling. Gebruik deze instelling tenzij u problemen
ervaart.
Met PCL wordt de printer geconfigureerd voor het gebruik van PCL (Printer Control
Language).
Met PDF wordt de printer geconfigureerd om PDF-bestanden af te drukken. (Deze optie
is alleen beschikbaar als de printer voldoende geheugen heeft.)
Met PS wordt de printer geconfigureerd om PostScript-emulatie te gebruiken.
NLWW Bedieningspaneel 17
Ga als volgt te werk om de personality in te stellen
1. Druk op M
ENU
om de menu's te openen.
2. Druk op (de knop P
IJL
OMLAAG
) om APPARAAT CONFIGUREREN te markeren.
3. Druk op (de knop S
ELECTEREN
) om APPARAAT CONFIGUREREN te selecteren.
4. Druk op (de knop P
IJL
OMLAAG
) om SYSTEEM- INSTELLINGEN te markeren.
5. Druk op (de knop S
ELECTEREN
) om SYSTEEM- INSTELLINGEN te selecteren.
6. Druk op (de knop P
IJL
OMLAAG
) om PERSONALITY te markeren.
7. Druk op (de knop S
ELECTEREN
) om PERSONALITY te selecteren.
8. Druk op (de knop P
IJL
OMHOOG
) of (de knop P
IJL
OMLAAG
) om de juiste
printerbesturingstaal te selecteren (AUTO, PS, PCL of PDF).
9. Druk op (de knop S
ELECTEREN
) om de printerbesturingstaal in te stellen.
10. Druk op M
ENU
om het menu te sluiten.
Verwijderbare waarschuwingen
U kunt met deze optie de weergavetijd bepalen voor verwijderbare waarschuwingen van het
bedieningspaneel door AAN of TAAK te selecteren. De standaardwaarde is TAAK.
Selecteer AAN om verwijderbare waarschuwingen weer te geven totdat u op (de
knop S
ELECTEREN
) drukt.
Selecteer TAAK om verwijderbare waarschuwingen weer te geven tot het einde van de
taak waarin deze zijn gegenereerd.
Ga als volgt te werk om de wisbare waarschuwingen in te stellen
1. Druk op M
ENU
om de menu's te openen.
2. Druk op (de knop P
IJL
OMLAAG
) om APPARAAT CONFIGUREREN te markeren.
3. Druk op (de knop S
ELECTEREN
) om APPARAAT CONFIGUREREN te selecteren.
4. Druk op (de knop S
ELECTEREN
) om SYSTEEM- INSTELLINGEN te markeren.
5. Druk op (de knop S
ELECTEREN
) om SYSTEEM- INSTELLINGEN te selecteren.
6. Druk op (de knop P
IJL
OMLAAG
) om VERWIJDERBARE WAARSCHUWINGEN te
markeren.
7. Druk op (de knop S
ELECTEREN
) om VERWIJDERBARE WAARSCHUWINGEN te
selecteren.
8. Druk op (de knop P
IJL
OMHOOG
) of (de knop P
IJL
OMLAAG
) om de juiste instelling te
selecteren.
9. Druk op (de knop S
ELECTEREN
) om de selectie in te stellen.
10. Druk op M
ENU
om het menu te sluiten.
18 Hoofdstuk 1 Basisinformatie over de printer NLWW
Automatisch doorgaan
U kunt vaststellen hoe de printer zich gedraagt als het systeem een Automatisch doorgaan-
fout genereert. AAN is de standaardinstelling.
Selecteer AAN als u wilt dat het foutbericht gedurende tien seconden wordt
weergegeven voordat de printer automatisch doorgaat met afdrukken.
Selecteer UIT om het afdrukken te onderbreken wanneer een foutbericht wordt
weergegeven en totdat u drukt op (de knop S
ELECTEREN
).
Ga als volgt te werk om de printer in te stellen op automatisch doorgaan
1. Druk op M
ENU
om de menu's te openen.
2. Druk op (de knop P
IJL
OMLAAG
) om APPARAAT CONFIGUREREN te markeren.
3. Druk op (de knop S
ELECTEREN
) om APPARAAT CONFIGUREREN te selecteren.
4. Druk op (de knop P
IJL
OMLAAG
) om SYSTEEM- INSTELLINGEN te markeren.
5. Druk op (de knop S
ELECTEREN
) om SYSTEEM- INSTELLINGEN te selecteren.
6. Druk op (de knop P
IJL
OMLAAG
) om AUTOMATISCH DOORGAAN te markeren.
7. Druk op (de knop S
ELECTEREN
) om AUTOMATISCH DOORGAAN te selecteren.
8. Druk op (de knop P
IJL
OMHOOG
) of (de knop P
IJL
OMLAAG
) om de juiste instelling te
selecteren.
9. Druk op (de knop S
ELECTEREN
) om de selectie in te stellen.
10. Druk op M
ENU
om het menu te sluiten.
Cartridge bijna leeg
De printer bevat twee opties waarmee wordt aangegeven dat de printcartridge bijna leeg is:
DOORGAAN is de standaardwaarde.
Selecteer DOORGAAN zodat de printer kan doorgaan met afdrukken terwijl er een
waarschuwing verschijnt en totdat de printcartridge wordt vervangen.
Selecteer STOP als u wilt dat de printer het afdrukken onderbreekt totdat u de gebruikte
printcartridge hebt vervangen of druk op (de knop S
ELECTEREN
), waarmee de printer
kan afdrukken terwijl de waarschuwing verschijnt.
NLWW Bedieningspaneel 19
Zo stelt u in dat wordt aangegeven wanneer benodigdheden bijna op zijn:
1. Druk op M
ENU
om de menu's te openen.
2. Druk op (de knop P
IJL
OMLAAG
) om APPARAAT CONFIGUREREN te markeren.
3. Druk op (de knop S
ELECTEREN
) om APPARAAT CONFIGUREREN te selecteren.
4. Druk op (de knop P
IJL
OMLAAG
) om SYSTEEM- INSTELLINGEN te markeren.
5. Druk op (de knop S
ELECTEREN
) om SYSTEEM- INSTELLINGEN te selecteren.
6. Druk op (de knop P
IJL
OMLAAG
) om CARTRIDGE BIJNA LEEG te markeren.
7. Druk op (de knop S
ELECTEREN
) om CARTRIDGE BIJNA LEEG te selecteren.
8. Druk op (de knop P
IJL
OMHOOG
) of (de knop P
IJL
OMLAAG
) om de juiste instelling te
selecteren.
9. Druk op (de knop S
ELECTEREN
) om de selectie in te stellen.
10. Druk op M
ENU
om het menu te sluiten.
Cartridge leeg
De printer bevat twee opties voor deze menuoptie.
Selecteer DOORGAAN zodat de printer kan doorgaan met afdrukken. De waarschuwing
VERVANG CARTRIDGE verschijnt totdat de printcartridge wordt vervangen. In deze
modus kunt u slechts voor een bepaald aantal pagina's verdergaan met afdrukken.
Daarna stopt de printer met afdrukken totdat u de lege printcartridge vervangt. Dit is de
standaardinstelling.
Selecteer STOP als u wilt dat de printer stopt met afdrukken totdat de lege printcartridge
wordt vervangen.
Zo stelt u de reactie op een lege cartridge in:
1. Druk op M
ENU
om de menu's te openen.
2. Druk op (de knop P
IJL
OMLAAG
) om APPARAAT CONFIGUREREN te markeren.
3. Druk op (de knop S
ELECTEREN
) om APPARAAT CONFIGUREREN te selecteren.
4. Druk op (de knop P
IJL
OMLAAG
) om SYSTEEM- INSTELLINGEN te markeren.
5. Druk op (de knop S
ELECTEREN
) om SYSTEEM- INSTELLINGEN te selecteren.
6. Druk op (de knop P
IJL
OMLAAG
) om CARTRIDGE LEEG te markeren.
7. Druk op (de knop S
ELECTEREN
) om CARTRIDGE LEEG te selecteren.
8. Druk op (de knop P
IJL
OMHOOG
) of (de knop P
IJL
OMLAAG
) om de juiste instelling te
selecteren.
9. Druk op (de knop S
ELECTEREN
) om de selectie in te stellen.
10. Druk op M
ENU
om het menu te sluiten.
20 Hoofdstuk 1 Basisinformatie over de printer NLWW
Hervatten na papierstoring
Gebruik deze optie om de reactie van de printer op storingen te configureren, zoals de wijze
waarop de printer de betrokken pagina's verwerkt. AUTO is de standaardwaarde.
AUTO. De printer schakelt automatisch Hervatten na papierstoring in als er voldoende
geheugen beschikbaar is.
AAN. De printer drukt elke pagina opnieuw af die in een storing betrokken is. Er wordt
aanvullend geheugen toegewezen om de laatste paar afgedrukte pagina's op te slaan.
Dit kan ten koste gaan van de algehele prestaties.
UIT. De printer drukt geen pagina's opnieuw af die in een storing betrokken waren.
Omdat er geen geheugen wordt gebruikt om de meest recente pagina's op te slaan,
worden de algehele printerprestaties mogelijk geoptimaliseerd.
Zo stelt u de reactie voor het hervatten na een papierstoring in:
1. Druk op M
ENU
om de menu's te openen.
2. Druk op (de knop P
IJL
OMLAAG
) om APPARAAT CONFIGUREREN te markeren.
3. Druk op (de knop S
ELECTEREN
) om APPARAAT CONFIGUREREN te selecteren.
4. Druk op (de knop P
IJL
OMLAAG
) om SYSTEEM- INSTELLINGEN te markeren.
5. Druk op (de knop S
ELECTEREN
) om SYSTEEM- INSTELLINGEN te selecteren.
6. Druk op (de knop P
IJL
OMLAAG
) om HERSTEL PAPIERSTORING te markeren.
7. Druk op (de knop S
ELECTEREN
) om HERSTEL PAPIERSTORING te selecteren.
8. Druk op (de knop P
IJL
OMHOOG
) of (de knop P
IJL
OMLAAG
) om de juiste instelling te
selecteren.
9. Druk op (de knop S
ELECTEREN
) om de selectie in te stellen.
10. Druk op M
ENU
om het menu te sluiten.
RAM-schijf
Met deze optie wordt bepaald hoe de functie RAM-schijf wordt geconfigureerd. Deze optie is
alleen beschikbaar als de printer ten minste 8 MB beschikbaar geheugen bevat. De
standaardinstelling is AUTO.
AUTO. Hiermee kan de printer de optimale grootte voor de RAM-schijf bepalen,
gebaseerd op de hoeveelheid beschikbaar geheugen.
UIT. De RAM-schijf wordt uitgeschakeld, maar er is nog steeds een minimale RAM-schijf
actief (voldoende om één pagina te scannen).
NLWW Bedieningspaneel 21
Zo stelt u de RAM-schijf in:
1. Druk op M
ENU
om de menu's te openen.
2. Druk op (de knop P
IJL
OMLAAG
) om APPARAAT CONFIGUREREN te markeren.
3. Druk op (de knop S
ELECTEREN
) om APPARAAT CONFIGUREREN te selecteren.
4. Druk op (de knop P
IJL
OMLAAG
) om SYSTEEM- INSTELLINGEN te markeren.
5. Druk op (de knop S
ELECTEREN
) om SYSTEEM- INSTELLINGEN te selecteren.
6. Druk op (de knop P
IJL
OMLAAG
) om RAMDISK te markeren.
7. Druk op (de knop S
ELECTEREN
) om RAMDISK te selecteren.
8. Druk op (de knop P
IJL
OMHOOG
) of (de knop P
IJL
OMLAAG
) om de juiste instelling te
selecteren.
9. Druk op (de knop S
ELECTEREN
) om de selectie in te stellen.
10. Druk op M
ENU
om het menu te sluiten.
Taal
Als TAAL op het bedieningspaneel in het Engels wordt weergegeven, gebruikt u de
volgende procedure. Schakel anders de printer uit en vervolgens weer in. Als XXX MB
verschijnt, houdt u (de knop S
ELECTEREN
) ingedrukt. Als alle drie de lampjes van het
bedieningspaneel branden, laat u (de knop S
ELECTEREN
) los en gebruikt u de volgende
procedure om de taal in te stellen.
Ze selecteert u de taal:
1. Als SELECTEER EEN TAAL in het Engels verschijnt, drukt u op (de knop
S
ELECTEREN
) en wacht u totdat TAAL in het Engels verschijnt.
2. Druk op (de knop P
IJL
OMLAAG
) totdat de voorkeurstaal verschijnt.
3. Druk op (de knop S
ELECTEREN
) om de voorkeurstaal op te slaan.
22 Hoofdstuk 1 Basisinformatie over de printer NLWW
Software
Bij de printer wordt handige software geleverd, zoals printerstuurprogramma's en optionele
programma's. HP adviseert de geleverde software te installeren zodat u de printer
gemakkelijk kunt instellen en de volledige functionaliteit van het apparaat kunt benutten.
Raadpleeg de installatienotities en de Leesmij-bestanden op de cd-rom van de printer voor
extra software en talen. HP-software is niet in alle talen beschikbaar.
Besturingssystemen en printercomponenten
Deze cd-rom van de printer bevat de softwarecomponenten en de stuurprogramma's voor
eindgebruikers en netwerkbeheerders. U moet de printerstuurprogramma's die op de cd-rom
staan, hebben geïnstalleerd om volledig te kunnen profiteren van de functies van de printer.
De andere programma's worden aanbevolen, maar zijn niet absoluut noodzakelijk.
Raadpleeg de installatienotities en Leesmij-bestanden op de cd-rom van de printer voor
meer informatie.
De cd-rom bevat software die is ontworpen voor gebruikers en netwerkbeheerders die in de
volgende omgevingen werken:
Microsoft
®
Windows
®
98 en Windows Millennium Edition (Me)
Microsoft Windows NT
®
4.0 (alleen parallelle verbindingen en netwerkverbindingen)
Microsoft Windows 2000, Windows XP en Windows Server 2003
Apple Mac OS versie 9.1 en hoger en OS X versie 10.1 of hoger
De meest recente printerstuurprogramma's voor alle ondersteunde besturingssystemen zijn
beschikbaar op http://www.hp.com/go/lj2410_software, http://www.hp.com/go/
lj2420_software, of http://www.hp.com/go/lj2430_software. Als u geen toegang heeft tot
Internet, raadpleeg dan de ondersteuningsbrochure die bij de printer is geleverd voor
informatie over het verkrijgen van de meest recente software,
De volgende tabel bevat een overzicht van de voor de printer beschikbare software.
Software Windows
98/Me
Windows
NT 4.0
Windows
2000/XP/
Server 2003
Mac OS UNIX®/Linux OS/2
Installatieprogramma voor
Windows
x x x
PCL 6 x x x
PCL 5 x x x
PostScript-emulatie x x x
HP Web Jetadmin* x x x
Installatieprogramma voor
Macintosh
x
Macintosh PPD-bestanden
(PostScript Printer
Description, PostScript-
printerbeschrijving)
x
NLWW Software 23
Software Windows
98/Me
Windows
NT 4.0
Windows
2000/XP/
Server 2003
Mac OS UNIX®/Linux OS/2
IBM-stuurprogramma's* x
Modelscripts* x
*Alleen beschikbaar via het World Wide Web.
Printerstuurprogramma's
Printerstuurprogramma's geven toegang tot de printerfuncties en zorgen ervoor dat de
computer met de printer kan communiceren (via een printertaal). Raadpleeg de
installatienotities, Leesmij en meest recente Leesmij-bestanden op de cd-rom voor
aanvullende software en talen.
De volgende printerstuurprogramma's worden bij de printer geleverd. De meest recente
stuurprogramma's zijn beschikbaar op http://www.hp.com/go/lj2410_software,
http://www.hp.com/go/lj2420_software, of http://www.hp.com/go/lj2430_software. Afhankelijk
van de configuratie van computers die onder Windows worden uitgevoerd, controleert het
installatieprogramma voor de printersoftware automatisch of de computer toegang heeft tot
de nieuwste stuurprogramma's die via het internet beschikbaar zijn.
Besturingssysteem1PCL 6 PCL 5 PS PPD2
Windows 98, Me x x x x
Windows NT 4.0 x x x x
Windows 2000, XP, Server 2003 x x x x
Macintosh OS x x
1
Niet alle printerfuncties zijn beschikbaar voor alle stuurprogramma's of
besturingssystemen. Zie de contextafhankelijke Help in het printerstuurprogramma voor
beschikbare functies.
2
PPD-bestanden (PostScript Printer Description, PostScript-printerbeschrijving)
Opmerking Als tijdens de software-installatie niet automatisch op het internet is gezocht naar de laatste
stuurprogramma's, downloadt u deze van http://www.hp.com/go/lj2410_software,
http://www.hp.com/go/lj2420_software, of http://www.hp.com/go/lj2430_software. Als u
verbinding hebt, klikt u op Downloads and Drivers om het stuurprogramma te zoeken dat u
wilt downloaden.
U kunt modelscripts voor UNIX en Linux downloaden vanaf het internet of bestellen bij een
erkende service- of ondersteuningsdienst van HP. Zie http://www.hp.com/go/linux voor Linux-
ondersteuning. Zie http://www.hp.com/go/jetdirectunix_software voor UNIX-ondersteuning.
Zie de ondersteuningsbrochure in de verpakking van de printer voor aanvullende informatie.
Opmerking Als het gewenste printerstuurprogramma niet op de cd-rom van de printer staat of hier niet
wordt vermeld, raadpleegt u de installatienotities, Leesmij en de meest recente Leesmij-
bestanden om te zien of het printerstuurprogramma wordt ondersteund. Als het
stuurprogramma niet wordt ondersteund, neemt u contact op met de software- of
computerfabrikant van het programma dat u gebruikt en verzoekt u om een stuurprogramma
voor de printer.
24 Hoofdstuk 1 Basisinformatie over de printer NLWW
Aanvullende stuurprogramma's
De volgende stuurprogramma's worden niet op de cd-rom geleverd, maar zijn wel
beschikbaar via het internet.
OS/2 PCL 5- of PCL 6-printerstuurprogramma.
OS/2 PS-printerstuurprogramma.
UNIX-modelscripts.
Linux-stuurprogramma's.
HP OpenVMS-stuurprogramma's.
Opmerking De OS/2-stuurprogramma's kunt u verkrijgen bij IBM en worden geleverd bij OS/2. Deze zijn
niet beschikbaar voor Vereenvoudigd Chinees, Koreaans, Japans of Traditioneel Chinees.
Het juiste printerstuurprogramma selecteren voor uw specifieke
behoeften
Selecteer een printerstuurprogramma op basis van uw gebruik van de printer. Bepaalde
printerfuncties zijn uitsluitend beschikbaar in de PCL 6-stuurprogramma's. Raadpleeg de
Help van het printerstuurprogramma voor beschikbare functies.
Gebruik het PCL 6-stuurprogramma om de functies van de printer volledig te benutten.
Voor algemene afdruktaken wordt het PCL 6-stuurprogramma aanbevolen voor het
leveren van optimale prestaties en afdrukkwaliteit.
Gebruik het PCL 5-stuurprogramma als achterwaartse compatibiliteit met voorgaande
PCL-printerstuurprogramma's of oudere printers nodig is.
Gebruik het PS-stuurprogramma als u voornamelijk afdrukt met PostScript-programma's
zoals Adobe
®
en Corel, voor compatibiliteit met PostScript Level 3 of voor ondersteuning
van PS CompactFlash-lettertypen.
Opmerking De printer schakelt automatisch tussen PS- en PCL-printertalen heen en weer.
Printerdriver Help
Elk printerstuurprogramma bevat Help-schermen die kunnen worden geactiveerd met de
knop Help, F1 op het toetsenbord van de computer of een vraagtekensymbool in de
rechterbovenhoek van het printerstuurprogramma (afhankelijk van het gebruikte Windows-
besturingssysteem). U kunt de Help van het printerstuurprogramma ook openen door met de
rechtermuisknop te klikken op een optie in het stuurprogramma en vervolgens te klikken op
Wat is dit? Deze Help-schermen geven uitgebreide informatie over het specifieke
stuurprogramma. De Help bij het printerstuurprogramma staat los van de Help van uw
programma.
Printerstuurprogramma's gebruiken
Open met een van de volgende methoden de printerstuurprogramma's van uw computer:
NLWW Software 25
Besturingssysteem De instellingen van alle
afdruktaken wijzigen totdat
het softwareprogramma
wordt gesloten
De standaardinstellingen
van afdruktaken wijzigen
(bijvoorbeeld Dubbelzijdig
afdrukken standaard
inschakelen)
De configuratie-instellingen
wijzigen (bijvoorbeeld een
fysieke optie toevoegen
zoals een lade of een functie
van het stuurprogramma in-
of uitschakelen zoals
Handmatig dubbelzijdig
afdrukken toestaan)
Windows 98, NT 4.0
en ME
In het menu Bestand van het
softwareprogramma klikt u op
Afdrukken. Selecteer de
printer en klik op
Eigenschappen.
De stappen kunnen variëren.
Dit is de meeste voorkomende
procedure.
Klik op Start, klik op
Instellingen en klik
vervolgens op Printers. Klik
met de rechtermuisknop op
het printerpictogram en
selecteer vervolgens
Eigenschappen (Windows 98
en Me) of Standaardwaarden
document (NT 4.0).
Klik op Start, klik op
Instellingen en klik
vervolgens op Printers. Klik
met de rechtermuisknop op
het printerpictogram en klik
vervolgens op
Eigenschappen. Klik op het
tabblad Configureren.
Windows 2000, XP en
Server 2003
In het menu Bestand van het
softwareprogramma klikt u op
Afdrukken. Selecteer de
printer en klik op
Eigenschappen of
Voorkeuren.
De stappen kunnen variëren.
Dit is de meeste voorkomende
procedure.
Klik op Start, Instellingen en
klik vervolgens op Printers of
Printers en faxapparaten.
Klik met de rechtermuisknop
op het printerpictogram en
selecteer vervolgens
Afdrukvoorkeuren.
Klik op Start, Instellingen en
klik vervolgens op Printers of
Printers en faxapparaten.
Klik met de rechtermuisknop
op het printerpictogram en klik
vervolgens op
Eigenschappen. Klik op het
tabblad Apparaatinstellingen.
Macintosh OS V9.1 In het menu Archief klikt u op
Print. Wijzig de gewenste
instellingen in de verschillende
pop-upmenu's.
In het menu Archief klikt u op
Print. Klik na het wijzigen van
instellingen in het pop-upmenu
op Bewaar instellingen.
Klik op het printerpictogram op
het bureaublad. In het menu
Print klikt u op Wijzig
configuratie.
Macintosh OS X V10.1 In het menu Archief klikt u op
Print. Wijzig de gewenste
instellingen in de verschillende
pop-upmenu's.
In het menu Archief klikt u op
Print. Wijzig de gewenste
instellingen in de verschillende
pop-upmenu's en klik
vervolgens in het hoofdpop-
upmenu op Bewaar speciale
instellingen. Deze
instellingen worden
opgeslagen als de optie
Speciaal. Als u de nieuwe
instellingen wilt gebruiken,
moet u de optie Speciaal
telkens selecteren wanneer u
een programma opent en gaat
afdrukken.
Verwijder het
printerstuurprogramma en
installeer de printer opnieuw.
Het stuurprogramma wordt
automatisch geconfigureerd
met de nieuwe opties wanneer
het opnieuw wordt
geïnstalleerd.
Opmerking
Gebruik deze procedure
uitsluitend voor AppleTalk-
verbindingen. Configuratie-
instellingen zijn mogelijk niet
beschikbaar in de Classic-
modus.
26 Hoofdstuk 1 Basisinformatie over de printer NLWW
Besturingssysteem De instellingen van alle
afdruktaken wijzigen totdat
het softwareprogramma
wordt gesloten
De standaardinstellingen
van afdruktaken wijzigen
(bijvoorbeeld Dubbelzijdig
afdrukken standaard
inschakelen)
De configuratie-instellingen
wijzigen (bijvoorbeeld een
fysieke optie toevoegen
zoals een lade of een functie
van het stuurprogramma in-
of uitschakelen zoals
Handmatig dubbelzijdig
afdrukken toestaan)
Macintosh OS X V10.2 In het menu Archief klikt u op
Print. Wijzig de gewenste
instellingen in de verschillende
pop-upmenu's.
In het menu Archief klikt u op
Print. Wijzig de gewenste
instellingen in de verschillende
pop-upmenu's en klik
vervolgens in het pop-upmenu
Voorinstellingen op Bewaar
als en typ een naam voor de
voorinstelling. Deze
instellingen worden in het
menu Voorinstellingen
opgeslagen. Als u de nieuwe
instellingen wilt gebruiken,
moet u de opgeslagen
vooringestelde optie
selecteren wanneer u een
programma opent en wilt
afdrukken.
Open Afdrukbeheer door de
vaste schijf te selecteren, op
Programma's en
Hulpprogramma's te klikken
en vervolgens te dubbelklikken
op Afdrukbeheer. Klik op de
afdrukwachtrij. In het menu
Printers klikt u op Toon info.
Klik op het menu
Installeerbare opties.
Opmerking
Configuratie-instellingen zijn
mogelijk niet beschikbaar in de
Classic-modus.
Macintosh OS X V10.3 In het menu Archief klikt u op
Print. Wijzig de gewenste
instellingen in de verschillende
pop-upmenu's.
In het menu Archief klikt u op
Print. Wijzig de gewenste
instellingen in de verschillende
pop-upmenu's en klik
vervolgens in het pop-upmenu
Voorinstellingen op Bewaar
als en typ een naam voor de
voorinstelling. Deze
instellingen worden in het
menu Voorinstellingen
opgeslagen. Als u de nieuwe
instellingen wilt gebruiken,
moet u de opgeslagen
vooringestelde optie
selecteren wanneer u een
programma opent en wilt
afdrukken.
Open Printer Setup Utility
door de vaste schijf te
selecteren, op Programma's
en Hulpprogramma's te
klikken en vervolgens te
dubbelklikken op Printer
Setup Utility. Klik op de
afdrukwachtrij. In het menu
Printers klikt u op Toon info.
Klik op het menu
Installeerbare opties.
Software voor Macintosh-computers
Het installatieprogramma van HP bevat PPD-bestanden (PostScript Printer Description,
PostScript-printerbeschrijving), PDE's (Printer Dialog Extensions, printerdialoogextensies)
en het HP LaserJet-hulpprogramma voor gebruik met Macintosh-computers.
De geïntegreerde webserver kan met de Macintosh-computers worden gebruikt als de
printer op een netwerk is aangesloten. Zie De geïntegreerde webserver gebruiken voor
meer informatie.
NLWW Software 27
PPD's
PPD's in combinatie met de Apple PostScript-stuurprogramma's bieden toegang tot de
printerfuncties en zorgen ervoor dat de computer kan communiceren met de printer. Een
installatieprogramma voor de PPD's, PDE's en andere software bevindt zich op de cd-rom.
Gebruik het juiste PS-stuurprogramma dat bij het besturingssysteem wordt geleverd.
HP LaserJet-hulpprogramma
Gebruik het HP LaserJet-hulpprogramma voor de besturing van functies die niet
beschikbaar zijn in het stuurprogramma. Met de geïllustreerde schermen is de selectie van
printerfuncties gemakkelijk. Gebruik het HP LaserJet-hulpprogramma om de volgende taken
uit te voeren:
de printer een naam geven, deze aan een zone in het netwerk toewijzen en bestanden
en lettertypen downloaden;
de printer configureren en instellen voor afdrukken via IP (Internet Protocol).
Opmerking Het HP LaserJet-hulpprogramma wordt op dit moment niet ondersteund voor OS X, maar
ondersteunt wel de Classic-omgeving.
De systeemsoftware van de printer installeren
De printer wordt geleverd met printersysteemsoftware en printerstuurprogramma's op een
cd-rom. De printersysteemsoftware op de cd-rom moet worden geïnstalleerd om volledig te
kunnen profiteren van de functies van de printer.
Als u niet de beschikking hebt over een cd-rom-station, kunt u de printersysteemsoftware
downloaden van het internet op http://www.hp.com/go/lj2410_software, http://www.hp.com/
go/lj2420_software, of http://www.hp.com/go/lj2430_software
Opmerking Voorbeeldmodelscripts voor UNIX- (HP-UX
®
, Sun Solaris) en Linux-netwerken kunnen
worden gedownload van het World Wide Web. Zie http://www.hp.com/go/linux voor Linux-
ondersteuning. Zie http://www.hp.com/go/jetdirectunix_software voor UNIX-ondersteuning.
U kunt de laatste software gratis downladen op http://www.hp.com/go/lj2410_software,
http://www.hp.com/go/lj2420_software, of http://www.hp.com/go/lj2430_software.
Als u de installatie-instructies hebt opgevolgd en de software hebt geladen, raadpleegt u
Functies van het printerstuurprogramma gebruiken om de printer optimaal te benutten.
Printerdriver Help
Elk printerstuurprogramma bevat Help-schermen die kunnen worden geactiveerd met de
knop Help, F1 op het toetsenbord van de computer of een vraagtekensymbool in de
rechterbovenhoek van het printerstuurprogramma (afhankelijk van het gebruikte Windows-
besturingssysteem). Deze Help-schermen geven uitgebreide informatie over het specifieke
stuurprogramma. De Printerdriver Help staat los van uw programma Help.
Windows-printersysteemsoftware installeren voor rechtstreekse
verbindingen
In deze sectie wordt uitgelegd hoe de printersysteemsoftware wordt geïnstalleerd voor
Microsoft Windows 98, Windows Me, Windows NT 4.0, Windows 2000, Windows XP en
Windows Server 2003.
28 Hoofdstuk 1 Basisinformatie over de printer NLWW
Wanneer u de printersysteemsoftware installeert voor een rechtstreekse verbinding,
installeert u altijd eerst de software voordat u de parallelle kabel of de USB-kabel aansluit.
Raadpleeg De software installeren nadat de parallelle kabel of de USB-kabel is aangesloten
als de parallelle kabel of de USB-kabel is aangesloten voordat de software is geïnstalleerd.
Voor de rechtstreekse verbinding kunt u een parallelle kabel of een USB-kabel gebruiken.
Gebruik een kabel die voldoet aan IEEE 1284 of een standaard USB-kabel van 2 meter.
VOORZICHTIG Sluit de parallelle kabel en de USB-kabel niet tegelijk aan.
Opmerking Windows NT 4.0 biedt geen ondersteuning voor USB-kabelaansluitingen.
Zo installeert u de printersysteemsoftware:
1. Sluit alle geopende softwareprogramma's.
2. Plaats de cd-rom van de printer in het cd-rom-station.
Als het welkomstscherm niet wordt geopend, gaat u als volgt te werk:
1. Klik in het menu Start op Uitvoeren.
2. Typ het volgende (waarbij X de letter is van het cd-rom-station): X:\setup
3. Klik op OK.
3. Wanneer u hierom wordt gevraagd, klikt u op Printer installeren en volgt u de
aanwijzingen op het computerscherm.
4. Klik op Voltooien wanneer de installatie is voltooid.
5. Start de computer opnieuw op.
6. Druk een pagina vanuit een willekeurig softwareprogramma af om te controleren of de
software correct is geïnstalleerd.
Installeer de software opnieuw als de installatie mislukt. Als dit mislukt, raadpleegt u de
installatienotities en de Leesmij-bestanden op de cd-rom van de printer of de brochure in de
printerverpakking. U kunt ook naar http://www.hp.com/go/lj2410_software, http://www.hp.com/
go/lj2420_software, of http://www.hp.com/go/lj2430_software gaan voor hulp of meer
informatie.
Windows-printersysteemsoftware voor netwerken installeren
De software op de cd-rom van de printer ondersteunt netwerkinstallatie met een Microsoft-
netwerk (met uitzondering van Windows 3.1x). Ga voor netwerkinstallatie op andere
besturingssystemen naar http://www.hp.com/go/lj2410_software, http://www.hp.com/go/
lj2420_software, of http://www.hp.com/go/lj2430_software.
Opmerking Windows NT 4.0-stuurprogramma's moeten via de wizard Printer toevoegen van Windows
worden geïnstalleerd.
De HP Jetdirect-printserver die wordt geleverd bij printermodellen die de "n" in de
modelnaam bevatten, heeft een 10/100Base-TX-netwerkpoort. Zie Onderdelen, accessoires
en benodigdheden bestellen voor andere opties of neem contact op met de dichtstbijzijnde
HP-dealer. Zie HP on line klantenondersteuning.
Het installatieprogramma ondersteunt geen printerinstallatie of het maken van een
printerobject op servers van Novell. Het programma ondersteunt alleen netwerkinstallaties in
de rechtstreekse modus tussen Windows-computers en een printer. Als u de printer wilt
installeren en objecten op een server van Novell wilt maken, gebruikt u een hulpprogramma
van HP (zoals HP Web Jetadmin) of een hulpprogramma van Novell (zoals NWadmin).
NLWW Software 29
Zo installeert u de printersysteemsoftware:
1. U moet over beheerdersbevoegdheden beschikken als u de software onder Windows
NT 4.0, Windows 2000, Windows XP of Windows Server 2003 installeert.
Druk een Configuratiepagina af om ervoor te zorgen dat de HP Jetdirect-printserver juist
wordt geconfigureerd voor het netwerk. Zie Configuratiepagina. Houd het IP-adres op de
tweede pagina bij de hand. U hebt dit adres mogelijk nodig om de netwerkinstallatie te
voltooien.
2. Sluit alle geopende softwareprogramma's.
3. Plaats de cd-rom van de printer in het cd-rom-station.
4. Als het welkomstscherm niet wordt geopend, gaat u als volgt te werk:
1. Klik in het menu Start op Uitvoeren.
2. Typ het volgende (waarbij X de letter is van het cd-rom-station): X:\setup
3. Klik op OK.
5. Wanneer u hierom wordt gevraagd, klikt u op Printer installeren en volgt u de
aanwijzingen op het computerscherm.
6. Klik op Voltooien wanneer de installatie is voltooid.
7. Start de computer opnieuw op.
8. Druk een pagina vanuit een willekeurig softwareprogramma af om te controleren of de
software correct is geïnstalleerd.
Installeer de software opnieuw als de installatie mislukt. Als dit mislukt, raadpleegt u de
installatienotities en de Leesmij-bestanden op de cd-rom van de printer of de brochure in de
printerverpakking. U kunt ook naar http://www.hp.com/go/lj2410_software, http://www.hp.com/
go/lj2420_software, of http://www.hp.com/go/lj2430_software gaan voor hulp of meer
informatie.
Zo stelt u een Windows-computer in om de netwerkprinter te gebruiken met de functie
Delen in Windows:
U kunt de printer in het netwerk delen zodat ook andere netwerkgebruikers hiermee kunnen
afdrukken.
Raadpleeg de documentatie bij Windows om de functie Delen in te stellen. Nadat het delen
van de printer is ingesteld, installeert u de printersoftware op alle computers die van de
printer gebruik moeten maken.
Macintosh-printersysteemsoftware voor netwerken installeren
In deze sectie wordt beschreven hoe u Macintosh-printersysteemsoftware installeert. De
printersysteemsoftware ondersteunt Apple Mac OS 9.x en hoger en OS X V10.1 en hoger.
30 Hoofdstuk 1 Basisinformatie over de printer NLWW
De printersysteemsoftware bevat de volgende componenten:
PPD-bestanden (PostScript Printer Description, PostScript-printerbeschrijving).
Met de PPD-bestanden is in combinatie met het Apple LaserWriter 8-
printerstuurprogramma toegang mogelijk tot de printerfuncties en kan de computer met
de printer communiceren. De cd-rom die bij de printer is geleverd bevat een
installatieprogramma voor de PPD's en andere software. Gebruik ook het Apple
LaserWriter 8-printerstuurprogramma dat bij de computer wordt geleverd.
HP LaserJet-hulpprogramma. Via het HP LaserJet-hulpprogramma hebt u toegang tot
functies die niet beschikbaar zijn in het printerstuurprogramma. Gebruik de
geïllustreerde schermen om printerfuncties te selecteren en taken op de printer te
voltooien:
de printer een naam geven, de printer aan een zone in het netwerk toewijzen,
bestanden en lettertypen downloaden en een groot aantal printerinstellingen wijzigen;
een wachtwoord voor de printer instellen;
het niveau van de printerbenodigdheden controleren;
de printer configureren en instellen voor afdrukken via IP (Internet Protocol) of
AppleTalk.
Zo installeert u printerstuurprogramma's in Mac OS 9.x:
1. Sluit de netwerkkabel aan op de HP Jetdirect-printserver en op een netwerkpoort.
2. Plaats de cd-rom in het cd-rom-station. Het menu van de cd-rom verschijnt automatisch.
Als het menu van de cd-rom niet automatisch verschijnt, dubbelklikt u op het pictogram
van de cd-rom op het bureaublad en dubbelklikt u vervolgens op het pictogram Installer.
Dit pictogram vindt u in de map Installer/<taal> op de cd-rom Starter (waarbij <taal>
staat voor uw voorkeurstaal). De map Installer/English bevat bijvoorbeeld het Installer-
pictogram voor de Engelstalige printersoftware.
3. Volg de aanwijzingen op het scherm.
4. Klik vanuit HD op Programma's, Hulpprogramma's en open vervolgens Apple Desktop
Printer Utility.
5. Dubbelklik op Printer (AppleTalk).
6. Klik naast de AppleTalk-printerselectie op Wijzig.
7. Selecteer de printer, klik op Automatische configuratie en klik vervolgens op Maak aan.
8. Klik in het menu Print op Stel standaardprinter in.
Zo stelt u printerstuurprogramma's in Mac OS X V10.1 en hoger in:
1. Sluit de netwerkkabel aan op de HP Jetdirect-printserver en op een netwerkpoort.
2. Plaats de cd-rom in het cd-rom-station. Het menu van de cd-rom verschijnt automatisch.
Als het menu van de cd-rom niet automatisch verschijnt, dubbelklikt u op het pictogram
van de cd-rom op het bureaublad en dubbelklikt u vervolgens op het pictogram Installer.
Dit pictogram vindt u in de map Installer/<taal> op de cd-rom Starter (waarbij <taal>
staat voor uw voorkeurstaal). De map Installer/English bevat bijvoorbeeld het Installer-
pictogram voor de Engelstalige printersoftware.
3. Dubbelklik op de map HP LaserJet Installers.
4. Volg de aanwijzingen op het computerscherm.
NLWW Software 31
5. Dubbelklik op het pictogram Installer voor de gewenste taal.
Opmerking Als OS X en OS 9.x (Classic) op dezelfde computer zijn geïnstalleerd, worden in het
installatieprogramma zowel de Classic- als de OS X-installatieopties weergegeven.
6. Dubbelklik op de vaste schijf van uw computer op Programma's, dubbelklik op
Hulpprogramma's en vervolgens op Afdrukbeheer of Print Setup Utility.
Opmerking Als u OS X V10.3 gebruikt, is "Afdrukbeheer" vervangen door "Print Setup Utility".
7. Klik op Voeg printer toe.
8. Selecteer het type verbinding.
9. Selecteer de printernaam.
10. Klik op Voeg printer toe.
11. Sluit Afdrukbeheer of het Print Setup Utility door op de sluitknop te klikken in de
linkerbovenhoek.
Opmerking Macintosh-computers kunnen niet rechtstreeks worden aangesloten op de printer met een
parallelle poort.
Macintosh-printersysteemsoftware installeren voor rechtstreekse
verbindingen
Opmerking Macintosh-computers ondersteunen geen verbindingen via de parallelle poort.
In deze sectie wordt uitgelegd hoe u de printsysteemsoftware installeert voor OS 9.x en
hoger en OS X V10.1 en hoger.
Als u de PPD-bestanden wilt kunnen gebruiken, moet het Apple LaserWriter-
stuurprogramma worden geïnstalleerd. Gebruik het Apple LaserWriter 8-stuurprogramma
dat bij de Macintosh-computer is geleverd.
Zo installeert u de printersysteemsoftware:
1. Sluit een USB-kabel aan op de USB-poort op de printer en de USB-poort op de
computer. Gebruik een standaard-USB-kabel van 2 meter.
2. Sluit alle geopende softwareprogramma's.
3. Plaats de cd-rom van de printer in het cd-rom-station en voer het installatieprogramma
uit.
Het menu van de cd-rom verschijnt automatisch. Als het menu van de cd-rom niet
automatisch verschijnt, dubbelklikt u op het pictogram van de cd-rom op het bureaublad
en dubbelklikt u vervolgens op het pictogram Installer. Dit pictogram vindt u in de map
Installer/<taal> op de cd-rom Starter (waarbij <taal> staat voor uw voorkeurstaal).
4. Volg de aanwijzingen op het computerscherm.
5. Start de computer opnieuw op.
6. Voor Mac OS 9.x:
1. Klik vanuit HD op Programma's, Hulpprogramma's en open vervolgens Apple
Desktop Printer Utility.
2. Dubbelklik op Printer (USB) en klik vervolgens op OK.
3. Klik naast Selectie USB-printer op Wijzig.
32 Hoofdstuk 1 Basisinformatie over de printer NLWW
4. Selecteer de printer en klik op OK.
5. Klik naast Postscript-printerbeschrijvingsbestand (PPD) op Automatische
configuratie en klik vervolgens op Maak aan.
6. Klik in het menu Print op Stel standaardprinter in.
Voor Mac OS X:
1. Klik vanuit HD op Programma's en Hulpprogramma's en klik vervolgens op
Afdrukbeheer of Printer Setup Utility om afdrukbeheer of Printer Setup Utility te
starten.
2. Als de printer in de lijst met printers wordt weergegeven, verwijdert u de printer.
3. Klik op Voeg toe.
4. Klik in de vervolgkeuzelijst bovenin op USB.
5. Klik in de lijst met printermodellen op HP.
6. Klik onder de modelnaam op HP LaserJet 2400 series en klik vervolgens op Voeg
toe.
7. Druk een pagina vanuit een willekeurig softwareprogramma af om te controleren of de
software correct is geïnstalleerd.
Installeer de software opnieuw als de installatie mislukt. Als dit mislukt, raadpleegt u de
installatienotities en de Leesmij-bestanden op de cd-rom van de printer of de brochure in de
printerverpakking. U kunt ook naar http://www.hp.com/go/lj2410_software, http://www.hp.com/
go/lj2420_software, of http://www.hp.com/go/lj2430_software gaan voor hulp of meer
informatie.
De software installeren nadat de parallelle kabel of de USB-kabel is
aangesloten
Als u al een parallelle kabel of een USB-kabel op een Windows-computer hebt aangesloten,
verschijnt het dialoogvenster Nieuwe hardware gevonden als u de computer inschakelt.
Zo installeert u de software voor Windows 98 of Windows Me:
1. Klik in het dialoogvenster Nieuwe hardware gevonden op Cd-rom-station doorzoeken.
2. Klik op Volgende.
3. Volg de aanwijzingen op het computerscherm.
4. Druk een pagina vanuit een willekeurig softwareprogramma af om te controleren of de
printersoftware correct is geïnstalleerd.
Installeer de software opnieuw als de installatie mislukt. Als dit mislukt, raadpleegt u de
installatienotities en de Leesmij-bestanden op de cd-rom van de printer of de brochure in de
printerverpakking. U kunt ook naar http://www.hp.com/go/lj2410_software, http://www.hp.com/
go/lj2420_software, of http://www.hp.com/go/lj2430_software gaan voor hulp of meer
informatie.
Zo installeert u de software voor Windows 2000, Windows XP of Windows Server 2003:
1. Klik in het dialoogvenster Nieuwe hardware gevonden op Zoeken.
2. Schakel in het dialoogvenster Stuurprogrammabestanden zoeken het selectievakje
Een op te geven locatie in, schakel de andere selectievakjes uit en klik vervolgens op
Volgende.
NLWW Software 33
3. Typ het volgende (waarbij X de letter is van het cd-rom-station): X:\2000XP
4. Klik op Volgende.
5. Volg de aanwijzingen op het computerscherm.
6. Klik op Voltooien wanneer de installatie is voltooid.
7. Selecteer een taal en volg de aanwijzingen op het computerscherm.
8. Druk een pagina vanuit een willekeurig softwareprogramma af om te controleren of de
software correct is geïnstalleerd.
Installeer de software opnieuw als de installatie mislukt. Als dit mislukt, raadpleegt u de
installatienotities en de Leesmij-bestanden op de cd-rom van de printer of de brochure in de
printerverpakking. U kunt ook naar http://www.hp.com/go/lj2410_software, http://www.hp.com/
go/lj2420_software, of http://www.hp.com/go/lj2430_software gaan voor hulp of meer
informatie.
De software verwijderen
In deze sectie wordt uitgelegd hoe u de systeemsoftware van de printer verwijdert.
Zo verwijdert u software uit het besturingssysteem van Windows:
Gebruik Uninstaller om een of alle Windows HP-printersysteemcomponenten te selecteren
en te verwijderen.
1. Klik op Start en wijs vervolgens Programma's aan.
2. Wijs HP LaserJet 2400 series aan en klik vervolgens op Uninstaller.
3. Klik op Volgende.
4. Selecteer de componenten van het HP-afdruksysteem die u wilt verwijderen.
5. Klik op OK.
6. Volg de aanwijzingen op het computerscherm om de componenten te verwijderen.
Zo verwijdert u software uit het besturingssysteem van Macintosh:
Sleep de map HP LaserJet en de PPD's naar de prullenbak:
Voor Mac OS 9 bevinden de mappen zich in vaste schijf/HP LaserJet en vaste schijf/
systeemmap/extensies/printerbeschrijvingen.
Voor Mac OS X bevinden de mappen zich in vaste schijf/Library/Printers/PPDs/
Contents/Resources/EN.lproj.
34 Hoofdstuk 1 Basisinformatie over de printer NLWW
Afdrukmateriaal selecteren
Deze printer kan diverse afdrukmaterialen verwerken, zoals losse vellen papier (met inbegrip
van 100% kringlooppapier), enveloppen, etiketten, transparanten en aangepaste
papierformaten. Eigenschappen zoals gewicht, samenstelling, vezels en vochtgehalte zijn
belangrijke factoren die de kwaliteit van de uitvoer en de prestaties van de printer
beïnvloeden. Papier dat niet voldoet aan de richtlijnen die in deze handleiding worden
uiteengezet, kan de volgende problemen veroorzaken:
Slechte afdrukkwaliteit
Meer papierstoringen
Voortijdige slijtage van de printer waardoor reparaties nodig zijn
Opmerking Het is mogelijk dat papier aan alle richtlijnen in deze handleiding voldoet en toch geen
bevredigend resultaat geeft. Dit kan worden veroorzaakt door onjuist gebruik, een
onaanvaardbare temperatuur en vochtigheidsgraad of andere variabelen waarover Hewlett-
Packard geen controle heeft. Controleer voordat u grote hoeveelheden afdrukmateriaal
koopt, of het voldoet aan de vereisten die zijn opgegeven in deze gebruikershandleiding en
in de HP LaserJet Printer Family Print Media Guide, die kan worden gedownload via
http://www.hp.com/support/ljpaperguide. Zorg dat u het papier altijd test voordat u een grote
hoeveelheid aanschaft.
VOORZICHTIG Het gebruik van afdrukmateriaal dat niet aan de specificaties van HP voldoet, kan
problemen voor de printer veroorzaken, waardoor deze gerepareerd moet worden. Deze
reparaties worden niet door de garantie of serviceovereenkomsten van HP gedekt.
Ondersteunde typen en formaten van afdrukmateriaal
Lade 1 Afmetingen1Gewicht Capaciteit2
Minimumformaat
(aangepast)
76 x 127 mm 60 tot 199 g/m2100 vel van 75 g/m2
papier
Maximumformaat
(aangepast)
216 x 356 mm
Transparanten Dezelfde afmetingen
als bovenstaande
minimum- en
maximumformaten
voor papier.
Dikte: 0,10
tot 0,14 mm
gewoonlijk 75
Etiketten3Dikte: 0,10 tot 0,14 mm gewoonlijk 50
Enveloppen Maximaal 90 g/m2Max. 10
1
De printer ondersteunt een groot aantal formaten. Zie de printersoftware voor ondersteunde
formaten. Zie Afdrukken op afdrukmateriaal met aangepast formaat of kaarten voor het
afdrukken op aangepast papierformaat.
2
De capaciteit kan variëren, afhankelijk van het gewicht en de dikte van het afdrukmateriaal
en de omgevingsomstandigheden.
3
Gladheid: 100 tot 250 (Sheffield).
NLWW Afdrukmateriaal selecteren 35
Opmerking Er kunnen storingen optreden als u afdrukmateriaal gebruikt dat korter is dan 178 mm. Deze
storingen kunnen worden veroorzaakt door de uitwerking van omgevingsomstandigheden op
het papier. Voor optimale prestaties moet het afdrukmateriaal op de juiste wijze bewaren en
verwerken (zie Omgeving voor afdrukken en papieropslag).
Lade 2 (lade voor 250
vel) en lade 3 (lade
voor 500 vel)
Afmetingen1Gewicht Capaciteit2
Letter 216 x 279 mm 60 tot 120 g/m2250 vel van 75 g/m2
papier
A4 210 x 297 mm
Executive 191 x 267 mm
Legal 216 x 356 mm
B5 (JIS) 182 x 257 mm
A5 148 x 210 mm
216 x 330 mm 216 x 330 mm
1
De printer ondersteunt een groot aantal formaten. Zie de printersoftware voor ondersteunde
formaten. Zie Afdrukken op afdrukmateriaal met aangepast formaat of kaarten voor het
afdrukken op aangepast papierformaat.
2
De capaciteit kan variëren, afhankelijk van het gewicht en de dikte van het afdrukmateriaal
en de omgevingsomstandigheden.
Ingebouwde duplexeenheid1Afmetingen2Gewicht
Letter 216 x 279 mm 60 tot 105 g/m2
(bankpostpapier)
A4 210 x 297 mm
Legal 216 x 356 mm
216 x 330 mm 216 x 330 mm
1
De ingebouwde duplexeenheid wordt alleen meegeleverd bij de HP LaserJet 2420d-,
2420dn- en 2430dtn-printers.
2
De printer ondersteunt een groot aantal formaten. Zie de printersoftware voor ondersteunde
formaten. Zie Afdrukken op afdrukmateriaal met aangepast formaat of kaarten voor het
afdrukken op aangepast papierformaat.
Zie Papierspecificaties voor meer informatie over het gebruik van afdrukmateriaal.
36 Hoofdstuk 1 Basisinformatie over de printer NLWW
2
Afdruktaken
In deze sectie vindt u informatie over veelvoorkomende afdruktaken.
Bepalen welke lade voor het afdrukken wordt gebruikt
De juiste fusermodus selecteren
Laden vullen
Uitvoeropties voor afdrukmateriaal
Afdrukken op enveloppen
Afdrukken op speciaal afdrukmateriaal
Afdrukken op beide kanten (dubbelzijdig afdrukken)
Een afdruktaak annuleren
Het printerstuurprogramma gebruiken
Functies van het printerstuurprogramma gebruiken
Functies voor het opslaan van taken gebruiken
NLWW 37
Bepalen welke lade voor het afdrukken wordt gebruikt
U kunt selecteren hoe de printer afdrukmateriaal uit de laden haalt. In de volgende
onderdelen vindt u informatie over hoe u de printer configureert om afdrukmateriaal uit
specifieke laden te halen.
Ladevolgorde
Het gebruik van lade 1 aanpassen
Afdrukken op basis van soort en formaat afdrukmateriaal (laden vergrendelen)
Afdrukmateriaal handmatig invoeren vanuit lade 1
Ladevolgorde
Wanneer de printer een afdruktaak ontvangt, wordt de lade geselecteerd door vergelijking
van het vereiste soort en formaat papier met het papier dat in de laden is geplaatst. Bij een
autoselectieproces zoekt de printer in alle beschikbare laden naar het papier dat voldoet aan
de afdruktaak. De printer begint bij de onderste lade en eindigt in de bovenste lade (lade 1).
De printer begint met het afdrukken van de taak zodra het juiste soort en formaat is
gevonden.
Opmerking Het autoselectieproces verschijnt alleen als er geen specifieke lade voor de taak is
aangegeven. Als een bepaalde lade is aangegeven, wordt de taak vanuit de aangegeven
lade afgedrukt.
Als afdrukmateriaal in lade 1 wordt geladen en lade 1 is ingesteld op SOORT IN LADE 1
= WILLEKEURIG en FORMAAT IN LADE 1 = WILLEKEURIG in het menu
PAPIERVERWERKING, haalt de printer het afdrukmateriaal altijd eerst uit lade 1. Zie
Het gebruik van lade 1 aanpassen voor meer informatie.
Als de printer geen geschikt papier vindt, wordt een bericht weergegeven op het
bedieningspaneel dat u het juiste soort en formaat afdrukmateriaal moet laden. U kunt
het betreffende soort en formaat afdrukmateriaal laden of het verzoek negeren door een
ander soort en formaat op het bedieningspaneel van de printer in te voeren.
Als het afdrukmateriaal in een lade op raakt tijdens een afdruktaak, schakelt de printer
automatisch op een andere lade over die hetzelfde soort/formaat afdrukmateriaal bevat.
Het autoselectieproces wordt enigszins gewijzigd als u het gebruik van lade 1 aanpast
(zoals wordt uitgelegd in Het gebruik van lade 1 aanpassen) of als u lade 1 instelt voor
handmatige invoer (zoals wordt uitgelegd in Afdrukmateriaal handmatig invoeren vanuit lade
1).
Het gebruik van lade 1 aanpassen
U kunt de printer zo instellen dat wordt afgedrukt vanuit lade 1 als deze is geladen of dat
alleen vanuit lade 1 wordt afgedrukt als specifiek wordt gevraagd om het soort
afdrukmateriaal dat wordt geladen. Zie Menu Papierverwerking.
38 Hoofdstuk 2 Afdruktaken NLWW
Instelling Uitleg
SOORT IN LADE 1 = WILLEKEURIG
FORMAAT IN LADE 1 = WILLEKEURIG
De printer haalt het afdrukmateriaal gewoonlijk
eerst uit lade 1 tenzij deze leeg is of gesloten.
Als er niet altijd afdrukmateriaal in lade 1
aanwezig is of als u lade 1 uitsluitend gebruikt
voor het handmatig invoeren van
afdrukmateriaal, behoudt u de
standaardinstelling van SOORT IN LADE 1 =
WILLEKEURIG en FORMAAT IN LADE 1 =
WILLEKEURIG in het menu Papierverwerking.
SOORT IN LADE 1 =of FORMAAT IN LADE 1 =
een ander soort dan WILLEKEURIG
De printer behandelt lade 1 net als de andere
laden. In plaats van afdrukmateriaal eerst uit
lade 1 te halen haalt de printer afdrukmateriaal
uit de lade die overeenkomt met de soort- en
formaatinstellingen die in de software zijn
geselecteerd.
Via het printerstuurprogramma kunt u
afdrukmateriaal selecteren vanuit elke lade
(waaronder lade 1) per soort, formaat of bron.
Zie Afdrukken op basis van soort en formaat
afdrukmateriaal (laden vergrendelen) voor
afdrukken per soort en formaat papier.
U kunt ook bepalen of de printer een bericht weergeeft waarin wordt gevraagd of
afdrukmateriaal uit lade 1 kan worden gehaald als het gewenste soort en formaat niet in een
andere lade kan worden gevonden. U kunt ook instellen dat de printer u altijd vraagt voordat
het afdrukmateriaal uit lade 1 wordt gehaald of alleen vraagt als lade 1 leeg is. Stel de
instelling GEBRUIK GEWENSTE LADE in het submenu Systeeminstelling van het menu
Apparaat configureren in.
Afdrukken op basis van soort en formaat afdrukmateriaal
(laden vergrendelen)
Als u afdrukt op basis van soort en formaat, bent u er altijd zeker van dat de afdruktaken
worden afgedrukt op het gewenste afdrukmateriaal. U kunt de laden configureren voor het
soort (zoals gewoon papier of briefpapier) en het formaat (zoals letter of A4) dat in de laden
is geladen.
Als u de laden op deze manier configureert en vervolgens een bepaald soort en formaat in
het printerstuurprogramma selecteert, selecteert de printer automatisch de lade die met dat
soort of formaat is geladen. U hoeft geen specifieke lade te selecteren (selecteren op basis
van bron). Het configureren van de printer op deze manier is met name handig als het een
gedeelde printer betreft en er regelmatig door verschillende personen afdrukmateriaal wordt
geladen of verwijderd.
Sommige oudere printers hebben een functie die laden "vergrendelt" om te voorkomen dat
op het verkeerde afdrukmateriaal wordt afgedrukt. Afdrukken op basis van soort en formaat
maakt het vergrendelen van laden overbodig. Zie Ondersteunde typen en formaten van
afdrukmateriaal voor meer informatie over de soorten en formaten die elke lade ondersteunt.
NLWW Bepalen welke lade voor het afdrukken wordt gebruikt 39
Opmerking Voor het afdrukken op basis van soort en formaat vanuit lade 2 of lade 3, moet u mogelijk
het afdrukmateriaal uit lade 1 verwijderen en de lade sluiten of SOORT IN LADE 1 en
FORMAAT IN LADE 1 instellen op andere soorten dan WILLEKEURIG in het menu
PAPIERVERWERKING op het bedieningspaneel van de printer. Zie Het gebruik van lade 1
aanpassen voor meer informatie. De instellingen in een programma of het
printerstuurprogramma hebben voorrang op de instellingen van het bedieningspaneel. (De
instellingen in het programma hebben over het algemeen voorrang op de instellingen in het
printerstuurprogramma.)
Zo drukt u af op basis van soort en formaat papier:
1. Zorg ervoor dat u de laden op de juiste manier van afdrukmateriaal voorziet. (Zie Laden
vullen.)
2. Open het menu PAPIERVERWERKING op het bedieningspaneel van de printer.
Selecteer de papiersoort voor elke lade. Op het etiket van de verpakking van het
materiaal kunt controleren welk soort materiaal u gebruikt, bijvoorbeeld bankpostpapier
of kringlooppapier.
3. Selecteer de instellingen voor het gewenste papierformaat op het bedieningspaneel van
de printer.
Lade 1: stel in het menu PAPIERVERWERKING het papierformaat als de printer is
ingesteld op SOORT IN LADE 1 = op een ander soort dan WILLEKEURIG in. Als er
aangepast papier is geladen, moet u ook het aangepaste papierformaat in het menu
PAPIERVERWERKING instellen. (Zie Afdrukken op afdrukmateriaal met aangepast
formaat of kaarten voor meer informatie.)
Lade 2 en optionele lade 3: stel het papierformaat in het menu
PAPIERVERWERKING in. Deze laden ondersteunen geen aangepaste formaten.
4. Selecteer in het programma of in het printerstuurprogramma een ander soort dan
Automatische selectie.
Opmerking Voor printers in een netwerk kunnen de papiersoort en het papierformaat ook worden
geconfigureerd via de HP Web Jetadmin-software.
Afdrukmateriaal handmatig invoeren vanuit lade 1
De functie voor handmatige invoer is een andere manier om op speciaal afdrukmateriaal
vanuit lade 1 af te drukken. Als u HANDMATIGE INVOER instelt op AAN in het
printerstuurprogramma of op het bedieningspaneel van de printer, stopt de printer nadat een
taak is verzonden. Hierdoor hebt u de tijd om speciaal papier of afdrukmateriaal in lade 1 te
laden. Druk op (de knop S
ELECTEREN
) om door te gaan met afdrukken.
Als lade 1 afdrukmateriaal bevat wanneer u de afdruktaak verzendt en wanneer de
standaardconfiguratie voor lade 1 op het bedieningspaneel van de printer SOORT IN LADE
1 = WILLEKEURIG en FORMAAT IN LADE 1 = WILLEKEURIG is, zal de printer niet
stoppen en wachten totdat het afdrukmateriaal wordt geladen. Als u de printer wilt laten
wachten, stelt u SOORT IN LADE 1 en SOORT IN LADE 1 in op andere soorten dan
WILLEKEURIG in het menu PAPIERVERWERKING.
Opmerking Als FORMAAT en SOORT zijn ingesteld op WILLEKEURIG en PROMPT VOOR
HANDMATIGE INVOER is ingesteld op TENZIJ GELADEN, wordt het afdrukmateriaal uit
lade 1 gehaald zonder dat het wordt gevraagd. Als PROMPT VOOR HANDMATIGE
INVOER is ingesteld op ALTIJD, wordt u gevraagd afdrukmateriaal te laden, zelfs als lade 1
is ingesteld op SOORT = WILLEKEURIG en FORMAAT = WILLEKEURIG.
40 Hoofdstuk 2 Afdruktaken NLWW
Wanneer u HANDMATIG = AAN hebt geselecteerd in het bedieningspaneel van de printer,
krijgt deze instelling voorrang op het printerstuurprogramma en wordt voor alle afdruktaken
die naar de printer worden gezonden om handmatige invoer via lade 1 gevraagd tenzij een
bepaalde lade is geselecteerd in het printerstuurprogramma. Indien deze functie alleen af en
toe wordt gebruikt, kunt u het beste HANDMATIG = UIT instellen op het bedieningspaneel
van de printer en de handmatige invoeroptie per taak selecteren in het
printerstuurprogramma.
NLWW Bepalen welke lade voor het afdrukken wordt gebruikt 41
De juiste fusermodus selecteren
De printer past automatisch de fusermodus aan op basis van het soort afdrukmateriaal
waarop de lade is ingesteld. Voor bijvoorbeeld zwaarder papier, zoals voor kaarten, kan een
hogere fusermodus-instelling nodig zijn om de toner beter op de pagina te laten hechten.
Voor transparanten is echter de fusermodus-instelling LAAG vereist om beschadiging van de
printer te voorkomen. De standaardinstelling levert over het algemeen de beste prestaties
op voor de meeste soorten afdrukmateriaal.
De fusermodus kan alleen worden gewijzigd als het soort afdrukmateriaal is ingesteld voor
de lade die u gebruikt. (Zie Afdrukken op basis van soort en formaat afdrukmateriaal (laden
vergrendelen).) Nadat het soort afdrukmateriaal is ingesteld voor de lade, kan de
fusermodus voor dit soort worden gewijzigd in het menu APPARAAT CONFIGUREREN van
het submenu AFDRUKKWALITEIT op het bedieningspaneel van de printer. (Zie Submenu
Afdrukkwaliteit.)
Opmerking Gebruik een hogere fusermodus, zoals HOOG 1 of HOOG 2, om de toner beter op het
papier te laten hechten. Dit kan echter ook problemen veroorzaken, zoals het omkrullen van
het materiaal. De printer kan langzamer afdrukken als de fusermodus wordt ingesteld op
HOOG 1 of HOOG 2.
Als u de standaardinstellingen wilt herstellen voor de fusermodus, opent u het menu
APPARAAT CONFIGUREREN op het bedieningspaneel van de printer. In het submenu
AFDRUKKWALITEIT selecteert u FUSERMODI en vervolgens selecteert u MODI
HERSTELLEN.
42 Hoofdstuk 2 Afdruktaken NLWW
Laden vullen
Laad speciaal afdrukmateriaal, zoals enveloppen, etiketten en transparanten alleen in
lade 1. Laad alleen papier in lade 2 of optionele lade 3.
Lade 1 (multifunctionele lade) vullen
Lade 1 kan maximaal 100 vel papier, maximaal 75 transparanten, maximaal 50 etiketvellen
of maximaal 10 enveloppen bevatten. Zie de volgende onderdelen voor informatie over het
afdrukken op speciaal afdrukmateriaal:
Voorbedrukt materiaal—Afdrukken op briefpapier, geperforeerd papier of voorbedrukt
papier (enkelzijdig)
Enveloppen—Afdrukken op enveloppen
Etiketten—Afdrukken op etiketten
Zo vult u lade 1:
1. Open lade 1 door de voorklep naar beneden te trekken.
2. Schuif het kunststoffen uitschuifstuk naar buiten. Als het afdrukmateriaal dat wordt
geladen langer is dan 229 mm, draait u tevens het verlengstuk van de lade naar buiten.
3. Schuif de breedtegeleiders iets verder uit elkaar dan de breedte van het materiaal.
NLWW Laden vullen 43
4. Plaats het afdrukmateriaal in de lade (met de korte zijde naar binnen en de afdrukzijde
naar boven). Het afdrukmateriaal moet in het midden tussen de breedtegeleiders en
onder de nokjes van de geleiders worden geplaatst.
5. Schuif de breedtegeleiders net zover naar binnen totdat deze de stapel afdrukmateriaal
op zijn plaats houden zonder het materiaal te buigen. Het materiaal moet onder de
nokjes op de breedtegeleiders passen.
Opmerking Vul nooit papier in lade 1 bij terwijl de printer bezig is met afdrukken. Dit kan een storing
veroorzaken. Sluit de voorklep niet tijdens het afdrukken.
Lade 2 (lade voor 250 vel) vullen
Lade 2 ondersteunt alleen papier (A4, A5, B5 JIS, Letter, Legal, Executive en 8.5 x 13 inch).
Zo vult u lade 2:
1. Trek de lade uit de printer en verwijder het aanwezige papier.
44 Hoofdstuk 2 Afdruktaken NLWW
2. Schuif de geleiders zo ver uit elkaar dat de aanwijzer bij het gewenste papierformaat
staat dat u aan het laden bent.
3. Druk het blauwe nokje op de achterste papierlengtegeleider in en verschuif deze
zodanig dat de aanwijzer het papierformaat aanwijst dat u aan het laden bent.
LEGAL
LETTER
EXECUTIVE
B5JIS
B5 ISO
8.5"X13"
A4
4. Plaats het papier zodanig in de lade dat de stapel in de vier hoeken plat in de lade ligt.
Het papier mag niet boven de papierhoogte-indicatoren op de lengtegeleider achter in
de lade uitkomen.
5. Duw het papier omlaag om de metalen drukplaat voor papier in de juiste positie te zetten.
NLWW Laden vullen 45
6. Schuif de lade terug in de printer.
Opmerking Telkens wanneer u lade 2 uit de printer haalt, moet u het papier naar beneden drukken
zodat de metalen papierdrukplaat wordt vastgezet voordat u de lade vervangt. Als de lade in
de printer wordt geschoven, wordt de drukplaat ontgrendeld en het papier omhooggedrukt.
Optionele lade 3 (lade voor 500 vel) vullen
Lade 3 ondersteunt alleen papier (A4, A5, B5 JIS, Letter, Legal, Executive en 8.5 x 13 inch).
Opmerking De papierinvoerlade 3 voor 500 vel wordt standaard bij bepaalde HP Color LaserJet 2460-
printermodellen geleverd.
Zo vult u lade 3:
1. Trek de lade uit de printer en verwijder het aanwezige papier.
2. Stel de achterste papierlengtegeleider in op het juiste papierformaat.
LEGAL
LETTER
EXECUTIVE
B5JIS
B5 ISO
8.5"X13"
A4
46 Hoofdstuk 2 Afdruktaken NLWW
3. Stel de breedtegeleider in op het juiste papierformaat.
4. Plaats het papier zodanig in de lade dat de stapel in de vier hoeken plat in de lade ligt.
Het papier mag niet boven de haken aan de zij- en achterkant van de lade uitkomen.
5. Schuif de lade terug in de printer.
NLWW Laden vullen 47
Uitvoeropties voor afdrukmateriaal
De printer wordt geleverd met twee uitvoerbakken. De bovenste uitvoerbak wordt gebruikt
wanneer de achteruitvoerbak gesloten is. De achterste uitvoerbak wordt gebruikt wanneer
deze uitvoerbak geopend is.
2
1
1 Bovenste uitvoerbak (afdrukzijde naar beneden)
2 Achterste uitvoerbak (afdrukzijde naar boven)
Opmerking Wanneer lade 1 en de achterste uitvoerbak samen worden gebruikt, bieden deze een rechte
papierbaan voor uw afdruktaak. Wanneer de doorvoerbaan voor het papier zo recht mogelijk
is, kan in sommige gevallen het omkrullen van het papier worden beperkt.
48 Hoofdstuk 2 Afdruktaken NLWW
Afdrukken op enveloppen
U kunt enveloppen afdrukken vanuit lade 1. Lade 1 kan maximaal 10 enveloppen bevatten
en ondersteunt standaardformaten of aangepaste formaten.
Voor het afdrukken op een willekeurig formaat envelop moet u de marges in uw programma
minimaal 15,0 mm vanaf de rand van de envelop instellen.
De printer kan tijdens het afdrukken van enveloppen langzamer afdrukken. Bovendien zijn
de afdrukprestaties afhankelijk van het type enveloppe. Test altijd een paar
voorbeeldenveloppen voordat u grote hoeveelheden aanschaft. Zie Enveloppen voor
specificaties van enveloppen.
WAARSCHU-
WING
Gebruik nooit enveloppen die zijn voorzien van een gecoate voering, zelfklevende strips of
ander synthetisch materiaal. Deze stoffen kunnen schadelijke dampen voortbrengen.
VOORZICHTIG Enveloppen met klemmetjes, drukkers, vensters, gecoate voeringen, zelfklevende strips of
ander synthetisch materiaal kunnen de printer ernstige schade toebrengen. Voorkom het
vastlopen van papier en mogelijke schade aan de printer en druk nooit op beide zijden van
een envelop af. Controleer eerst of de enveloppen goed plat liggen en niet beschadigd zijn
of aan elkaar plakken, voordat u deze gaat invoeren. Gebruik geen enveloppen met
drukgevoelig zelfklevend materiaal.
Zo laadt u enveloppen in lade 1:
Vanuit lade1 kunt u vele soorten enveloppen afdrukken. U kunt maximaal 10 enveloppen in
de lade plaatsen.
1. Open lade 1 door de voorklep naar beneden te trekken en trek vervolgens de steun voor
het afdrukmateriaal uit en klap het verlengstuk uit.
2. Open de achterste uitvoerbak door het bovenste gedeelte van de bak naar beneden te
trekken. Schuif het verlengstuk helemaal naar buiten.
Opmerking Als u de achterste uitvoerbak gebruikt, voorkomt u dat de enveloppen omkrullen.
NLWW Afdrukken op enveloppen 49
3. Schuif de breedtegeleiders in lade 1 in een positie die iets breder is dan de enveloppen.
4. Leg de enveloppen in de lade met de korte zijde naar binnen en de afdrukzijde naar
boven. De frankeerzijde moet als eerste in de printer worden ingevoerd.
5. Schuif de breedtegeleiders lichtjes tegen de stapel enveloppen aan zonder dat deze
gaan opbollen. De enveloppen moeten in het midden tussen de papiergeleiders en
onder de nokjes van de papierbreedtegeleiders worden geplaatst.
Opmerking Als de envelop aan de korte zijde van een flap is voorzien, moet die zijde als eerste in de
printer worden ingevoerd. Mogelijk ontstaat er een storing als afdrukmateriaal wordt gebruikt
dat korter is dan 178 mm. Onder bepaalde omgevingsomstandigheden kan het materiaal
krimpen. Zorg ervoor dat u het papier op de juiste wijze opbergt en verwerkt om optimale
prestaties te verkrijgen. Zie Omgeving voor afdrukken en papieropslag voor meer informatie.
Het gebruik van afdrukmateriaal van een andere fabrikant kan ook uitkomst bieden.
50 Hoofdstuk 2 Afdruktaken NLWW
Afdrukken op speciaal afdrukmateriaal
In deze sectie wordt uitgelegd hoe u afdrukt op materiaal dat op een speciale manier moet
worden behandeld.
Afdrukken op etiketten
Afdrukken op transparanten
Afdrukken op afdrukmateriaal met aangepast formaat of kaarten
Afdrukken op briefpapier, geperforeerd papier of voorbedrukt papier (enkelzijdig)
Afdrukken op etiketten
Gebruik uitsluitend etiketten die voor laserprinters worden aanbevolen. Zie Etiketten voor
etiketspecificaties.
Richtlijnen voor het afdrukken op etiketten
Druk etiketten af vanuit lade 1.
Plaats de etiketten met de afdrukkant naar boven.
Gebruik de achteruitvoerbak voor het afdrukken van de etiketten.
Verwijder na het afdrukken het vel met de etiketten uit de uitvoerbak om aan elkaar
plakken van de vellen te voorkomen.
Gebruik geen etiketten die van het ondervel loskomen en die gekreukt of op een andere
manier beschadigd zijn.
Gebruik geen etiketvellen waarvan het ondervel blootligt en gebruik deels gebruikte
etiketvellen niet opnieuw.
Een vel etiketten mag slechts één keer door de printer worden gevoerd. Het kleefmiddel
van de etiketten is er niet tegen bestand om meerdere keren door de printer te worden
doorgevoerd.
VOORZICHTIG Als een vel met etiketten vastloopt in de printer, raadpleegt u Storingen verhelpen.
NLWW Afdrukken op speciaal afdrukmateriaal 51
Afdrukken op transparanten
Gebruik uitsluitend transparanten die worden aanbevolen voor gebruik in laserprinters. Zie
Transparanten voor transparantspecificaties.
Richtlijnen voor het afdrukken op transparanten
Druk transparanten af vanuit lade 1.
Gebruik de bovenste uitvoerbak om krullen tegen te gaan (dit geldt alleen voor
transparanten; voor ander afdrukmateriaal gebruikt u de achteruitvoerbak om krullen
tegen te gaan).
Verwijder na het afdrukken transparanten uit de uitvoerbak om aan elkaar plakken van
de vellen te voorkomen.
Leg de transparanten op een vlakke ondergrond nadat u ze uit de printer hebt verwijderd.
Stel het printerstuurprogramma in voor transparanten. Zie Afdrukken op basis van soort
en formaat afdrukmateriaal (laden vergrendelen).
Voor Macintosh-computers gaat u naar het HP LaserJet -hulpprogramma en selecteert u
transparanten.
Afdrukken op afdrukmateriaal met aangepast formaat of
kaarten
Vanuit lade 1 kunt u briefkaarten, systeemkaarten van 76 x 127 mm en andere materialen
van aangepast formaat afdrukken. Het minimummateriaalformaat is 76 x 127 mm en het
maximummateriaalformaat is 216 x 356 mm.
Opmerking Mogelijk ontstaat er een storing als afdrukmateriaal wordt gebruikt dat korter is dan 178 mm.
Onder bepaalde omgevingsomstandigheden kan het materiaal krimpen. Zorg ervoor dat u
het papier op de juiste wijze opbergt en verwerkt om optimale prestaties te verkrijgen. Zie
Omgeving voor afdrukken en papieropslag. Het gebruik van afdrukmateriaal van een andere
fabrikant kan ook uitkomst bieden. Afdrukken op materiaal van een ander formaat of met
een ander gewicht (bijvoorbeeld kort, lang of smal papier) kan de afdruksnelheid vertragen.
De snelheid wordt vertraagd om de levensduur van de interne printeronderdelen te
verlengen. Tevens wordt de afdrukkwaliteit met deze soorten materialen verbeterd.
52 Hoofdstuk 2 Afdruktaken NLWW
Richtlijnen voor het afdrukken op materiaal met aangepast formaat en
kaarten
Plaats altijd eerst de korte zijde in lade 1. Als u in de liggende afdrukstand wilt
afdrukken, geeft u dit op in de software. Als papier met de lange zijde eerst wordt
ingevoerd, kan dit een papierstoring veroorzaken.
Gebruik de achteruitvoerbak om het krullen tegen te gaan.
Druk niet af op afdrukmateriaal dat kleiner is dan 76 mm breed of 127 mm lang.
Stel in het softwareprogramma de marges in op ten minste 6,40 mm afstand van de
randen van het materiaal.
Afdrukken op briefpapier, geperforeerd papier of
voorbedrukt papier (enkelzijdig)
Bij het afdrukken op papier met een briefhoofd, geperforeerd papier of voorbedrukt papier is
het belangrijk om het papier in de juiste afdrukstand in de lade te leggen. Volg de richtlijnen
in deze sectie als u op slechts één zijde wilt afdrukken. Zie Afdrukken op beide kanten
(dubbelzijdig afdrukken) voor richtlijnen voor dubbelzijdig afdrukken.
Afdrukstand lade 1: afdrukzijde naar boven, bovenzijde naar de printer.
NLWW Afdrukken op speciaal afdrukmateriaal 53
Afdrukstand lade 2 of lade 3: afdrukzijde naar beneden, bovenzijde naar u toe.
Opmerking Als de stand Alternatief Briefhoofd is ingeschakeld op de printer en Briefhoofd of
Voorgedrukt is gekozen als materiaalsoort, moet u het materiaal in de afdrukstand voor
dubbelzijdig (duplex) afdrukken leggen.
Richtlijnen voor het afdrukken op briefpapier of voorbedrukte
formulieren
Gebruik geen briefpapier dat is bedrukt met lage-temperatuur-inkt, zoals de inkt die
soms wordt gebruikt in de thermografie.
Gebruik geen briefpapier met reliëfdruk.
De printer gebruikt warmte en druk om de toner op het papier te smelten. Controleer of
op gekleurd papier of voorbedrukte formulieren inkt is gebruikt die voor deze
fusertemperatuur (200°C of 392°F voor 0,1 seconde) geschikt is.
54 Hoofdstuk 2 Afdruktaken NLWW
Afdrukken op beide kanten (dubbelzijdig afdrukken)
U kunt op twee manieren afdrukken op beide zijden van een vel papier (dit wordt
dubbelzijdig afdrukken genoemd): automatisch en handmatig. De volgende papierformaten
worden ondersteund voor automatisch dubbelzijdig afdrukken: Letter, A4, Legal en 8.5 x 13
inch. Bij handmatig dubbelzijdig afdrukken worden alle papierformaten ondersteund
Automatisch dubbelzijdig afdrukken: De ingebouwde automatische duplexeenheid
wordt alleen meegeleverd met de HP LaserJet 2420d-, 2420dn- en 2430dtn-
printermodellen.
Handmatig dubbelzijdig afdrukken: Op alle printermodellen is handmatig dubbelzijdig
afdrukken mogelijk. De printer drukt de eerste zijde van elke pagina af, wacht tot u het
papier opnieuw in de printer plaatst en drukt vervolgens de tweede zijde van elke pagina
af. Wanneer de printer aan het wachten is tot u het papier plaatst om de tweede kant af
te drukken, kunnen geen andere documenten worden afgedrukt.
Zelfs wanneer de printer over een ingebouwde duplexeenheid beschikt, is handmatig
dubbelzijdig afdrukken nodig in de volgende situaties:
Wanneer dubbelzijdig wordt afgedrukt op ander papier dan de ondersteunde formaten of
gewichten, bijvoorbeeld op papier dat zwaarder is dan 105 g/m
2
of op zeer dun papier.
Wanneer u Rechte papierbaan in het printerstuurprogramma selecteert.
VOORZICHTIG Druk niet dubbelzijdig af op etiketten, transparanten of velijnpapier. Dit kan papierstoringen
veroorzaken en de printer beschadigen.
Afdrukstand van het papier voor dubbelzijdig afdrukken
Druk eerst op de tweede zijde van het vel papier af. Het papier moet worden geplaatst zoals
in de volgende afbeelding wordt weergegeven.
Voor lade 1 plaatst u de eerste zijde naar beneden met de onderste, korte zijde naar de
printer toe.
Voor alle andere laden plaatst u de eerste zijde naar boven met de korte bovenrand
naar de printer gekeerd.
1
2
1 Lade 1
2 Alle andere laden
NLWW Afdrukken op beide kanten (dubbelzijdig afdrukken) 55
Lay-outopties voor dubbelzijdig afdrukken
In de volgende afbeelding worden de vier opties weergegeven voor de afdrukstand bij het
afdrukken. Deze opties zijn beschikbaar als Dubbelzijdig afdrukken op het tabblad
Afwerking is geselecteerd in het printerstuurprogramma.
2
3
5
25
3
3
5
2
3
5
2
1234
1. Lange zijde, liggend* Deze afdrukstand wordt vaak gebruikt bij boekhoud-,
gegevensverwerkings- en spreadsheetprogramma’s. De
afbeeldingen worden om en om ondersteboven afgedrukt.
Gespiegelde pagina’s worden doorlopend gelezen van boven
naar onder.
2. Korte zijde, liggend Elke afgedrukte afbeelding wordt staand afgedrukt. Gespiegelde
pagina’s worden gelezen van boven naar onder op de
linkerpagina en vervolgens van boven naar onder op de
rechterpagina.
3. Lange zijde, staand Dit is de standaardprinterinstelling en de meest algemeen
gebruikte afdrukstand, waarbij de afgedrukte afbeelding rechtop
staat. Gespiegelde pagina’s worden gelezen van boven naar
onder op de linkerpagina en vervolgens van boven naar onder op
de rechterpagina.
4. Korte zijde, staand* Deze lay-out wordt dikwijls gebruikt op klemborden. De
afbeeldingen worden om en om ondersteboven afgedrukt.
Gespiegelde pagina’s worden doorlopend gelezen van boven
naar onder.
* Wanneer u een Windows-stuurprogramma gebruikt, selecteert u Voorkant boven om de
gewenste bindopties te krijgen.
Zo drukt u dubbelzijdig af met behulp van de ingebouwde
duplexeenheid:
De ingebouwde duplexeenheid wordt alleen bij de HP LaserJet 2420d-, 2420dn- en 2430dtn-
modellen meegeleverd.
56 Hoofdstuk 2 Afdruktaken NLWW
1. Plaats voldoende papier in een van de laden om de taak te kunnen afdrukken. Als u
speciaal papier zoals briefpapier laadt, laad het dan op een van de volgende manieren:
Laad voor lade 1 het briefhoofdpapier met de afdrukzijde naar beneden en de
onderzijde eerst.
Laad voor alle andere laden het briefhoofdpapier met de afdrukzijde naar boven en
de bovenzijde naar de achterkant van de lade toe.
VOORZICHTIG Laad geen papier dat zwaarder is dan 105 g/m
2
(bankpostpapier). Het papier kan hierdoor
vastlopen.
2. Open het printerstuurprogramma (zie De instellingen van een afdruktaak wijzigen).
3. Op het tabblad Afwerking selecteert u Dubbelzijdig afdrukken.
4. Klik op OK.
5. Verzend de afdruktaak naar de printer.
Opmerking Het papier waarop u afdrukt, steekt tijdens het dubbelzijdig afdrukken gedeeltelijk uit de
bovenste uitvoerbak. Trek tijdens het dubbelzijdig afdrukken niet aan het papier.
Dubbelzijdig afdrukken met de duplexeenheid is niet mogelijk als de achterste uitvoerbak is
geopend.
Zo drukt u handmatig dubbelzijdig af:
1. Plaats voldoende papier in een van de laden om de taak te kunnen afdrukken. Als u
speciaal papier zoals briefpapier laadt, laad het dan op een van de volgende manieren:
Laad voor lade 1 het briefhoofdpapier met de afdrukzijde naar beneden en de
onderzijde eerst.
Laad voor alle andere laden het briefhoofdpapier met de afdrukzijde naar boven en
de bovenzijde naar de achterkant van de lade.
2. Open het printerstuurprogramma (zie De instellingen van een afdruktaak wijzigen).
3. Op het tabblad Afwerking selecteert u Dubbelzijdig afdrukken.
4. Klik op OK.
5. Verzend de afdruktaak naar de printer.
6. Ga naar de printer. Verwijder al het lege papier uit lade 1. Plaats de afgedrukte stapel
papier met de blanco zijde omhoog en de bovenzijde eerst in de printer. U moet de
tweede zijde afdrukken vanuit lade 1.
7. Druk op (de knop S
ELECTEREN
) als dat in een bericht op het display van het
bedieningspaneel wordt gevraagd.
Opmerking Indien het totale aantal vellen de capaciteit voor lade 1 voor het handmatig dubbelzijdig
afdrukken overschrijdt, moet u stap 6 en 7 telkens herhalen wanneer papier wordt geplaatst
totdat de taak voor het dubbelzijdig afdrukken is voltooid.
NLWW Afdrukken op beide kanten (dubbelzijdig afdrukken) 57
Een afdruktaak annuleren
U kunt een afdruktaak annuleren vanuit een softwareprogramma of een afdrukwachtrij of
door op de knop S
TOP
op het bedieningspaneel van de printer te drukken.
Als de afdruktaak nog niet door de printer wordt afgedrukt, probeert u eerst de taak te
stoppen vanuit het softwareprogramma dat de afdruktaak naar de printer heeft
verzonden.
Als de afdruktaak in een afdrukwachtrij of de printspooler is opgeslagen, zoals de groep
Printers in Windows of Print Monitor voor de Macintosh, gaat u daarheen om de taak te
verwijderen.
Als de taak reeds wordt afgedrukt, drukt u op de knop S
TOP
. De pagina’s die zich al in de
printer bevinden, worden verder afgedrukt, waarna de rest van de afdruktaak wordt
verwijderd.
Als de statusindicatielampjes van het bedieningspaneel om beurten blijven branden nadat
de afdruktaak is geannuleerd, is de computer nog steeds bezig met het versturen van de
taak naar de printer. Ga naar de wachtrij om daar de afdruktaak te verwijderen of wacht tot
de computer klaar is met het verzenden van de gegevens. De printer keert vervolgens terug
naar de Klaar-modus (het lampje Start brandt).
Door op S
TOP
te drukken wordt alleen de huidige afdruktaak in de printer geannuleerd. Als
meer dan één taak in het geheugen van de printer aanwezig is, moet u voor elke taak
eenmaal op S
TOP
drukken.
58 Hoofdstuk 2 Afdruktaken NLWW
Het printerstuurprogramma gebruiken
Het printerstuurprogramma biedt toegang tot de printerfuncties en zorgt ervoor dat de
computer met de printer kan communiceren. In deze sectie vindt u instructies voor het
afdrukken wanneer de instellingsopties vanuit het printerstuurprogramma zijn ingesteld.
Probeer afdrukfuncties indien mogelijk in te stellen vanuit het softwareprogramma waarin u
werkt of vanuit het dialoogvenster Afdrukken. U kunt de printerfuncties op deze manier voor
de meeste Windows- en Macintosh-softwareprogramma's instellen. Als een instelling niet in
het softwareprogramma of het printerstuurprogramma beschikbaar is, moet u de instelling op
het bedieningspaneel van de printer configureren.
Raadpleeg de on line Help van het printerstuurprogramma voor meer informatie over de
functies van het printerstuurprogramma. Voor meer informatie over het afdrukken vanuit een
specifiek softwareprogramma raadpleegt u de documentatie van het programma.
Opmerking De instellingen van het printerstuurprogramma hebben de voorkeur boven de instellingen
van het bedieningspaneel. De instellingen van het softwareprogramma hebben de voorkeur
boven zowel de instellingen van het printerstuurprogramma als de instellingen van het
bedieningspaneel.
De instellingen van een afdruktaak wijzigen
Als u de afdrukinstellingen alleen in het softwareprogramma dat u gebruikt wilt toepassen,
wijzigt u de instellingen in het programma. Nadat u het programma hebt afgesloten, worden
de standaardprinterinstellingen weer gebruikt die in het printerstuurprogramma zijn
geconfigureerd.
Zo wijzigt u de afdrukinstellingen voor een afdruktaak op Windows-
computers:
1. Klik in het softwareprogramma op het menu Bestand.
2. Klik op Afdrukken.
3. Klik op Instellen of klik op Eigenschappen. (Deze opties verschillen per programma.)
4. Wijzig de afdrukinstellingen.
5. Wanneer u klaar bent, klikt u op OK.
Zo wijzigt u de afdrukinstellingen voor een afdruktaak op Macintosh-
computers:
1. Klik in het softwareprogramma op het menu Bestand.
2. Klik op Print.
3. Selecteer in het dialoogvenster dat verschijnt de afdrukinstellingen die u wilt wijzigen en
voer de wijzigingen door.
4. Wanneer u klaar bent, klikt u op OK.
NLWW Het printerstuurprogramma gebruiken 59
Standaardinstellingen wijzigen
Als u wilt dat afdrukinstellingen worden gebruikt in alle softwareprogramma's waarmee u op
de computer werkt, wijzigt u de standaardinstellingen in het printerstuurprogramma.
Kies de procedure die bij het door u gebruikte besturingssysteem hoort:
Zo wijzigt u de standaardinstellingen in Windows 98 en Windows Me:
Zo wijzigt u de standaardinstellingen in Windows NT 4.0:
Zo wijzigt u de standaardinstellingen in Windows 2000, Windows XP en Windows Server
2003:
Zo wijzigt u de standaardinstellingen op Macintosch-besturingssystemen:
Zo wijzigt u de standaardinstellingen in Windows 98 en Windows Me:
1. Klik op de knop Start.
2. Klik op Instellingen.
3. Klik op Printers.
4. Klik met de rechtermuisknop op het pictogram van de HP LaserJet 2400 series-printer.
5. Klik op Eigenschappen.
6. Wijzig de instellingen op de tabbladen. Deze instellingen zijn nu de
standaardinstellingen voor de printer.
7. Klik op OK om de instellingen op te slaan en het printerstuurprogramma te sluiten.
Zo wijzigt u de standaardinstellingen in Windows NT 4.0:
1. Klik op de knop Start.
2. Klik op Instellingen.
3. Klik op Printers.
4. Klik met de rechtermuisknop op het pictogram van de HP LaserJet 2400 series Series-
printer.
5. Klik op Standaardwaarden document.
6. Wijzig de instellingen op de tabbladen. Deze instellingen zijn nu de
standaardinstellingen voor de printer.
7. Klik op OK om de instellingen op te slaan en het printerstuurprogramma te sluiten.
Zo wijzigt u de standaardinstellingen in Windows 2000, Windows XP en
Windows Server 2003:
1. Klik op de knop Start.
2. Klik op Instellingen.
3. Klik op Printers (Windows 2000) of Printers en faxapparaten (Windows XP en
Windows Server 2003).
4. Klik met de rechtermuisknop op het pictogram van de HP LaserJet 2400 series-printer.
5. Klik op Eigenschappen.
6. Klik op het tabblad Geavanceerd op Standaardinstellingen.
60 Hoofdstuk 2 Afdruktaken NLWW
7. Wijzig de instellingen op de tabbladen. Deze instellingen zijn nu de
standaardinstellingen voor de printer.
8. Klik op OK om terug te gaan naar het tabblad Geavanceerd.
9. Klik op OK om de instellingen op te slaan en het printerstuurprogramma te sluiten.
Zo wijzigt u de standaardinstellingen op Macintosch-
besturingssystemen:
Afhankelijk van de versie van het door u gebruikte Macintosh-besturingssysteem gebruikt u
het Apple Desktop Printer Utility, Afdrukbeheer of het Print Setup Utility om de
standaardinstellingen van het printerstuurprogramma te wijzigen.
NLWW Het printerstuurprogramma gebruiken 61
Functies van het printerstuurprogramma gebruiken
In deze sectie worden de veel voorkomende afdruktaken beschreven die via het
printerstuurprogramma worden geregeld.
Watermerken afdrukken
Verschillende pagina's op één vel papier afdrukken
Een aangepast papierformaat instellen
Afdrukken met EconoMode (concepten)
Instellingen voor afdrukkwaliteit selecteren
Opties voor Vergroten/verkleinen gebruiken
Een papierbron selecteren
Een voorblad, een andere eerste of laatste pagina of een blanco pagina afdrukken
Watermerken afdrukken
Een watermerk is een markering, bijvoorbeeld "Geheim", "Concept" of de naam van een
persoon, die wordt afgedrukt op de achtergrond van bepaalde pagina's van een document.
Opmerking Als u werkt met Windows NT 4.0, Windows 2000, Windows XP of Windows Server 2003,
moet u beschikken over beheerdersrechten om watermerken te kunnen maken.
Zo drukt u een watermerk af op Windows-computers (alle versies):
1. Open het printerstuurprogramma (zie De instellingen van een afdruktaak wijzigen).
2. Selecteer op het tabblad Effecten een watermerk in de vervolgkeuzelijst Watermerken.
Als u een watermerk wilt bewerken of maken, klikt u op Bewerken.
3. Klik op OK.
Zo drukt u een watermerk af op Macintosh-computers:
Selecteer Aangepast en geef de gewenste tekst op. Dit verschilt per versie van het
printerstuurprogramma.
Opmerking Watermerken worden alleen ondersteund voor Mac OS 9.x. Watermerken worden niet
ondersteund voor Mac OS X V10.1 en hoger.
62 Hoofdstuk 2 Afdruktaken NLWW
Verschillende pagina's op één vel papier afdrukken
U kunt meer dan één documentpagina op één vel papier afdrukken (dit wordt soms 2-per-
vel, 4-per-vel of n-per-vel afdrukken genoemd). De pagina's worden verkleind afgedrukt en
gerangschikt op het vel. U kunt maximaal 16 pagina's afdrukken op één vel papier. Met deze
functie kunt u op goedkope en milieuvriendelijke wijze conceptpagina's afdrukken, met name
wanneer u de functie combineert met dubbelzijdig afdrukken (zie Afdrukken op beide kanten
(dubbelzijdig afdrukken)).
Zo drukt u verschillende pagina's op één vel papier af op Windows-
computers (alle versies):
1. Open het printerstuurprogramma (zie De instellingen van een afdruktaak wijzigen).
2. Selecteer op het tabblad Afwerking het aantal pagina's per vel in de vervolgkeuzelijst
Pagina's per vel.
3. Als u randen rond de pagina's wilt weergeven, klikt u op Paginaranden afdrukken.
4. Selecteer de paginavolgorde in de vervolgkeuzelijst Paginavolgorde.
5. Klik op OK.
Een aangepast papierformaat instellen
Gebruik de functie voor aangepast papierformaat voor het afdrukken van papier dat afwijkt
van de standaardformaten.
Zo stelt u een speciaal papierformaat in op Windows-computers:
1. Open het printerstuurprogramma (zie De instellingen van een afdruktaak wijzigen).
2. Klik op het tabblad Paper/Kwaliteit op Aangepast.
3. Geef de aangepaste hoogte en breedte op.
4. Klik op Sluiten.
5. Klik op OK.
NLWW Functies van het printerstuurprogramma gebruiken 63
Zo stelt u een speciaal papierformaat in op Macintosh-computers:
Voor Mac OS 9
1. Selecteer in het menu Archief de optie Pagina-instelling.
2. Selecteer in de vervolgkeuzelijst Paginakenmerken de optie Aangepast paginaformaat.
3. Kies Nieuw om een speciaal papierformaat te maken. Het nieuwe aangepaste
papierformaat wordt automatisch toegevoegd aan het menu Paginaformaat in Pagina-
instelling.
Voor Mac OS X
1. Selecteer in het menu Archief de optie Pagina-instelling.
2. Klik in de vervolgkeuzelijst Instellingen op Paginakenmerken en klik vervolgens op
Aangepast papierformaat.
3. Klik op Nieuw en typ een naam voor het aangepaste papierformaat.
4. Typ de hoogte en de breedte voor het aangepaste papierformaat. Klik op Bewaar
5. Klik in de vervolgkeuzelijst Instellingen op Paginakenmerken. Zorg dat de
vervolgkeuzelijst Stel in voor is ingesteld voor elke printer.
6. Klik in het venster Paginakenmerken op Papierformaat en selecteer vervolgens het
nieuwe aangepaste papierformaat. Controleer of de afmetingen juist zijn.
7. Klik op OK.
Afdrukken met EconoMode (concepten)
Gebruik EconoMode (concepten) zodat minder toner bij het afdrukken wordt gebruikt op elke
pagina. Wanneer u deze optie selecteert gaat de printcartridge langer mee en worden de
kosten per pagina verminderd, wat wel enigszins ten koste gaat van de afdrukkwaliteit.
HP raadt af om voortdurend de EconoMode te gebruiken. Als Economode voortdurend
wordt gebruikt met een gemiddelde tonerdekking die aanzienlijk minder is dan vijf procent, is
het mogelijk dat de toner langer meegaat dan de mechanische onderdelen van de
printcartridge. Als de afdrukkwaliteit in deze omstandigheden afneemt, moet u een nieuwe
printcartridge installeren, zelfs als er nog toner in de cartridge zit.
Zo gebruikt u EconoMode (concepten) op Windows-computers:
1. Open het printerstuurprogramma (zie De instellingen van een afdruktaak wijzigen).
2. Klik op het tabblad Paper/Kwaliteit op EconoMode.
3. Klik op OK.
Instellingen voor afdrukkwaliteit selecteren
Als geavanceerde afdrukkwaliteit nodig is, kunt u aangepaste instellingen selecteren.
64 Hoofdstuk 2 Afdruktaken NLWW
Resolutieopties
Beste kwaliteit - gebruik ProRes 1200 voor de beste afdrukkwaliteit.
Sneller afdrukken - gebruik FastRes 1200 als alternatieve resolutie voor complexe
afbeeldingen of sneller afdrukken.
Aangepast - hiermee kunt u zelf de instellingen voor de afdrukkwaliteit opgeven.
Opmerking Wanneer u de resolutie verandert, kan de opmaak van de tekst veranderen.
Zo selecteert u de instellingen voor de afdrukkwaliteit op Windows-
computers:
1. Open het printerstuurprogramma. Zie De instellingen van een afdruktaak wijzigen.
2. Selecteer op het tabblad Papier/Kwaliteit de gewenste instellingen voor resolutie of
afdrukkwaliteit in de vervolgkeuzelijst Afdrukkwaliteit.
3. Klik op OK.
Opties voor Vergroten/verkleinen gebruiken
Met de opties voor Vergroten/verkleinen kunt u de schaal van het document aanpassen op
basis van een percentage van de normale grootte. Tevens hebt u de mogelijkheid de schaal
van het document zodanig te veranderen dat het op elk papierformaat past.
Zo stelt u de opties voor Vergroten/verkleinen in op Windows-
computers:
1. Open het printerstuurprogramma. Zie De instellingen van een afdruktaak wijzigen.
2. Klik op het tabblad Effecten op % van normale grootte.
3. Gebruik het nummervak of de schuifknop om de schaal te vergroten of te verkleinen.
4. Klik op OK.
Een papierbron selecteren
Als u een softwareprogramma gebruikt met ondersteuning voor het afdrukken vanuit een
bepaalde papierbron, geeft u deze keuze op in het programma. Programma-instellingen
hebben voorrang op de instellingen van het printerstuurprogramma.
Zo selecteert u een papierbron op Windows-computers:
1. Open het printerstuurprogramma. Zie De instellingen van een afdruktaak wijzigen.
2. Selecteer op het tabblad Papier/Kwaliteit de bron in de vervolgkeuzelijst Bron is.
3. Klik op OK.
Zo selecteert u een papierbron op Macintosh-computers:
Voor Mac OS 9: selecteer een papierbron uit de opties bij Algemeen van het
printerstuurprogramma.
NLWW Functies van het printerstuurprogramma gebruiken 65
Voor Mac OS X: klik op Archief en klik vervolgens op Print en daarna op Papierinvoer.
Een voorblad, een andere eerste of laatste pagina of een
blanco pagina afdrukken
Gebruik de volgende procedure om de voorbladen van een document af te drukken op een
ander type afdrukmateriaal dan de rest van het document of om de eerste of de laatste
pagina van een document af te drukken op ander afdrukmateriaal. U kunt bijvoorbeeld de
eerste pagina van een document op briefhoofdpapier afdrukken en de rest op normaal
papier of een voorblad op karton afdrukken en de volgende pagina's op normaal papier. U
kunt deze functie ook gebruiken om lege pagina's tussen documenten in te voegen bij het
afdrukken van verschillende exemplaren.
Deze optie is mogelijk niet in alle printerstuurprogramma's beschikbaar.
Zo drukt u voorbladen of verschillende pagina's af op Windows-
computers:
Opmerking Met deze procedure worden de printerinstellingen voor één afdruktaak gewijzigd. Raadpleeg
Standaardinstellingen wijzigen als u de standaardinstellingen van de printer wilt wijzigen.
1. Open het printerstuurprogramma (zie De instellingen van een afdruktaak wijzigen).
2. Selecteer op het tabblad Papier/Kwaliteit de optie Gebruik ander papier/Voorbladen.
3. Als u voorbladen wilt afdrukken of een lege pagina tussen documenten wilt invoegen,
selecteert u Voorblad of Achterblad in de vervolgkeuzelijst. Klik op de optie om een
blanco of voorbedrukt voorblad toe te voegen. Selecteer Bron is en Type is voor het
voorblad of de blanco pagina. De blanco pagina kan een voorblad of een achterblad zijn.
Klik op OK.
4. Als u een andere eerste of laatste pagina wilt afdrukken, selecteert u Eerste pagina,
Overige pagina's of Laatste pagina in de vervolgkeuzelijst. Selecteer Bron is en Type
is voor de andere pagina's. Klik op OK.
Zo drukt u voorbladen of verschillende pagina's af op Macintosh-
computers:
Voor Mac OS 9: selecteer in het dialoogvenster Print de opties Eerste van en Overige van.
Voor Mac OS X: klik op Archief en klik vervolgens op Print en daarna op Papierinvoer.
66 Hoofdstuk 2 Afdruktaken NLWW
Functies voor het opslaan van taken gebruiken
De printer ondersteunt twee afzonderlijke functies voor het opslaan van afdruktaken die u
kunt gebruiken om af te drukken vanaf het bedieningspaneel van de printer nadat de
afdruktaak is verzonden vanaf de computer:
Lezen-en-vasthouden-taken
Privé-taken
Zorg dat u uw afdruktaken in het printerstuurprogramma een naam geeft alvorens ze af te
drukken. Als u standaardnamen gebruikt, worden eerdere taken met dezelfde
standaardnaam mogelijk vervangen of verwijderd.
Opmerking De functies voor het opslaan van taken vereisen 48 MB RAM-geheugen. Voor
printermodellen met minder dan 48 MB RAM kunt u geheugen toevoegen, zodat deze
printers ook ondersteuning bieden voor deze functies. Zie Geheugen. Als u de printer uitzet,
worden alle opgeslagen taken (snelkopiëren, lezen-en-vasthouden en privé) gewist. U kunt
een taak ook verwijderen vanaf het bedieningspaneel van de printer.
Taken lezen en vasthouden
De functie voor lezen en vasthouden is een snelle en eenvoudige methode om één
exemplaar van een taak af te drukken, de drukproef te bekijken en vervolgens de overige
exemplaren af te drukken.
Opmerking Als u de printer uitzet, worden alle opgeslagen taken (snelkopiëren, lezen-en-vasthouden en
privé) gewist.
Zo drukt u de resterende exemplaren van een vastgehouden taak af:
1. Druk op (de knop S
ELECTEREN
) om de menu's te openen.
2. Blader met (de knop O
MHOOG
) of (de knop O
MLAAG
) naar TAAK OPHALEN en druk
op (de knop S
ELECTEREN
).
3. Blader met (de knop P
IJL
OMHOOG
) of (de knop P
IJL
OMLAAG
) naar de gebruikersnaam
en druk vervolgens op (de knop S
ELECTEREN
).
4. Blader met (de knop P
IJL
OMHOOG
) of (de knop P
IJL
OMLAAG
) naar de gebruikers- of
taaknaam en druk vervolgens op (de knop S
ELECTEREN
).
5. Blader met (de knop O
MHOOG
) of (de knop O
MLAAG
) naar AFDRUKKEN en druk op
(de knop S
ELECTEREN
).
6. Blader met (de knop P
IJL
OMHOOG
) of (de knop P
IJL
OMLAAG
) naar het aantal
exemplaren en druk vervolgens op (de knop S
ELECTEREN
).
Vastgehouden taken verwijderen
Wanneer u een lezen-en-vasthouden-taak naar de printer stuurt, wordt uw vorige
opgeslagen lezen-en-vasthouden-taak automatisch overschreven. Als er nog geen lezen-en-
vasthouden-taak met dezelfde taaknaam is opgeslagen en de printer heeft meer ruimte
nodig, dan kunnen reeds opgeslagen taken worden gewist, te beginnen met de oudste.
NLWW Functies voor het opslaan van taken gebruiken 67
Opmerking Als u de printer uitzet, worden alle opgeslagen taken (snelkopiëren, lezen-en-vasthouden en
privé) gewist. Een vastgehouden taak kan ook vanaf het bedieningspaneel van de printer
worden gewist.
Zo verwijdert u een vastgehouden taak:
1. Druk op (de knop S
ELECTEREN
) om de menu's te openen.
2. Blader met (de knop O
MHOOG
) of (de knop O
MLAAG
) naar TAAK OPHALEN en druk
op (de knop S
ELECTEREN
).
3. Blader met (de knop P
IJL
OMHOOG
) of (de knop P
IJL
OMLAAG
) naar de gebruikersnaam
en druk vervolgens op (de knop S
ELECTEREN
).
4. Blader met (de knop P
IJL
OMHOOG
) of (de knop P
IJL
OMLAAG
) naar de gebruikers- of
taaknaam en druk vervolgens op (de knop S
ELECTEREN
).
5. Blader met (de knop O
MHOOG
) of (de knop O
MLAAG
) naar VERWIJDEREN en druk op
(de knop S
ELECTEREN
).
Privé-taken afdrukken
Met de functie voor het afdrukken van privé-taken kunt u aangeven dat een taak pas mag
worden afgedrukt als u de taak vrijgeeft door een viercijferig persoonlijk identificatienummer
(PIN-code) in te voeren op het bedieningspaneel van de printer. U geeft de PIN-code in het
printerstuurprogramma op. De PIN-code wordt als deel van de afdruktaak naar de printer
verzonden.
Zo geeft u een privé-taak op:
Als u in het stuurprogramma wilt opgeven dat een taak privé is, selecteert u de optie Privé-
taak en typt u een PIN-code van vier cijfers.
Zo drukt u een privé-taak af:
1. Druk op (de knop S
ELECTEREN
) om de menu's te openen.
2. Blader met (de knop O
MHOOG
) of (de knop O
MLAAG
) naar TAAK OPHALEN en druk
op (de knop S
ELECTEREN
).
3. Blader met (de knop P
IJL
OMHOOG
) of (de knop P
IJL
OMLAAG
) naar de gebruikersnaam
en druk vervolgens op (de knop S
ELECTEREN
).
4. Blader met (de knop P
IJL
OMHOOG
) of (de knop P
IJL
OMLAAG
) naar de gebruikers- of
taaknaam en druk vervolgens op (de knop S
ELECTEREN
).
5. Blader met (de knop P
IJL
OMHOOG
) of (de knop P
IJL
OMLAAG
) naar AFDRUKKEN. Er
verschijnt een vergrendelingssymbool naast AFDRUKKEN. Druk op (de knop
S
ELECTEREN
).
6. U wordt gevraagd de PIN-code te typen. Wijzig met (de knop P
IJL
OMHOOG
) of (de
knop P
IJL
OMLAAG
) het eerste cijfer van de PIN-code en druk vervolgens op (de knop
S
ELECTEREN
). Er verschijnt een sterretje (*) op de plaats van het cijfer. Herhaal deze
stappen om ook de resterende drie cijfers van de PIN-code te selecteren.
7. Blader met (de knop P
IJL
OMHOOG
) of (de knop P
IJL
OMLAAG
) naar het aantal
exemplaren en druk vervolgens op (de knop S
ELECTEREN
).
68 Hoofdstuk 2 Afdruktaken NLWW
Privé-taken verwijderen
Een privé-taak wordt automatisch gewist nadat de gebruiker deze voor afdrukken heeft
vrijgegeven, tenzij de gebruiker de optie Opgeslagen taak in het printerstuurprogramma
selecteert.
Opmerking Als u de printer uitzet, worden alle opgeslagen taken (snelkopiëren, lezen-en-vasthouden en
privé) gewist. Een privé-taak kan ook vanaf het bedieningspaneel van de printer worden
gewist voordat deze wordt afgedrukt.
Zo verwijdert u een privé-taak:
1. Druk op (de knop S
ELECTEREN
) om de menu's te openen.
2. Blader met (de knop O
MHOOG
) of (de knop O
MLAAG
) naar TAAK OPHALEN en druk
op (de knop S
ELECTEREN
).
3. Blader met (de knop P
IJL
OMHOOG
) of (de knop P
IJL
OMLAAG
) naar de gebruikersnaam
en druk vervolgens op (de knop S
ELECTEREN
).
4. Blader met (de knop P
IJL
OMHOOG
) of (de knop P
IJL
OMLAAG
) naar de gebruikers- of
taaknaam en druk vervolgens op (de knop S
ELECTEREN
).
5. Blader met (de knop O
MHOOG
) of (de knop O
MLAAG
) naar VERWIJDEREN en druk op
(de knop S
ELECTEREN
). (Er verschijnt een vergrendelingssymbool naast
VERWIJDEREN.)
6. U wordt gevraagd de PIN-code te typen. Wijzig met (de knop P
IJL
OMHOOG
) of (de
knop P
IJL
OMLAAG
) het eerste cijfer van de PIN-code en druk vervolgens op (de knop
S
ELECTEREN
). Er verschijnt een sterretje (*) op de plaats van het cijfer. Herhaal deze
stappen om ook de resterende drie cijfers van de PIN-code te selecteren.
NLWW Functies voor het opslaan van taken gebruiken 69
70 Hoofdstuk 2 Afdruktaken NLWW
3
Beheer en onderhoud van de
printer
In dit hoofdstuk vindt u informatie over de volgende onderwerpen:
De geïntegreerde webserver gebruiken
HP Web Jetadmin-software gebruiken
Werken met de HP Werkset-software
HP Werkset verwijderen
Printerstuurprogramma's beheren en configureren
E-mailwaarschuwingen configureren
Klok instellen
De printerconfiguratie controleren
Onderhoud van de inktpatroon
De printer reinigen
NLWW 71
De geïntegreerde webserver gebruiken
Gebruik de geïntegreerde webserver om de printer- en netwerkstatus te bekijken en de
afdrukfuncties te beheren via uw computer in plaats van het bedieningspaneel van de
printer. Hier worden enige voorbeelden genoemd van de mogelijkheden die de
geïntegreerde webserver u biedt:
statusinformatie van de printer weergeven;
per lade instellen welk type afdrukmateriaal aanwezig is;
de levensduur van de benodigdheden bepalen en nieuwe benodigdheden bestellen;
de configuratie van de laden bekijken en wijzigen;
de menuconfiguratie van het bedieningspaneel van de printer bekijken en wijzigen;
interne pagina's bekijken en afdrukken;
meldingen met betrekking tot de printer en de benodigdheden ontvangen;
de netwerkconfiguratie bekijken en wijzigen.
De geïntegreerde webserverfunctie vereist ten minste 48 MB RAM-geheugen en een
HP Jetdirect-printserver om op een netwerk te kunnen worden aangesloten.
Als u de geïntegreerde webserver wilt gebruiken, moet u beschikken over Microsoft Internet
Explorer 5.01 of later, of Netscape 6.2 of later voor Windows, Mac OS en Linux (alleen
Netscape). Netscape Navigator 4.7 is nodig voor HP-UX 10 en HP-UX 11. De geïntegreerde
webserver functioneert wanneer de printer is aangesloten op een netwerk dat gebruikmaakt
van het IP-protocol. De geïntegreerde webserver ondersteunt geen printerverbindingen via
het IPX-protocol. U hebt geen internetverbinding nodig voor het openen en gebruiken van de
geïntegreerde webserver.
Wanneer de printer rechtstreeks op een computer is aangesloten, wordt de geïntegreerde
webserver ondersteund voor Windows 98 en later. Als u de geïntegreerde webserver met
een rechtstreekse verbinding wilt kunnen gebruiken, moet u de optie Aangepast selecteren
wanneer u het printerstuurprogramma installeert. Selecteer de optie om HP Werkset te
laden. De proxyserver wordt als onderdeel van de HP Werkset-software geïnstalleerd.
Wanneer de printer is aangesloten op het netwerk, is de geïntegreerde webserver
automatisch beschikbaar.
Een andere optie voor toegang tot de ingesloten webserver is de HP Printer Access Tool.
De HP Printer Access Tool-software geeft een toegangspunt tot de ingesloten webserver
(EWS) voor alle printers in een netwerk in de lokale map Printers van elke gebruiker. Met
behulp van de webbrowser kunnen gebruikers informatie van de statuspagina
benodigdheden bekijken en afdruktaken en productconfiguratie beheren via de EWS.
De geïntegreerde webserver openen
1. Typ het IP-adres van de printer in de ondersteunde webbrowser op de computer. Druk
een configuratiepagina af om het IP-adres op te zoeken. Zie Configuratiepagina voor
meer informatie over het afdrukken van een configuratiepagina.
Opmerking Nadat u de URL hebt geopend, kunt u hieraan een bladwijzer toekennen zodat u hier sneller
naar terug kunt keren in de toekomst.
2. De geïntegreerde webserver beschikt over drie tabbladen met instellingen voor en
informatie over de printer: het tabblad Informatie, het tabblad Instellingen en het
tabblad Netwerk. Klik op het tabblad dat u wilt bekijken.
72 Hoofdstuk 3 Beheer en onderhoud van de printer NLWW
3. Zie de volgende secties voor meer informatie over de verschillende tabbladen.
Tabblad Informatie
De paginagroep Informatie bestaat uit de volgende pagina's:
Status apparaat. Op deze pagina ziet u de printerstatus en de resterende levensduur
van de HP-benodigdheden, waarbij 0% aangeeft dat een van de benodigdheden op is.
Op de pagina ziet u tevens het soort en formaat afdrukmateriaal dat voor iedere lade is
ingesteld. Als u de standaardinstellingen wilt wijzigen, klikt u op Instellingen wijzigen.
Configuratiepagina. Op deze pagina ziet u de informatie die beschikbaar is op de
printerconfiguratiepagina.
Status benodigdheden. Op deze pagina ziet u de resterende levensduur van de HP-
benodigdheden, waarbij 0% aangeeft dat een van de benodigdheden op is. Op deze
pagina worden tevens de onderdeelnummers van de benodigdheden getoond. Als u
nieuwe onderdelen wilt bestellen, klikt u op Benodigdheden bestellen in het gedeelte
Overige links van het venster. Als u een website wilt bezoeken, moet toegang tot het
internet hebben.
Gebeurtenislogboek. Op deze pagina krijgt u een overzicht van de
printergebeurtenissen en -fouten.
Apparaatgegevens. Op deze pagina ziet u de netwerknaam, het adres en het model
van de printer. Als u deze informatie wilt wijzigen, klikt u op Apparaatgegevens op het
tabblad Instellingen.
Bedieningspaneel. Klik op deze knop als u de huidige status van het bedieningspaneel
van de printer wilt raadplegen.
Tabblad Instellingen
Met dit tabblad kunt u de printer vanaf de computer configureren. Het tabblad Instellingen is
mogelijk met een wachtwoord beveiligd. Als de printer op een netwerk wordt gebruikt, moet
u altijd contact opnemen met de printerbeheerder voordat u de instellingen op dit tabblad
wijzigt.
Het tabblad Instellingen bevat de volgende pagina's:
Apparaat configureren. Vanaf deze pagina kunt u alle printerinstellingen configureren.
Deze pagina bevat de gebruikelijke menu's die beschikbaar zijn via het
bedieningspaneel van een printer. Deze menu's zijn: Informatie, Papierverwerking en
Apparaat configureren.
Waarschuwingen. Alleen voor het netwerk. Waarschuwingen instellen als u e-
mailwaarschuwingen over de verschillende gebeurtenissen voor de printer en de
benodigdheden wilt ontvangen.
E-mail. Alleen voor het netwerk. Samen met de pagina Waarschuwingen te gebruiken
voor het instellen van inkomende en uitgaande e-mail.
Beveiliging. Het wachtwoord instellen dat moet worden ingevoerd om toegang te
verkrijgen tot de tabbladen Instellingen en Netwerk. De verschillende functies van de
geïntegreerde webserver in- en uitschakelen.
NLWW De geïntegreerde webserver gebruiken 73
Overige links. Een koppeling naar een andere website toevoegen of een bestaande
koppeling aanpassen. Deze koppeling vindt u in het gedeelte Overige links op alle
pagina's van de geïntegreerde webserver. Deze permanente koppelingen zijn altijd in
het gedeelte Overige links aanwezig. HP Instant Support, Benodigdheden bestellen
en Productondersteuning.
Apparaatinformatie. Geef de printer een naam en wijs een printernummer toe aan het
apparaat. Typ de naam en het e-mailadres van de hoofdcontactpersoon die informatie
over de printer moet ontvangen.
Taal. Bepaal in welke taal de informatie van de geïntegreerde webserver moet worden
weergegeven.
Tijdsdiensten. Stel de printer in om deze van de netwerkserver op vaste tijden de
datum en tijd te laten ontvangen.
Tabblad Netwerk
Op dit tabblad kan de netwerkbeheerder de netwerkinstellingen voor de printer controleren
als deze is aangesloten op een IP-netwerk. Dit tabblad is niet zichtbaar wanneer de printer
rechtstreeks op een computer is aangesloten of wanneer de printer is aangesloten op een
netwerk dat van een andere printserver gebruikmaakt dan de HP Jetdirect-printserver.
Overige links
Deze sectie bevat koppelingen waarmee u verbinding maakt met het internet. Als u deze
koppelingen wilt kunnen gebruiken, moet u toegang tot het internet hebben. Als u een
inbelverbinding gebruikt en geen verbinding tot stand had gebracht toen u de geïntegreerde
webserver voor het eerst opende, moet u nu eerst verbinding maken. Het is mogelijk dat u
de geïntegreerde webserver moet sluiten en opnieuw moet openen nadat een verbinding tot
stand is gebracht.
HP Instant Support. Ga naar de website van HP voor oplossingen van problemen. Het
printerfoutenlogboek en de configuratie-informatie worden door deze service
geanalyseerd om een diagnose en ondersteuningsinformatie voor uw printer te bieden.
Benodigdheden bestellen. Klik op deze koppeling als u naar de HP-website voor
bestellingen wilt gaan en originele onderdelen van HP wilt bestellen, zoals
printcartridges en afdrukmateriaal.
Productondersteuning. Hiermee gaat u naar de ondersteuningssite voor de
HP LaserJet 2400 series-printer. U kunt vervolgens zoeken naar hulp voor algemene
onderwerpen.
74 Hoofdstuk 3 Beheer en onderhoud van de printer NLWW
HP Web Jetadmin-software gebruiken
HP Web Jetadmin 6.5 is een op het web gebaseerde softwareoplossing waarmee u op
afstand installatie-, controle- en probleemoplossingstaken kunt uitvoeren op randapparatuur
die via een netwerk is aangesloten. De intuïtieve browserinterface vereenvoudigt het cross-
platformbeheer van een groot aantal apparaten, inclusief printers van HP en andere
leveranciers. Het beheer is pro-actief, waardoor netwerkbeheerders printerproblemen
kunnen oplossen voordat deze bij de gebruiker optreden. Deze gratis en geavanceerde
beheersoftware kunt u downloaden op http://www.hp.com/go/webjetadmin_software.
Als u insteekmodules wilt verkrijgen voor HP Web Jetadmin, klikt u op plug-ins en klikt u
vervolgens op de downloadkoppeling naast de gewenste insteekmodule. U kunt
automatisch een melding ontvangen van de HP Web Jetadmin-software wanneer er nieuwe
insteekmodules beschikbaar zijn. Volg de instructies op de pagina voor productupdates om
automatisch naar de website van HP te gaan.
Als HP Web Jetadmin op een hostserver is geïnstalleerd, is deze vanaf elke client
toegankelijk via een ondersteunde webbrowser, zoals Microsoft Internet Explorer 6.0 voor
Windows of Netscape Navigator 7.1 voor Linux. Blader naar de host van HP Web Jetadmin.
Opmerking Browsers moeten Java-ondersteuning bieden. Deze functie is niet beschikbaar vanaf een
Apple-computer.
NLWW HP Web Jetadmin-software gebruiken 75
Werken met de HP Werkset-software
HP Werkset is een webtoepassing die u kunt gebruiken voor de volgende taken:
De printerstatus controleren.
De printerinstellingen configureren.
Informatie over probleemoplossingen bekijken.
On line documentatie bekijken.
U kunt HP Werkset bekijken als de printer rechtstreeks op uw computer of op het netwerk is
aangesloten. U kunt HP Werkset alleen gebruiken als u de software volledig hebt
geïnstalleerd.
Opmerking U hebt geen toegang tot het internet nodig om HP Werkset te openen en te gebruiken. Als u
echter op een koppeling klikt in het gedeelte Overige links, hebt u een internetaansluiting
nodig om de desbetreffende koppeling te kunnen openen. Zie Overige links voor meer
informatie.
Ondersteunde besturingssystemen
De volgende besturingssystemen ondersteunen het gebruik van HP Werkset:
Windows 98, 2000, Me, XP en Server 2003
Mac OS X, versie 10.2 of hoger
Ondersteunde browsers
Als u HP Werkset wilt gebruiken, hebt u een van de volgende browsers nodig:
Windows
Microsoft Internet Explorer 5.5 of hoger
Netscape Navigator 7.0 of hoger
Opera Software ASA Opera 6.05 of hoger
Macintosh (alleen OS X)
Microsoft Internet Explorer 5.1 of hoger
Netscape Navigator 7.0 of hoger
Alle pagina’s kunnen vanuit de browser worden afgedrukt.
76 Hoofdstuk 3 Beheer en onderhoud van de printer NLWW
Zo geeft u HP Werkset weer:
1. Open HP Werkset met behulp van een van de volgende methoden:
Op het bureaublad in Windows dubbelklikt u op het pictogram HP Werkset.
Klik in het menu Start van Windows op Programma's en klik vervolgens op
HP Werkset.
Voor Macintosh OS X op de harde schijf, klikt u op Programma's en vervolgens op
de map Hulpprogramma's. Dubbelklik op het pictogram van de HP werkset.
Opmerking Nadat u de URL hebt geopend, kunt u hieraan een bladwijzer toekennen zodat u hier sneller
naar terug kunt keren in de toekomst.
2. HP Werkset wordt geopend in een webbrowser. De HP Werkset-software bevat de
volgende onderdelen:
Tabblad Status
Tabblad Probleemoplossing
Tabblad Waarschuwingen
Tabblad Documentatie
Apparaatinstellingen, venster
Werkset-links
Overige links
Tabblad Status
Het tabblad Status bevat links naar de volgende pagina’s:
Status apparaat. Hiermee kunt u statusinformatie over de printer bekijken. Op deze
pagina worden de printercondities, zoals een papierstoring of een lege lade,
weergegeven. Nadat u een printerprobleem hebt opgelost, klikt u op Vernieuwen om de
apparaatstatus bij te werken.
Status benodigdheden. Op deze pagina worden gedetailleerde gegevens getoond,
zoals de resterende levensduur van de printcartridge en het aantal pagina's dat is
afgedrukt met de printcartridge. De pagina bevat ook koppelingen voor het bestellen van
benodigdheden en informatie over het recyclen van afval.
Afdrukinformatie. Hiermee kunt u de Configuratiepagina en diverse andere
informatiepagina's afdrukken die beschikbaar zijn op de printer, zoals de pagina Status
benodigdheden, de demopagina en de menustructuur.
Tabblad Probleemoplossing
Het tabblad Probleemoplossing bevat koppelingen naar de volgende hoofdpagina's:
Hulpmiddelen afdrukkwaliteit. Algemene informatie over het oplossen van problemen
bekijken, informatie over problemen met de afdrukkwaliteit bekijken en de printer
kalibreren om de afdrukkwaliteit van de kleuren te behouden.
Onderhoud. Informatie over het beheer van printerbenodigdheden bekijken, informatie
bekijken over het vervangen van printcartridges en het vervangen van andere
printerbenodigdheden.
NLWW Werken met de HP Werkset-software 77
Foutmeldingen. Informatie bekijken over foutmeldingen.
Papierstoringen. Informatie bekijken over het opzoeken en verhelpen van
papierstoringen.
Ondersteunde afdrukmaterialen. Hiermee kunt u informatie bekijken over de
afdrukmaterialen die door de printer worden ondersteund, over het configureren van de
laden en over het oplossen van problemen die betrekking hebben op het afdrukmateriaal.
Printerpagina's. Hiermee drukt u verschillende pagina's af die nuttig zijn voor het
oplossen van printerproblemen, waaronder de configuratiepagina, de pagina met
benodigdheden, de logbestandpagina en de pagina met gebruiksgegevens.
Tabblad Waarschuwingen
Op het tabblad Waarschuwingen kunt u instellen welke printerwaarschuwingen moeten
worden weergegeven. Het tabblad Waarschuwingen bevat snelkoppelingen naar de
volgende pagina’s:
Statuswaarschuwingen instellen
Beheerdersinstellingen
Pagina Statuswaarschuwingen instellen
Op de pagina Statuswaarschuwingen instellen kunt u waarschuwingen in- of uitschakelen en
kiezen uit twee typen waarschuwingen:
Pop-upbericht
Pictogram in systeemvak
Klik op Toepassen om de instellingen op te slaan.
Pagina Beheerdersinstellingen
Op de pagina Beheerdersinstellingen kunt u instellen hoe vaak HP Werkset moet
controleren of er printerwaarschuwingen zijn. De drie instellingen zijn:
Minder vaak: HP Werkset controleert elke minuut (elke 60 seconden) of er
waarschuwingen zijn.
Normaal: HP Werkset controleert tweemaal per minuut (elke 30 seconden) of er
waarschuwingen zijn.
Vaker: HP Werkset controleert twintig maal per minuut (elke 3 seconden) of er
waarschuwingen zijn.
Opmerking Als u het I/O-verkeer wilt verminderen, moet u de frequentie waarop de printer op
waarschuwingen wordt gecontroleerd, verlagen.
78 Hoofdstuk 3 Beheer en onderhoud van de printer NLWW
Tabblad Documentatie
Op het tabblad Documentatie worden de volgende informatiebronnen weergegeven:
Opmerkingen bij de installatie. Biedt specifieke instructies en informatie bij de
installatie van uw product voordat u dit installeert en het afdruksysteem in gebruik neemt.
Gebruikershandleiding. Bevat informatie over het gebruik, de garantie, de specificaties
en de ondersteuning van de printer die u aan het lezen bent. De gebruikershandleiding
is beschikbaar in HTML- en PDF-indeling.
Apparaatinstellingen, venster
Wanneer u op de knop Apparaatinstellingen klikt, wordt de geïntegreerde webserver
geopend in een nieuw venster. Zie De geïntegreerde webserver gebruiken.
Werkset-links
De optie Werkset-links biedt toegang tot de volgende onderdelen:
Een apparaat selecteren. Hiermee kunt u een apparaat selecteren uit alle apparaten
die zijn ingeschakeld voor HP Werkset.
De huidige waarschuwingen bekijken. Hiermee kunt u de huidige waarschuwingen
bekijken voor alle printers die zijn ingesteld. (Er moet een taak worden afgedrukt als u
de waarschuwingen wilt weergegeven.)
Pagina met alleen tekst. Hiermee kunt u HP Werkset weergeven als een sitestructuur
met koppelingen naar alle afzonderlijke pagina's in HP Werkset en het venster
Apparaatinstellingen.
Overige links
Deze sectie bevat koppelingen waarmee u verbinding maakt met het internet. Als u deze
koppelingen wilt kunnen gebruiken, moet u toegang tot het internet hebben. Als u een
inbelverbinding gebruikt maar er geen verbinding was bij het openen van de geïntegreerde
webserver, moet u een verbinding tot stand brengen om deze websites te bezoeken. Het
kan nodig zijn HP Werkset te sluiten en opnieuw te openen.
HP Instant Support. Hiermee gaat u naar de pagina van HP Instant Support voor het
product.
Productregistratie. Hiermee maakt u verbinding met de website voor productregistratie
van HP.
Productondersteuning. Hiermee gaat u naar de ondersteuningssite voor de printer.
Vervolgens kunt u hulp zoeken voor een specifiek probleem.
NLWW Werken met de HP Werkset-software 79
HP Werkset verwijderen
In deze sectie wordt uitgelegd hoe u de HP Werkset-software verwijdert.
Zo verwijdert u HP Werkset met de snelkoppeling op het
bureaublad van Windows:
1. Klik op Start.
2. Wijs Programma's aan.
3. Wijs Hewlett-Packard of de programmagroep HP LaserJet 2400 series aan en klik op
HP LaserJet Toolbox verwijderen.
4. Volg de aanwijzingen op het scherm.
HP Toolbox verwijderen met de optie Software in het
Configuratiescherm van Windows
1. Klik op Start.
2. Klik op Configuratiescherm.
Opmerking In sommige versies van Windows wijst u Instellingen aan en klikt u op Configuratiescherm.
3. Dubbelklik op Software.
4. Selecteer HP LaserJet Toolbox uit de lijst met programma's en volg de aanwijzingen
op het scherm.
80 Hoofdstuk 3 Beheer en onderhoud van de printer NLWW
Printerstuurprogramma's beheren en configureren
De systeem- of netwerkbeheerder kan de toepassing voor stuurprogrammabeheer en -
configuratie gebruiken voor het configureren van printerstuurprogramma's voordat u deze in
uw eigen omgeving installeert en gebruikt. Dit is nuttig wanneer u printerstuurprogramma's
configureert voor meerdere werkstations of printers die van dezelfde configuratie
gebruikmaken.
Wanneer u het printerstuurprogramma vooraf configureert in overeenstemming met de
printerhardware, kunt u via het stuurprogramma toegang krijgen tot alle printeraccessoires.
U kunt tevens de meeste functies van het stuurprogramma instellen. Er zijn vijf
stuurprogrammafuncties die u kunt "vergrendelen". Dit betekent dat gebruikers de
instellingen voor dubbelzijdig afdrukken, kleuren in grijs afdrukken, invoerlade, uitvoerlade
en materiaaltype niet kunnen wijzigen. (Sommige functies zijn niet op alle printers van
toepassing. Sommige printers drukken bijvoorbeeld geen kleuren af of kunnen niet
dubbelzijdig afdrukken.)
Met de toepassing voor stuurprogrammabeheer en -configuratie bespaart u tijd en kosten
voor beheer. Als een beheerder vroeger de printerstuurprogramma's vooraf wilde
configureren, moest de configuratie op ieder clientwerkstation worden uitgevoerd. Omdat de
toepassing voor stuurprogrammabeheer en configuratie meerdere
configuratiemogelijkheden biedt, kunnen de beheerders één configuratie maken, op een
centrale locatie, die het best voldoet aan hun strategie voor software-installatie en -gebruik.
De toepassing voor stuurprogrammabeheer en -configuratie geeft de beheerders meer
zeggenschap over de afdrukomgeving omdat ze stuurprogramma's kunnen aanwenden die
binnen de gehele organisatie van dezelfde configuratie gebruikmaken. Ze kunnen de functie
"vergrendelen" gebruiken om bepaalde initiatieven binnen de organisatie te ondersteunen.
Wanneer bijvoorbeeld een duplexeenheid op de printer aanwezig is, kan de duplexinstelling
worden vergrendeld zodat alle afdruktaken op beide kanten van het papier worden afgedrukt
om papier te besparen. Alle controlefuncties kunnen vanaf één computer worden toegepast.
Er zijn twee methoden:
HP Web Jetadmin-software-insteekmodule
Hulpprogramma voor aanpassingen
Ongeacht de gebruikte configuratiemethode kan een configuratie door alle
printerstuurprogramma's voor een specifiek printermodel worden gebruikt via de
insteekmodule of het hulpprogramma. De enkelvoudige configuratie biedt ondersteuning
voor meerdere besturingssystemen, printerstuurprogrammatalen en gelokaliseerde
taalversies.
Bij alle ondersteunde stuurprogramma's hoort één configuratiebestand, dat in de
insteekmodule of het hulpprogramma kan worden gewijzigd.
NLWW Printerstuurprogramma's beheren en configureren 81
HP Web Jetadmin-software-insteekmodule
Voor de HP Web Jetadmin-software is een insteekmodule beschikbaar voor het beheer en
de configuratie van stuurprogramma's. U kunt de insteekmodule gebruiken voor het
configureren van de printerstuurprogramma's voordat deze worden geïnstalleerd en
gebruikt. Deze methode voor beheer en controle van printerstuurprogramma's biedt u een
volledige end-to-end oplossing die u kunt gebruiken voor het instellen en configureren van
de printer, het printerpad (wachtrij) en de clientcomputers of de werkstations. De volgende
activiteiten zijn opgenomen in de werkstroom:
Printers opsporen en configureren.
Het printerpad op de server(s) opsporen en configureren. U kunt verschillende servers
per batch configureren of verschillende printers (van hetzelfde model) op één server
gebruiken.
Een of meer printerstuurprogramma's ophalen. U kunt verschillende stuurprogramma's
installeren voor iedere afdrukwachtrij die is aangesloten op een server in omgevingen
die verschillende besturingssystemen ondersteunen.
De configuratie-editor uitvoeren (de editor wordt in sommige oudere stuurprogramma's
niet ondersteund).
De geconfigureerde printerstuurprogramma's op de server(s) toepassen.
Instructies aan de eindgebruikers geven over het instellen van een verbinding met de
printserver. Het geconfigureerde stuurprogramma voor hun besturingssystemen wordt
automatisch op de computers toegepast.
Beheerders kunnen de HP Jetadmin-software-insteekmodule gebruiken om de
geconfigureerde printerstuurprogramma's te gebruiken in stille processen, batchprocessen
of processen op afstand. U kunt de HP Web Jetadmin-software-insteekmodule verkrijgen op
http://www.hp.com/go/webjetadmin_software.
Hulpprogramma voor aanpassingen
Beheerders kunnen met een hulpprogramma voor aanpassingen een eigen installatiepakket
maken met alleen de in de organisatie of werkomgeving benodigde componenten. Het
hulpprogramma voor aanpassingen vindt u op twee plaatsen:
op de cd-rom die wordt meegeleverd bij de printer (het hulpprogramma is een van de
opties van het installatieprogramma);
in de printersysteemsoftware die u kunt downloaden vanaf de website van HP voor het
desbetreffende printermodel.
Tijdens de installatieprocedure wordt de beheerder verzocht de componenten te selecteren
in de inhoud van het afdruksysteem. Tijdens het proces moet de beheerder de instellingen
voor het printerstuurprogramma opgeven, indien de geselecteerde stuurprogramma's
voorconfiguratie ondersteunen. In het proces is een aangepast installatiepakket opgenomen
dat de beheerder kan gebruiken voor het installeren van de geconfigureerde
printerstuurprogramma's op clientcomputers en werkstations. Stille bewerkingen en
batchbewerkingen worden door het hulpprogramma voor aanpassing ondersteund.
82 Hoofdstuk 3 Beheer en onderhoud van de printer NLWW
E-mailwaarschuwingen configureren
U kunt HP Web Jetadmin of de geïntegreerde webserver gebruiken om uw systeem in
stellen voor het geven van waarschuwingen in geval van problemen met de printer. U
ontvangt de waarschuwingen in de vorm van e-mailberichten naar de e-mailaccount of -
accounts die u hebt opgegeven.
U kunt de volgende gegevens instellen:
het apparaat dat u wilt controleren (in dit geval de printer);
welke waarschuwingen u wilt ontvangen (bijvoorbeeld voor papierstoringen, papier op,
CARTRIDGE BESTELLEN, VERVANG CARTRIDGE en klep open);
de e-mailaccount waaraan de waarschuwingen moeten worden verzonden;
Hulpprogramma Informatiebron
HP Web Jetadmin Zie HP Web Jetadmin-software gebruiken
voor algemene informatie over HP Web
Jetadmin.
Zie de on line Help bij HP Web Jetadmin
voor meer informatie over waarschuwingen
en het instellen van deze optie.
Geïntegreerde webserver Zie De geïntegreerde webserver gebruiken
voor algemene informatie over de
geïntegreerde webserver.
Zie de on line Help van de geïntegreerde
webserver voor meer informatie over
waarschuwingen en het instellen van deze
optie.
NLWW E-mailwaarschuwingen configureren 83
Klok instellen
Met de klokfunctie kunt u de datum en de tijd instellen. De datum- en tijdgegevens worden
toegevoegd aan opgeslagen afdruktaken. Hierdoor kunt u de meest recente versie van
opgeslagen afdruktaken vinden.
De datum en tijd instellen
Wanneer u de datum en de tijd instelt, kunt u de datumnotatie, de datum, de tijdnotatie en
de tijd instellen.
Datumnotatie instellen
1. Druk op M
ENU
om de menu's te openen.
2. Gebruik (de toets P
IJL
OMHOOG
) of (de toets P
IJL
OMLAAG
) om naar APPARAAT
CONFIGUREREN te bladeren en druk op (de toets S
ELECTEREN
).
3. Gebruik (de toets P
IJL
OMHOOG
) of (de toets P
IJL
OMLAAG
) om naar SYSTEEM-
INSTELLINGEN te bladeren en druk op (de toets S
ELECTEREN
).
4. Gebruik (de toets P
IJL
OMHOOG
) of (de toets P
IJL
OMLAAG
) om naar DATUM/TIJD te
bladeren en druk op (de toets S
ELECTEREN
).
5. Gebruik (de toets P
IJL
OMHOOG
) of (de toets P
IJL
OMLAAG
) om naar DATUMNOTATIE
te bladeren en druk op (de toets S
ELECTEREN
).
6. Gebruik (de toets P
IJL
OMHOOG
) of (de toets P
IJL
OMLAAG
) om naar de gewenste
notatie te bladeren en druk op (de toets S
ELECTEREN
).
7. De instellingen worden opgeslagen en het submenu DATUM/TIJD verschijnt opnieuw
op het bedieningspaneel.
8. Druk op M
ENU
om het menu te sluiten.
84 Hoofdstuk 3 Beheer en onderhoud van de printer NLWW
Datum instellen
1. Druk op M
ENU
om de menu's te openen.
2. Gebruik (de toets P
IJL
OMHOOG
) of (de toets P
IJL
OMLAAG
) om naar APPARAAT
CONFIGUREREN te bladeren en druk op (de toets S
ELECTEREN
).
3. Gebruik (de toets P
IJL
OMHOOG
) of (de toets P
IJL
OMLAAG
) om naar SYSTEEM-
INSTELLINGEN te bladeren en druk op (de toets S
ELECTEREN
).
4. Gebruik de toets P
IJL
OMHOOG
of de toets P
IJL
OMLAAG
om naar DATUM/TIJD te
bladeren en druk op (de toets S
ELECTEREN
).
5. Gebruik (de toets P
IJL
OMHOOG
) of (de toets P
IJL
OMLAAG
) om naar DATUM te bladeren
en druk op (de toets S
ELECTEREN
).
6. Gebruik (de toets P
IJL
OMHOOG
) of (de toets P
IJL
OMLAAG
) om naar het juiste jaar te
bladeren en druk op (de toets S
ELECTEREN
).
Opmerking De volgorde waarin u een waarde opgeeft voor JAAR, MAAND en DAG is afhankelijk van
de instelling. JAAR, MAAND of DAG kan de eerste optie zijn.
7. Gebruik (de toets P
IJL
OMHOOG
) of (de toets P
IJL
OMLAAG
) om naar de juiste maand te
bladeren en druk op (de toets S
ELECTEREN
).
8. Gebruik (de toets P
IJL
OMHOOG
) of (de toets P
IJL
OMLAAG
) om naar de juiste dag te
bladeren en druk op (de toets S
ELECTEREN
).
9. De instellingen worden opgeslagen en het submenu DATUM/TIJD verschijnt opnieuw
op het bedieningspaneel.
10. Druk op M
ENU
om het menu te sluiten.
Tijdnotatie instellen
1. Druk op M
ENU
om de menu's te openen.
2. Gebruik (de toets P
IJL
OMHOOG
) of (de toets P
IJL
OMLAAG
) om naar APPARAAT
CONFIGUREREN te bladeren en druk op (de toets S
ELECTEREN
).
3. Gebruik (de toets P
IJL
OMHOOG
) of (de toets P
IJL
OMLAAG
) om naar SYSTEEM-
INSTELLINGEN te bladeren en druk op (de toets S
ELECTEREN
).
4. Gebruik (de toets P
IJL
OMHOOG
) of (de toets P
IJL
OMLAAG
) om naar DATUM/TIJD te
bladeren en druk op (de toets S
ELECTEREN
).
5. Gebruik (de toets P
IJL
OMHOOG
) of (de toets P
IJL
OMLAAG
) om naar TIJDNOTATIE te
bladeren en druk op (de toets S
ELECTEREN
).
6. Gebruik (de toets P
IJL
OMHOOG
) of (de toets P
IJL
OMLAAG
) om naar de gewenste
tijdnotatie te bladeren en druk op (de toets S
ELECTEREN
).
7. De instellingen worden opgeslagen en het submenu DATUM/TIJD verschijnt opnieuw
op het bedieningspaneel.
8. Druk op M
ENU
om het menu te sluiten.
NLWW Klok instellen 85
Tijd instellen
1. Druk op M
ENU
om de menu's te openen.
2. Gebruik (de toets P
IJL
OMHOOG
) of (de toets P
IJL
OMLAAG
) om naar APPARAAT
CONFIGUREREN te bladeren en druk op (de toets S
ELECTEREN
).
3. Gebruik (de toets P
IJL
OMHOOG
) of (de toets P
IJL
OMLAAG
) om naar SYSTEEM-
INSTELLINGEN te bladeren en druk op (de toets S
ELECTEREN
).
4. Gebruik (de toets P
IJL
OMHOOG
) of (de toets P
IJL
OMLAAG
) om naar DATUM/TIJD te
bladeren en druk op (de toets S
ELECTEREN
).
5. Gebruik (de toets P
IJL
OMHOOG
) of (de toets P
IJL
OMLAAG
) om naar TIJD te bladeren en
druk op (de toets S
ELECTEREN
).
6. Gebruik (de toets P
IJL
OMHOOG
) of (de toets P
IJL
OMLAAG
) om naar het juiste uur te
bladeren en druk op (de toets S
ELECTEREN
).
7. Gebruik (de toets P
IJL
OMHOOG
) of (de toets P
IJL
OMLAAG
) om naar de juiste minuut te
bladeren en druk op (de toets S
ELECTEREN
).
8. De instellingen worden opgeslagen en het submenu DATUM/TIJD verschijnt opnieuw
op het bedieningspaneel.
9. Druk op M
ENU
om het menu te sluiten.
86 Hoofdstuk 3 Beheer en onderhoud van de printer NLWW
De printerconfiguratie controleren
Vanaf het bedieningspaneel van de printer kunt u pagina's afdrukken die informatie geven
over de printer en de huidige configuratie. De volgende informatiepagina's worden hier
beschreven:
Menustructuur
Configuratiepagina
Statuspagina benodigdheden
PS- of PCL-lettertypelijst
Zie het menu INFORMATIE op het bedieningspaneel van de printer voor een volledige lijst
met de informatiepagina's (zie Menu Informatie).
Houd deze pagina's bij de hand voor het verhelpen van problemen. U hebt de pagina's
eveneens nodig als u contact opneemt met HP Klantenondersteuning.
Menustructuur
Druk de menustructuur af om de huidige instellingen voor de beschikbare menu’s en opties
op het bedieningspaneel van de printer te bekijken.
Zo drukt u een menustructuur af:
1. Druk op (de knop S
ELECTEREN
) om de menu's te openen.
2. Blader met (de knop O
MHOOG
) of (de knop O
MLAAG
) naar INFORMATIE en druk op
(de knop S
ELECTEREN
).
3. Blader met (de knop O
MHOOG
) of (de knop O
MLAAG
) naar MENUSTRUCTUUR
AFDRUKKEN en druk op (de knop S
ELECTEREN
).
U kunt de menustructuur desgewenst bij de printer leggen, zodat u de structuur als
referentie kunt gebruiken. De inhoud van de menustructuur is afhankelijk van de opties die
op dat moment in de printer zijn geïnstalleerd. (Veel van deze waarden kunnen worden
onderdrukt door het programma of het printerstuurprogramma.)
Zie Menu's van het bedieningspaneel voor een complete lijst met de opties en mogelijk
waarden in het bedieningspaneel. Zie Wijzigingen aanbrengen in de configuratie-instellingen
van het bedieningspaneel van de printer voor het wijzigen van een instelling van het
bedieningspaneel.
Configuratiepagina
Gebruik de configuratiepagina om uw huidige printerinstellingen te bekijken, hulp te
verkrijgen bij het oplossen van printerproblemen of de installatie van optionele accessoires
te controleren, zoals geheugen (DIMM's), laden en printertalen.
Opmerking Als er een HP Jetdirect-printserver is geïnstalleerd, wordt ook een configuratiepagina van de
HP Jetdirect afgedrukt. Het IP-adres van de HP Jetdirect-printserver wordt weergegeven op
deze pagina.
NLWW De printerconfiguratie controleren 87
Zo drukt u een configuratiepagina af vanaf het bedieningspaneel:
1. Druk op (de knop S
ELECTEREN
) om de menu's te openen.
2. Blader met (de knop O
MHOOG
) of (de knop O
MLAAG
) naar INFORMATIE en druk op
(de knop S
ELECTEREN
).
3. Blader met (de knop P
IJL
OMHOOG
) of (de knop P
IJL
OMLAAG
) naar AFDRUKKEN en
druk vervolgens op (de knop S
ELECTEREN
).
Hier volgt een voorbeeld van de configuratiepagina. De inhoud van de configuratiepagina is
afhankelijk van de opties die op dat moment in de printer zijn geïnstalleerd.
Opmerking U kunt ook configuratiegegevens verkrijgen via de geïntegreerde webserver of HP Werkset.
Zie De geïntegreerde webserver gebruiken of Werken met de HP Werkset-software voor
meer informatie.
1
hp LaserJet 2400 printers
1
2
3
4
5
6
1Printerinformatie Een overzicht met het model, het
serienummer, het aantal afgedrukte
pagina's en andere informatie over de
printer.
2Geïnstalleerde printerbesturingstalen en
opties
Een overzicht van alle printertalen die zijn
geïnstalleerd (zoals PS en PCL) en de
opties die in alle DIMM- en EIO-sleuven
zijn geïnstalleerd.
3Geheugen Een overzicht van het printergeheugen,
de PCL DWS (Driver Work Space) en
bronbesparende informatie.
88 Hoofdstuk 3 Beheer en onderhoud van de printer NLWW
4Gebeurtenislogboek Een overzicht met het aantal
vermeldingen in het gebeurtenislogboek,
het maximum aantal vermeldingen dat
kan worden geraadpleegd en de laatste
drie vermeldingen.
5Beveiliging Een overzicht met de status van de
vergrendeling van het bedieningspaneel
van de printer, het wachtwoord van het
bedieningspaneel en het schijfstation
(indien op de printer aanwezig).
6Papierladen en opties Een overzicht van de formaatstellingen
voor alle laden en optionele accessoires
voor papierverwerking die zijn
geïnstalleerd.
Statuspagina benodigdheden
Op de statuspagina benodigdheden vindt u informatie over de in uw printer geïnstalleerde
printcartridge, de hoeveelheid resterende toner in de cartridge en het aantal pagina's en
taken die met de cartridge zijn verwerkt.
Opmerking U kunt ook configuratiegegevens verkrijgen via de geïntegreerde webserver of HP Werkset.
Zie De geïntegreerde webserver gebruiken of Werken met de HP Werkset-software voor
meer informatie.
Zo drukt u een statuspagina benodigdheden af vanaf het
bedieningspaneel:
1. Druk op (de knop S
ELECTEREN
) om de menu's te openen.
2. Blader met (de knop O
MHOOG
) of (de knop O
MLAAG
) naar INFORMATIE en druk op
(de knop S
ELECTEREN
).
NLWW De printerconfiguratie controleren 89
3. Blader met (de knop O
MHOOG
) of (de knop O
MLAAG
) naar STATUSPAGINA
AFDRUKBENODIGDHEDEN en druk op (de knop S
ELECTEREN
).
1
hp LaserJet
2400 printers
100%
1
2
3
1 Informatie over de printcartridge, met een schatting van het aantal resterende pagina's
2 Informatie over het bestellen van nieuwe benodigdheden
3 Informatie over het recyclen van benodigdheden
PS- of PCL-lettertypelijst
Gebruik het lettertypeoverzicht als u wilt weten welke lettertypen op dit moment op de printer
zijn geïnstalleerd. In het lettertypeoverzicht ziet u tevens welke lettertypen op de optionele
vaste schijf (accessoire) of flash-DIMM aanwezig zijn.
Zo drukt u een PS- of PCL-lettertypelijst af:
1. Druk op (de knop S
ELECTEREN
) om de menu's te openen.
2. Blader met (de knop O
MHOOG
) of (de knop O
MLAAG
) naar INFORMATIE en druk op
(de knop S
ELECTEREN
).
3. Blader met (de knop O
MHOOG
) of (de knop O
MLAAG
) naar PS-LETTERTYPENLIJST
AFDRUKKEN of PCL-LETTERTYPENLIJST AFDRUKKEN en druk op (de knop
S
ELECTEREN
).
Het PS-lettertypeoverzicht bevat een lijst met de geïnstalleerde PS-lettertypen en een
voorbeeld van deze lettertypen. De volgende informatie kunt u in het PCL-lettertypeoverzicht
vinden:
Lettertypen geeft de namen van de lettertypen en voorbeelden.
Tekens/inch / punt geeft het aantal tekens per inch en de puntgrootte van het lettertype.
Escape-reeks (een PCL-programmeeropdracht) wordt gebruikt voor het selecteren van
het aangegeven lettertype. (Zie de legenda aan de onderkant van de pagina met het
lettertypeoverzicht.)
90 Hoofdstuk 3 Beheer en onderhoud van de printer NLWW
Opmerking Voor informatie over het gebruik van printeropdrachten voor het selecteren van een
lettertype in MS-DOS
®
-programma's, raadpleegt u PCL 6- en PCL 5-lettertypen selecteren.
Lettypenr. is het nummer dat gebruikt wordt voor het selecteren van lettertypen vanaf
het bedieningspaneel van de printer (niet het programma). Verwar het lettertypenummer
niet met de lettertype-ID. Het nummer geeft aan in welke CompactFlash-sleuf het
lettertype is opgeslagen.
SOFT: gedownloade lettertypen die resident zijn in de printer tot andere lettertypen
worden gedownload om ze te vervangen of tot de printer wordt uitgezet.
INTERN: lettertypen die permanent op de printer aanwezig zijn.
Lettertype-ID is het nummer dat u toewijst aan de softwarelettertypen als u deze
dowloadt via de software.
NLWW De printerconfiguratie controleren 91
Onderhoud van de inktpatroon
Dit gedeelte bevat informatie over HP-inktpatronen, de verwachte levensduur, hoe u de ze
moet bewaren en hoe u originele HP-benodigdheden herkent. Er verschijnt ook informatie
over inktpatronen die niet van HP zijn.
HP-inktpatronen
Inktpatronen van ander merk dan HP
Echtheidscontrole van inktpatroon
Opslag van inktpatroon
Verwachte levensduur van inktpatronen
Het niveau van benodigdheden controleren
Patroon leeg of bijna leeg
HP-inktpatronen
Wanneer u een originele HP-inktpatroon gebruikt, kunt u verschillende soorten informatie
opvragen, zoals:
De resterende hoeveelheid toner
Geschatte aantal resterende pagina's
Aantal afgedrukte pagina's
Inktpatronen van ander merk dan HP
Hewlett-Packard Company kan het gebruik van inktpatronen van een ander merk dan HP
(nieuwe of opnieuw gevulde) niet aanbevelen. Omdat dit geen HP-producten zijn, heeft HP
ook geen invloed op hun ontwerp en kwaliteit. Service of reparaties als gevolg van het
gebruik van een inktpatroon van een ander merk dan HP valt niet onder de garantie van de
printer.
Als u originele HP-benodigdheden gebruikt, weet u zeker dat u alle afdrukfuncties van HP
kunt gebruiken.
Echtheidscontrole van inktpatroon
De printer kan herkennen of een inktpatroon een originele HP-inktpatroon is wanneer u deze
in de printer plaatst. Als u denkt dat u een origineel HP-onderdeel hebt aangeschaft, gaat u
naar http://www.hp.com/go/anticounterfeit.
Opslag van inktpatroon
Haal de inktpatroon pas uit de verpakking als u deze gaat gebruiken.
Bewaar de inktpatroon altijd in de juiste omgeving. De temperatuur moet tussen -20°C en 40°
C liggen. De relatieve vochtigheid moet tussen 10% en 90% liggen.
VOORZICHTIG Stel de inktpatroon niet langer dan enkele minuten bloot aan licht. Zo voorkomt u
beschadiging van de patroon.
92 Hoofdstuk 3 Beheer en onderhoud van de printer NLWW
Verwachte levensduur van inktpatronen
De levensduur van de inktpatroon is afhankelijk van de hoeveelheid toner die vereist is voor
de afdruktaken en van de levensduur van de onderdelen in de patroon. Wanneer tekst wordt
afgedrukt bij een dekking van 5% (gebruikelijk voor een zakelijke brief), kunt u met een
inktpatroon van HP ongeveer 6000 (Q6511A) of 12.000 (Q6511X) pagina's afdrukken.
U kunt de verwachte levensduur te allen tijde via het niveau voor benodigdheden
controleren, zoals beschreven in Het niveau van benodigdheden controleren.
Het niveau van benodigdheden controleren
U kunt het niveau van benodigdheden (toner) controleren op het bedieningspaneel van de
printer, via de ingesloten webserver, de software van de HP Werkset of via
HP Web Jetadmin.
Het niveau van benodigdheden controleren op het bedieningspaneel
1. Druk op M
ENU
om de menu's te openen.
2. Blader met (knop O
MHOOG
) of (knop O
MLAAG
) naar INFORMATIE en druk op (knop
S
ELECTEREN
).
3. Blader met (knop O
MHOOG
) of (knop O
MLAAG
) naar STATUSPAGINA
AFDRUKBENODIGDHEDEN en druk op (knop S
ELECTEREN
). Zie Statuspagina
benodigdheden voor informatie over de statuspagina van benodigdheden.
Het niveau van benodigdheden controleren via de ingesloten webserver
1. Typ in uw webbrowser het IP-adres van de startpagina van de printer. U wordt naar de
statuspagina van de printer gebracht. (Zie De geïntegreerde webserver openen.)
2. Klik links op het scherm op Status benodigdheden. U komt nu op de statuspagina van
benodigdheden, waar u informatie over het niveau van benodigdheden kunt vinden. (Zie
Statuspagina benodigdheden voor informatie over de statuspagina van benodigdheden.)
Het niveau van benodigdheden controleren met de software van de
HP Werkset
U kunt de HP Werkset zodanig configureren dat u een waarschuwing ontvangt als de
inktpatroon bijna leeg is. U kunt kiezen om waarschuwingen te ontvangen via e-mail, als pop-
upbericht of als pictogram op de taakbalk. Als u de status van benodigdheden wilt
controleren met de software van de HP Werkset, klikt u op het tabblad Status en vervolgens
op Status benodigdheden.
Het niveau van benodigdheden controleren met HP Web Jetadmin
Selecteer de printer in HP Web Jetadmin. Op de statuspagina van de printer vindt u
informatie over het niveau van benodigdheden.
Patroon leeg of bijna leeg
De printer waarschuwt u als de inktpatroon bijna of helemaal leeg is (geen toner meer).
NLWW Onderhoud van de inktpatroon 93
Wanneer de patroon bijna leeg is of de drum versleten is
Wanneer de patroon bijna leeg is, wordt op het bedieningspaneel van de printer het bericht
BESTEL CARTRIDGE weergegeven. Het bericht wordt voor het eerst weergegeven
wanneer er nog circa 16% (cartridge voor 6.000 pagina's) of crica 8% (cartridge voor 12.000
pagina's) van de levensduur van de printercartridge resteert. Dit percentage is zodanig
ingesteld dat u nog ongeveer 2 weken normaal gebruik kunt maken van de patroon voordat
deze leeg is. U hebt dus de tijd om een nieuwe patroon aan te schaffen voordat de oude
patroon helemaal leeg is.
De standaardinstelling voor de printer is om door te gaan met afdrukken totdat de patroon
leeg is, maar mogelijk wilt u liever dat de printer ophoudt met afdrukken wanneer het bericht
BESTEL CARTRIDGE voor het eerst verschijnt (bijvoorbeeld als u zeker wilt zijn van een
constante afdrukkwaliteit of als u niet wilt dat de patroon tijdens een grote afdruktaak ineens
helemaal leeg is). Als u de printer wilt configureren om te stoppen, stelt u in het menu
APPARAAT CONFIGUREREN, onder SYSTEEM- INSTELLINGEN, CARTRIDGE BIJNA
LEEG in op STOP. Als het bericht VERVANG CARTRIDGE verschijnt, stopt de printer met
afdrukken. U kunt doorgaan met afdrukken door voor elke afdruktaak op (knop
S
ELECTEREN
) te drukken.
Wanneer de patroon leeg is of de drum versleten is
Het bericht VERVANG CARTRIDGE verschijnt in de volgende gevallen:
als de inktpatroon leeg is. Als CARTRIDGE LEEG is ingesteld op DOORGAAN (in het
submenu SYSTEEM- INSTELLINGEN van het menu APPARAAT CONFIGUREREN),
gaat de printer zonder tussenkomst door met afdrukken totdat de drum is versleten. HP
geeft geen garantie op de afdrukkwaliteit nadat het bericht VERVANG CARTRIDGE
voor het eerst is verschenen. De inktpatroon zo snel mogelijk vervangen. (Zie
Onderdelen, accessoires en benodigdheden bestellen.) Het bericht VERVANG
CARTRIDGE verschijnt totdat u de inktpatroon heeft vervangen. Als CARTRIDGE
LEEG is ingesteld op STOP, stopt de printer met afdrukken totdat u de inktpatroon
vervangt of doorgaat met afdrukken door de printer te configureren om door te gaan: stel
in het menu APPARAAT CONFIGUREREN, onder SYSTEEM- INSTELLINGEN,
CARTRIDGE LEEG in op DOORGAAN.
als de drum van de inktpatroon versleten is. U dient de inktpatroon te vervangen
voordat u doorgaat met afdrukken. Dit heeft prioriteit, zelfs als er nog toner in de patroon
zit. (Zie Onderdelen, accessoires en benodigdheden bestellen.) Dit is ter bescherming
van de printer.
94 Hoofdstuk 3 Beheer en onderhoud van de printer NLWW
De printer reinigen
Na verloop van tijd verzamelen zich in de printer toner- en papierdeeltjes. Dit kan problemen
tijdens het afdrukken veroorzaken. Door de printer te reinigen kunt u deze problemen
verminderen of voorkomen.
Maak, wanneer u de inktpatroon vervangt of wanneer zich problemen met afdrukken
voordoen, de gedeelten rond de papierbaan en de inktpatroon schoon. Houd de printer zo
veel mogelijk vrij van stof en vuil.
De buitenkant reinigen
Reinig de buitenkant van de printer met een vochtige doek.
VOORZICHTIG Gebruik geen op ammoniak gebaseerde schoonmaakmiddelen op of rond de printer.
De gedeelten rond de papierbaan en de inktpatroon reinigen
Na verloop van tijd verzamelen zich in de printer toner- en papierdeeltjes. Dit kan problemen
tijdens het afdrukken veroorzaken. Door de printer te reinigen kunt u deze problemen
verminderen of voorkomen.
De binnenkant van de printer reinigen
1. Schakel de printer uit en verwijder de stekker uit het stopcontact.
2. Open de bovenklep.
3. Verwijder de inktpatroon.
VOORZICHTIG Stel de inktpatroon niet langer dan enkele minuten bloot aan licht. Zo voorkomt u
beschadiging van de patroon. Zorg ervoor dat u de overdrachtsrol (de zwarte rubberen rol
onder de inktpatroon) niet aanraakt. Huidvet op de rol kan de afdrukkwaliteit verminderen.
NLWW De printer reinigen 95
4. Verwijder met een droge, pluisvrije doek het vuil uit het gedeelte rond de papierbaan en
de ruimte van de inktpatroon.
5. Plaats de inktpatroon terug in de printer en sluit de bovenklep.
Opmerking Als het moeilijk is om de inktpatroon terug te plaatsen, controleert u of de registratieplaat
naar beneden is geklapt en of u de inktpatroon stevig hebt aangedrukt.
6. Steek de stekker in het stopcontact en zet de printer aan.
De fuser reinigen
Gebruik de reinigingspagina van de printer om te voorkomen dat er toner en papieren
deeltjes in de fuser achterblijven. Door het achterblijven van toner en deeltjes kunnen
vlekken op de voor- of achterzijde van uw afdrukken ontstaan.
Voor een optimale afdrukkwaliteit raadt HP gebruikers aan om de reinigingspagina na iedere
vervanging van een inktpatroon te gebruiken, of op vaste, in te stellen tijden.
De totale reinigingsprocedure duurt ongeveer 2,5 minuten. Tijdens het reinigen wordt het
bericht BEZIG MET REINIGEN op het bedieningspaneel van de printer weergegeven.
De reinigingspagina doorvoeren
Druk de pagina af op kopieerpapier (geen bankpost of ruw papier) voor een goede werking
van de reinigingspagina.
1. Als op het printermodel een duplexeenheid aanwezig is, opent u de achterste uitvoerbak.
2. Druk op M
ENU
om de menu's te openen.
3. Blader met (de knop O
MHOOG
) of (de knop O
MLAAG
) naar APPARAAT
CONFIGUREREN en druk op (de knop S
ELECTEREN
).
4. Blader met (de knop O
MHOOG
) of (de knop O
MLAAG
) naar AFDRUKKWALITEIT en
druk op (de knop S
ELECTEREN
).
5. Blader met (de knop O
MHOOG
) of (de knop O
MLAAG
) naar REINIGINGSPAGINA
MAKEN en druk op (de knop S
ELECTEREN
).
6. Volg de instructies op de reinigingspagina om de reiniging te voltooien.
96 Hoofdstuk 3 Beheer en onderhoud van de printer NLWW
7. Als op het printermodel een duplexeenheid aanwezig is, sluit u de achterste uitvoerbak.
NLWW De printer reinigen 97
98 Hoofdstuk 3 Beheer en onderhoud van de printer NLWW
4
Problemen oplossen
Deze informatie over het oplossen van problemen kan u helpen wanneer u problemen met
de printer ondervindt. Kies het algemene soort probleem in het volgende overzicht.
Stroomdiagram voor het oplossen van problemen
Algemene afdrukproblemen oplossen
Richtlijnen voor het gebruik van papier
Speciale pagina's afdrukken
Storingen verhelpen
Printerberichten interpreteren
Problemen met de afdrukkwaliteit oplossen
Algemene afdrukproblemen op het netwerk oplossen
Algemene problemen met Windows oplossen
Veelvoorkomende Macintosh-problemen oplossen
Algemene problemen met PostScript oplossen
NLWW 99
Stroomdiagram voor het oplossen van problemen
Als de printer niet goed reageert, gebruikt u het stroomdiagram om het probleem te bepalen.
Als de printer ergens niet verder wil, gaat u te werk volgens de suggesties voor
probleemoplossing.
Als het probleem na het opvolgen van de suggesties in deze gebruikershandleiding nog niet
is opgelost, neemt u contact op met een officiële HP-dealer of -ondersteuningsdienst. (Zie
HP on line klantenondersteuning.)
Opmerking Macintosh-gebruikers: Zie Veelvoorkomende Macintosh-problemen oplossen voor meer
informatie over het oplossen van problemen.
1 Verschijnt op het bedieningspaneel KLAAR?
JA Ga naar stap 2.
NEE
De display is leeg en
de ventilator van de
printer werkt niet.
De display is leeg
maar de ventilator
van de printer werkt.
De display toont de
verkeerde taal.
De display toont
onleesbare of
onbekende tekens.
Verschijnt er een
ander bericht dan
KLAAR in de display
op het
bedieningspaneel
van de printer?
Zet de printer uit
en vervolgens
weer aan.
Controleer de
aansluitingen van
het netsnoer en
de aan/uit-
schakelaar.
Sluit de printer
aan op een ander
stopcontact.
Controleer of de
netvoeding van
de
printer regelmatig
is en aan de
printerspecificaties
voldoet. (Zie
Stroomvoorziening
.)
Druk op een
willekeurige toets
op het
bedieningspaneel
totdat de printer
reageert.
Zet de printer uit
en weer aan.
Zet de printer uit
en weer aan.
Wanneer XXX MB
verschijnt in de
display op het
bedieningspaneel,
houdt u (knop
S
ELECTEREN
)
ingedrukt totdat
alle drie de
lampjes blijven
branden. Dit kan
tot 10 seconden
duren. Laat
vervolgens
(knop S
ELECTEREN
)
los. Druk op
(knop O
MLAAG
) om
door de
beschikbare talen
te bladeren. Druk
op (knop
S
ELECTEREN
) om de
gewenste taal op
te slaan als de
nieuwe
standaardinstelling.
Controleer of op
het
bedieningspaneel
de gewenste taal
is gekozen.
Zet de printer uit
en weer aan.
Ga naar
Berichten van het
bedieningspaneel
interpreteren.
100 Hoofdstuk 4 Problemen oplossen NLWW
2 Kunt u een configuratiepagina afdrukken?
(Zie Configuratiepagina.)
JA Ga naar stap 3.
NEE
Er wordt geen configuratiepagina
afgedrukt.
Er wordt een lege pagina afgedrukt. Verschijnt er een ander bericht dan
KLAAR of BEZIG MET AFDRUKKEN
CONFIGURATIE in de display op het
bedieningspaneel van de printer?
Controleer of alle laden op de
juiste manier zijn geladen,
aangepast en in de printer
geïnstalleerd.
Controleer vanaf de computer de
afdrukwachtrij of de afdrukspooler
om te zien of de taken zijn
onderbroken. Als er problemen
zijn met de huidige afdruktaak of
als de taak is onderbroken, wordt
er geen configuratiepagina
afgedrukt. (Druk op S
TOP
en
probeer opnieuw stap 2 in het
stroomdiagram voor het oplossen
van problemen.)
Controleer of de afsluitingsstrook
van de inktpatroon is verwijderd.
(Zie de installatiegids [start] of de
instructies die zijn geleverd bij de
inktpatroon.)
De inktpatroon is misschien leeg.
Installeer een nieuwe inktpatroon.
Ga naar Berichten van het
bedieningspaneel interpreteren.
3 Kunt u afdrukken vanuit een programma?
JA Ga naar stap 4.
NEE
De taak wordt niet afgedrukt. Een PS-foutpagina of lijst met
opdrachten wordt afgedrukt.
NLWW Stroomdiagram voor het oplossen van problemen 101
Zie Berichten van het bedieningspaneel interpreteren als de taak niet wordt
afgedrukt en er een bericht wordt weergegeven op het bedieningspaneel.
Controleer vanaf de computer of de printer het afdrukken heeft onderbroken.
Druk op S
TOP
om door te gaan.
Als de printer op een netwerk is aangesloten, controleert u of u op de juiste
printer afdrukt. Sluit de computer rechtstreeks op de printer aan met een
parallelle kabel of een USB-kabel, wijzig de poort in LPT1 en probeer
opnieuw af te drukken, om uit te sluiten dat het een netwerkprobleem is.
Controleer de aansluitingen van de interfacekabels. Koppel de kabel los van
de computer en de printer en sluit deze opnieuw aan.
Test de kabel op een andere computer.
Als u een parallelle aansluiting gebruikt, controleert u of de kabel compatibel
is met IEEE-1284.
Als de printer zich in een netwerk bevindt, drukt u een configuratiepagina af.
(Zie Configuratiepagina.) Als een HP Jetdirect-printserver is geïnstalleerd,
wordt ook een Jetdirect-pagina afgedrukt. Controleer op de Jetdirect-
configuratiepagina of de status en de instellingen van het netwerkprotocol
juist zijn voor de printer.
Voer een afdruktaak uit vanaf een andere computer (als dat mogelijk is) om
uit te sluiten dat het aan de computer ligt.
Controleer of de afdruktaak naar de juiste poort wordt verzonden,
bijvoorbeeld LPT1 of de netwerkprinterpoort.
Controleer of u het juiste printerstuurprogramma gebruikt. (Zie Het
printerstuurprogramma gebruiken.)
Installeer het printerstuurprogramma opnieuw. (Zie de installatiegids [start].)
Controleer of de computerpoort goed is geconfigureerd en op de juiste wijze
functioneert. (Sluit een andere printer op de poort aan en probeer daarmee
af te drukken.)
Als u afdrukt met het PS-stuurprogramma, stelt u in het submenu Afdrukken
(in het menu Apparaat configureren) op het bedieningspaneel PS-FOUTEN
AFDRUKKEN=AAN in en probeert u de taak opnieuw af te drukken. Als een
foutpagina wordt afgedrukt, raadpleegt u de instructies in de volgende kolom.
In het submenu Systeeminstellingen (in het menu Apparaat configureren) op
het bedieningspaneel controleert u of PERSONALITY=AUTO is ingesteld.
Misschien mist u een bericht dat u kan helpen bij het oplossen van het
probleem. In het submenu Systeeminstellingen (in het menu Apparaat
configureren) op het bedieningspaneel dient u tijdelijk de instellingen
Verwijderbare waarschuwingen en Automatisch doorgaan uit te schakelen.
Vervolgens drukt u de taak opnieuw af.
Mogelijk heeft de printer een niet-
standaard PS-code ontvangen. In
het submenu Systeeminstellingen
(in het menu Apparaat
configureren) op het
bedieningspaneel controleert u of
PERSONALITY=PS alleen is
ingesteld voor deze taak. Kies
nadat u de taak hebt afgedrukt
weer AUTO als instelling.
Controleer of de afdruktaak een
PS-taak is en of u het PS-
stuurprogramma gebruikt.
De printer kan een PS-code
hebben ontvangen terwijl deze is
ingesteld op PCL. In het submenu
Systeeminstellingen (in het menu
Apparaat configureren) stelt u
PERSONALITY=AUTO in.
4 Drukt de taak af zoals verwacht?
JA Ga naar stap 5.
NEE
De afdruk is onleesbaar of
slechts een deel van de
pagina wordt afgedrukt.
Afdrukken stopt tijdens
het uitvoeren van de taak.
De afdruksnelheid is
trager dan verwacht.
Een instelling van het
bedieningspaneel van de
printer werkt niet.
102 Hoofdstuk 4 Problemen oplossen NLWW
Controleer of u het
juiste
printerstuurprogramma
gebruikt. (Zie Het
printerstuurprogramma
gebruiken.)
Mogelijk is het
gegevensbestand dat
naar de printer is
verzonden, beschadigd.
Probeer het bestand op
een andere printer af te
drukken (indien
mogelijk) of probeer
een ander bestand af te
drukken.
Controleer de
aansluitingen van de
interfacekabels. Test de
kabel op een andere
computer (indien
mogelijk).
Vervang de
interfacekabel door een
kabel van goede
kwaliteit (zie
Onderdeelnummers).
Vereenvoudig de
afdruktaak, druk af met
een lagere resolutie of
installeer meer
geheugen in de printer.
(Zie Printergeheugen.)
Misschien mist u een
bericht dat u kan helpen
bij het oplossen van het
probleem. In het
submenu
Systeeminstellingen (in
het menu Apparaat
configureren) op het
bedieningspaneel dient
u tijdelijk de instellingen
Verwijderbare
waarschuwingen en
Automatisch doorgaan
uit te schakelen.
Vervolgens drukt u de
taak opnieuw af.
Mogelijk is er op S
TOP
gedrukt.
Controleer of de
netvoeding van de
printer regelmatig is en
aan de
printerspecificaties
voldoet. (Zie
Stroomvoorziening.)
Vereenvoudig de
afdruktaak.
Voeg meer geheugen
toe aan de printer. (Zie
Printergeheugen.)
Schakel het afdrukken
van bannerpagina's uit.
(Neem contact op met
de netwerkbeheerder.)
De printer kan trager
afdrukken dan verwacht
als u afdrukt op smal
papier, afdrukt vanuit
lade 1, fuser-modus
HOOG 2 gebruikt of de
snelheid voor klein
papier hebt ingesteld op
LANGZAAM.
Controleer de
instellingen in het
printerstuurprogramma
of het programma. (De
instellingen in het
printerstuurprogramma
en het programma
hebben voorrang boven
de instellingen van het
bedieningspaneel.)
De afdruktaak is niet juist
opgemaakt.
Papier is niet correct
ingevoerd of beschadigd.
Er zijn problemen met de afdrukkwaliteit.
NLWW Stroomdiagram voor het oplossen van problemen 103
Controleer of u het
juiste
printerstuurprogramma
gebruikt. (Zie Het
printerstuurprogramma
gebruiken.)
Controleer de
programma-instellingen.
(Zie de on line Help van
het programma.)
Probeer een ander
lettertype.
Er kunnen
gedownloade bronnen
verloren zijn gegaan.
Misschien moet u deze
opnieuw downloaden.
Controleer of het papier
goed is geladen en of
de geleiders niet te vast
of te los tegen de
papierstapel zitten.
Zie Afdrukken op
afdrukmateriaal met
aangepast formaat of
kaarten bij problemen
met het afdrukken op
aangepast papier.
Zie Problemen met de
afdrukkwaliteit oplossen
bij gekreukte of
gekrulde pagina's of
wanneer afbeeldingen
scheef worden
afgedrukt.
Pas de afdrukresolutie aan. (Zie Submenu
Afdrukkwaliteit.)
Controleer of RET is ingeschakeld. (Zie Submenu
Afdrukkwaliteit.)
Ga naar Problemen met de afdrukkwaliteit oplossen.
5 Worden de juiste laden geselecteerd?
JA Raadpleeg voor andere problemen de inhoudsopgave, de index of de on
line Help van het printerstuurprogramma.
NEE
De printer gebruikt papier uit de
verkeerde lade.
Een optionele lade werkt niet goed. Verschijnt er een ander bericht dan
KLAAR in de display op het
bedieningspaneel van de printer?
104 Hoofdstuk 4 Problemen oplossen NLWW
Controleer of u het juiste
afdrukmateriaal in de juiste lade
hebt geladen. (Zie Een papierbron
selecteren.)
Controleer of de laden juist zijn
geconfigureerd voor het
papierformaat en het papiertype.
(Zie Laden vullen.) Druk een
configuratiepagina af om de
huidige lade-instellingen te
controleren. (Zie
Configuratiepagina.)
Controleer of de ladeselectie
(bron) of het type in het
printerstuurprogramma of het
programma juist is ingesteld. (De
instellingen in het
printerstuurprogramma en het
programma hebben voorrang
boven de instellingen van het
bedieningspaneel.)
Standaard wordt het papier in lade
1 als eerste gebruikt. Als u niet wilt
afdrukken vanuit lade 1, verwijdert
u al het papier uit de lade of
verandert u de instelling GEBRUIK
GEWENSTE LADE. (Zie Het
gebruik van lade 1 aanpassen.)
Kies voor FORMAAT IN LADE 1
en SOORT IN LADE 1 een andere
instelling dan WILLEKEURIG.
Zie Het gebruik van lade 1
aanpassen als u vanuit lade 1 wilt
afdrukken maar de lade niet vanuit
een programma kunt selecteren.
Druk een configuratiepagina af om
te controleren of de lade goed is
geïnstalleerd en functioneert. (Zie
Configuratiepagina.)
Configureer het
printerstuurprogramma om de
geïnstalleerde lade te herkennen.
(Zie de on line Help-informatie van
het printerstuurprogramma.)
Zet de printer uit en weer aan.
Controleer of u de juiste optionele
lade voor de printer gebruikt.
Ga naar Berichten van het
bedieningspaneel interpreteren.
NLWW Stroomdiagram voor het oplossen van problemen 105
Algemene afdrukproblemen oplossen
Als aanvulling op de problemen en oplossingen in dit gedeelte kunt u Veelvoorkomende
Macintosh-problemen oplossen raadplegen als u een Macintosh-computer gebruikt, en
Algemene problemen met PostScript oplossen als u het PostScript-stuurprogramma gebruikt.
De printer gebruikt materiaal uit de verkeerde lade.
Oorzaak Oplossing
In het programma is mogelijk de verkeerde lade
geselecteerd.
In veel programma's kiest u de papierlade in het
menu Pagina-instelling.
Verwijder het materiaal uit de andere laden om
ervoor te zorgen dat de printer het materiaal uit
de juiste lade gebruikt.
Gebruik bij een Macintosh-computer het
HP Laserjet Utility om de prioriteit van de lade te
wijzigen.
De geconfigureerde afmetingen komen niet
overeen met de afmetingen van het materiaal in
de lade.
Wijzig op het bedieningspaneel het
geconfigureerde formaat in het formaat van het
materiaal in de lade.
De printer neemt geen papier uit de lade.
Oorzaak Oplossing
De lade is leeg. Plaats papier in de lade.
De papiergeleiders zijn niet goed ingesteld. Zie Laden vullen voor het instellen van de
geleiders.
Controleer of de voorste rand van de
papierstapel in de lade voor 500 vel gelijk ligt.
Door een ongelijke rand is het mogelijk dat de
drukplaat niet omhoog gaat.
Het papier krult om bij het verlaten van de printer.
Oorzaak Oplossing
Het papier krult om bij het verlaten van de
bovenste uitvoerbak.
Open de achterste uitvoerbak zodat het papier
de printer kan verlaten zonder om te krullen.
Draai het papier waarop u afdrukt, om.
Verlaag de fuser-temperatuur om krullen tegen
te gaan. (Zie De juiste fusermodus selecteren.)
106 Hoofdstuk 4 Problemen oplossen NLWW
Het eerste vel loopt vast in het inktpatroongedeelte.
Oorzaak Oplossing
Vochtigheid en temperatuur zijn van invloed op
het afdrukmateriaal.
Plaats de printer in een andere ruimte of pas de
omstandigheden aan waaronder u afdrukt.
De taak wordt extreem traag afgedrukt.
Oorzaak Oplossing
Mogelijk is de afdruktaak zeer complex.
De maximumsnelheid van de printer kan niet
worden overschreden, zelfs niet als u meer
geheugen hebt toegevoegd.
De afdruksnelheid kan automatisch worden
verlaagd bij het afdrukken op aangepast
afdrukmateriaal.
N.B. De printer kan trager afdrukken dan
verwacht als u afdrukt op smal papier, afdrukt
vanuit lade 1 of fuser-modus HOOG 2 gebruikt.
Maak de pagina minder complex of probeer de
instellingen voor de afdrukkwaliteit aan te
passen. Voeg, als dit probleem zich vaak
voordoet, extra geheugen aan de printer toe.
U drukt een PDF- of PS-bestand (PostScript) af,
maar u gebruikt een PCL-printerstuurprogramma.
Gebruik in plaats van het PCL-
printerstuurprogramma een PS-
printerstuurprogramma. (U kunt dit meestal in
het softwareprogramma veranderen.)
De optie Optimaliseren voor: is in het
printerstuurprogramma ingesteld op Kaarten,
Zwaar papier, Ruw papier of Bankpostpapier.
In het printerstuurprogramma stelt u het type in
op normaal papier (zie Afdrukken op basis van
soort en formaat afdrukmateriaal (laden
vergrendelen)).
N.B. Als u de instelling wijzigt in normaal papier,
wordt de afdruktaak sneller uitgevoerd. Als u
echter zwaar materiaal gebruikt, kunt u voor de
beste resultaten het printerstuurprogramma
beter ingesteld laten staan op zwaar, zelfs als de
afdruktaak hierdoor mogelijk trager verloopt.
Er wordt op beide zijden van het papier afgedrukt.
Oorzaak Oplossing
De printer is ingesteld op dubbelzijdig afdrukken. Zie De instellingen van een afdruktaak wijzigen
om de instelling te wijzigen of raadpleeg de on
line Help.
NLWW Algemene afdrukproblemen oplossen 107
De afdruktaak bestaat uit één pagina maar de achterzijde van de pagina wordt ook verwerkt
door de printer (de pagina komt gedeeltelijk uit de printer en gaat vervolgens weer terug in de
printer).
Oorzaak Oplossing
De printer is ingesteld op dubbelzijdig afdrukken.
Zelfs als de afdruktaak slechts één pagina bevat,
wordt de achterzijde door de printer verwerkt.
Zie De instellingen van een afdruktaak wijzigen
om de instelling te wijzigen of raadpleeg de on
line Help.
Trek de pagina niet uit de printer voordat het
dubbelzijdig afdrukken is voltooid. Het papier
kan hierdoor vastlopen.
Er worden alleen lege pagina's afgedrukt.
Oorzaak Oplossing
Misschien bevindt de afsluitingsstrook zich nog
in de inktpatroon.
Haal de inktpatroon uit de printer en trek de
afsluitingsstrook eraf. Installeer de inktpatroon
opnieuw.
Het bestand bevat mogelijk blanco pagina's. Controleer of het bestand geen blanco pagina's
bevat.
De tekst wordt verkeerd, onleesbaar of onvolledig afgedrukt.
Oorzaak Oplossing
De printerkabel zit los of is defect. Koppel de printerkabel los en sluit deze weer
aan. Probeer een afdruktaak waarvan u weet dat
deze goed wordt uitgevoerd. Sluit, indien
mogelijk, de kabel en de printer op een andere
computer aan en probeer een afdruktaak
waarvan u weet dat deze goed wordt uitgevoerd.
Probeer het ten slotte met een nieuwe kabel.
De printer is op een netwerk of een switchbox
aangesloten en ontvangt geen duidelijk signaal.
Koppel de printer los van het netwerk en sluit
deze rechtstreeks met een parallelle kabel of
USB-kabel op een computer aan. Druk een taak
af waarvan u weet dat deze goed wordt
uitgevoerd.
In de software is het verkeerde stuurprogramma
gekozen.
Controleer in het softwaremenu voor de
printerselectie of een HP LaserJet 2400 series-
printer is geselecteerd.
Het softwareprogramma werkt niet goed. Probeer een afdruktaak vanuit een ander
programma uit te voeren.
De printer reageert niet wanneer u Afdrukken selecteert in de software.
Oorzaak Oplossing
In de printer is geen materiaal meer aanwezig. Plaats materiaal.
108 Hoofdstuk 4 Problemen oplossen NLWW
De printer reageert niet wanneer u Afdrukken selecteert in de software.
Oorzaak Oplossing
De printer staat mogelijk in de modus voor
handmatige invoer.
Wijzig de modus voor handmatige invoer.
De kabel tussen de computer en de printer is
niet goed aangesloten.
Koppel de kabel los en sluit deze weer aan.
De printerkabel is defect. Sluit, indien mogelijk, de kabel op een andere
computer aan en druk een taak af waarvan u
weet dat deze goed wordt uitgevoerd. U kunt
ook een andere kabel proberen.
In de software is de verkeerde printer gekozen. Controleer in het softwaremenu voor de
printerselectie of een HP LaserJet 2400 series-
printer is geselecteerd.
Het papier kan zijn vastgelopen in de printer. Verwijder het vastgelopen papier en let daarbij
vooral op de duplexeenheid (als het model over
een duplexeenheid beschikt). Zie Storingen
verhelpen.
De printersoftware is niet voor de printerpoort
geconfigureerd.
Controleer in het softwaremenu voor de
printerselectie of de juiste poort wordt gebruikt.
Controleer, als de computer meer dan een poort
heeft, of de printer op de juiste poort is
aangesloten.
De printer is aangesloten op een netwerk en
ontvangt geen signaal.
Koppel de printer los van het netwerk en sluit
deze rechtstreeks met een parallelle kabel of
USB-kabel op een computer aan. Installeer de
afdruksoftware opnieuw. Druk een taak af
waarvan u weet dat deze goed wordt uitgevoerd.
Verwijder alle onderbroken taken uit de
afdrukwachtrij.
De printer is niet op de netvoeding aangesloten. Controleer de aansluiting van de netsnoeren als
er geen lichtje brandt. Controleer de aan/uit-
schakelaar. Controleer de voedingsbron.
De printer werkt niet goed. Controleer de berichten op de display van het
bedieningspaneel om te bepalen of de printer
een fout aangeeft. Noteer alle berichten en zie
Berichten van het bedieningspaneel interpreteren.
NLWW Algemene afdrukproblemen oplossen 109
Richtlijnen voor het gebruik van papier
Gebruik voor de beste resultaten papier van goede kwaliteit, dat vrij is van sneden,
inkepingen, scheuren, vlekken, losse deeltjes, stof, kreukels en gekrulde of omgebogen
randen.
Als u niet zeker weet welk soort papier u gebruikt (zoals bankpost- of kringlooppapier), leest
u het etiket op de verpakking.
Zie Ondersteunde typen en formaten van afdrukmateriaal voor een volledige lijst met
ondersteund afdrukmateriaal.
De volgende problemen met papier veroorzaken afwijkingen van de afdrukkwaliteit,
papierstoringen of zelfs beschadiging van de printer.
Probleem Probleem met papier Oplossing
Slechte afdrukkwaliteit of toner
hecht niet goed
Het papier is te vochtig, te ruw,
te zwaar of te glad of het
betreft reliëfpapier of uit een
slechte partij.
Een ander soort papier
proberen, tussen 100 en 250
Sheffield, vochtgehalte van
4 tot 6%.
Weggevallen informatie,
vastlopen, krullen
Het papier is niet op de juiste
wijze geplaatst.
De zijden van het papier wijken
ten opzichte van elkaar af.
Het papier plat bewaren in het
vochtwerende
verpakkingsmateriaal.
Het papier omkeren.
Sterke krulling Het papier is te vochtig, heeft
de verkeerde vezelrichting of
bestaat uit korte vezels.
De zijden van het papier wijken
ten opzichte van elkaar af.
Open de achterste uitvoerbak
of gebruik papier met lange
vezels.
Het papier omkeren.
Vastlopen, beschadiging van
de printer
Het papier heeft uitsparingen of
perforaties.
Papier zonder uitsparingen of
perforaties gebruiken.
Problemen met invoeren Het papier heeft rafelige
randen of is afkomstig uit een
slechte partij.
De zijden van het papier wijken
ten opzichte van elkaar af.
Het papier is te vochtig, te ruw,
te zwaar of te glad.
Het papier heeft de verkeerde
vezelrichting, heeft korte vezels
of heeft reliëf.
Papier van hoge kwaliteit
gebruiken voor laserprinters.
Het papier omkeren.
Een ander soort papier
proberen, tussen 100 en 250
Sheffield, vochtgehalte van
4 tot 6%.
Open de achterste uitvoerbak
of gebruik papier met lange
vezels.
Opmerking Gebruik geen briefpapier dat is bedrukt met lage-temperatuur-inkt, zoals de inkt die soms
wordt gebruikt in de thermografie. Gebruik geen briefpapier met reliëfdruk. De printer
gebruikt warmte en druk om de toner op het papier te smelten. Controleer of op gekleurd
papier of voorbedrukte formulieren inkt is gebruikt die voor deze fusertemperatuur (200°C of
392°F voor 0,1 seconde) geschikt is.
VOORZICHTIG Houd u aan de genoemde richtlijnen om papierstoringen of beschadiging van uw printer te
voorkomen.
110 Hoofdstuk 4 Problemen oplossen NLWW
Speciale pagina's afdrukken
Speciale pagina's in het geheugen van de printer kunnen u helpen bij het stellen van een
diagnose en meer te weten komen van het probleem dat zich voordoet.
Configuratiepagina
De Configuratiepagina geeft een overzicht van de huidige instellingen en eigenschappen
van de printer. Zie Configuratiepagina voor aanwijzingen over het afdrukken van de
configuratiepagina. Als een HP Jetdirect-printserver is geïnstalleerd, wordt een tweede
pagina afgedrukt met alle HP Jetdirect-informatie.
Lettertypeoverzicht
U kunt een lettertypeoverzicht afdrukken via het bedieningspaneel (zie PS- of PCL-
lettertypelijst) of (voor Macintosh-computers) de HP LaserJet Utility (zie HP LaserJet-
hulpprogramma).
Statuspagina benodigdheden
De statuspagina benodigdheden geeft informatie over de in uw printer geïnstalleerde
printcartridge, de hoeveelheid resterende toner in de cartridge en het aantal pagina's en
taken dat met de cartridge is verwerkt (zie Statuspagina benodigdheden).
NLWW Speciale pagina's afdrukken 111
Storingen verhelpen
Tijdens een afdruktaak kan het gebeuren dat het papier vast komt te zitten. Hier volgen
enkele mogelijke oorzaken:
Het papier is niet op de juiste wijze in de laden geplaatst of er is te veel papier geladen.
Lade 2 of lade 3 wordt tijdens een afdruktaak verwijderd.
De bovenklep wordt tijdens een afdruktaak geopend.
Het geladen materiaal voldoet niet aan de specificaties van HP (zie Papierspecificaties).
Het gebruikte materiaal valt buiten het bereik van ondersteunde formaten (zie
Papierspecificaties).
Plaatsen waar papier kan vastlopen
Papierstoringen kunnen zich op vier plaatsen voordoen:
1
2
3
4
1 Het gebied van de inktpatroon (zie Papierstoringen verhelpen in het gebied van de inktpatroon)
2 Het gebied van de invoerlade (zie Papierstoringen verhelpen in de invoerladen)
3 Het gebied van de uitvoerlade (zie Papierstoringen verhelpen in de uitvoergebieden)
4 Het gebied van de duplexeenheid (alleen bij modellen met een duplexeenheid) (zie
Papierstoringen verhelpen in het gebied van de duplexeenheid)
Opmerking Kijk waar het vastgelopen materiaal zich bevindt en verwijder het aan de hand van de
instructies in dit gedeelte. Raadpleeg eerst het gedeelte over de inktpatroon als niet duidelijk
is waar de papierstoring zich bevindt. Verwijder zorgvuldig alle afgescheurde stukjes papier
uit de printer. Na een papierstoring kan er losse toner in de printer achterblijven. Na het
afdrukken van enkele vellen papier is dit meestal niet meer aanwezig.
Papierstoringen verhelpen in het gebied van de inktpatroon
Bij papierstoringen in dit gedeelte kan losse toner op de pagina terechtkomen. Als er toner
op uw kl;eding of uw handen terechtkomt, verwijdert u de toner met koud water. (In heet
water hecht de toner zich aan de stof.)
112 Hoofdstuk 4 Problemen oplossen NLWW
1. Open de bovenklep.
2. Verwijder de inktpatroon.
VOORZICHTIG Stel de inktpatroon niet langer dan enkele minuten bloot aan licht. U voorkomt zo
beschadiging van de patroon. Bedek de inktpatroon met een vel papier zolang deze zich
buiten de printer bevindt.
3. Til voorzichtig de registratieplaat op. Als u de voorste rand van het afdrukmateriaal kunt
zien, trekt u het materiaal voorzichtig naar het achterste gedeelte van de printer om het
te verwijderen.
Als het moeilijk is om het materiaal te verwijderen of als het zich reeds in het
uitvoergedeelte bevindt, verwijdert u het vastzittende materiaal zoals beschreven in
Papierstoringen verhelpen in de uitvoergebieden.
4. Klap de registratieplaat voorzichtig omlaag nadat het vastzittende materiaal is
verwijderd. Plaats de inktpatroon weer in de printer en sluit de bovenklep.
NLWW Storingen verhelpen 113
Opmerking Als het moeilijk is om de inktpatroon opnieuw te installeren, controleert u of de
registratieplaat omlaag is geklapt en of u de inktpatroon stevig hebt aangedrukt. Als het
waarschuwingslampje niet dooft, is er nog vastgelopen materiaal in de printer aanwezig.
Controleer of er papier is vastgelopen in de papierinvoer of de achterste gedeelten voor de
uitvoer. Bij printers met een ingebouwde duplexeenheid controleert u het gebied van de
duplexeenheid.
Papierstoringen verhelpen in de invoerladen
Opmerking Als het papier zich in het gebied van de inktpatroon bevindt, gaat u te werk zoals
beschreven in Papierstoringen verhelpen in het gebied van de inktpatroon. Het is
gemakkelijker om papier te verwijderen uit het gedeelte voor de inktpatroon dan uit het
invoergedeelte.
1. Trek lade 2 of lade 3 uit de printer om het vastgelopen papier te kunnen zien.
2. Verwijder materiaal dat verkeerd is ingevoerd door aan de zichtbare rand te trekken.
Controleer of al het materiaal recht ligt in de lade (zie Laden vullen). Verwijder, als
lade 3 is geplaatst, verkeerd ingevoerd materiaal en controleer of al het materiaal recht
in de lade ligt.
3. Als het materiaal in het invoergebied vastzit en toegang tot het papier vanuit het
inktpatroongebied niet mogelijk is, pakt u het materiaal vast en trekt u het voorzichtig uit
de printer.
114 Hoofdstuk 4 Problemen oplossen NLWW
4. Druk voor lade 2 de papierstapel omlaag om de metalen drukplaat vast te zetten. Schuif
beide laden terug in de printer.
5. Druk op (knop S
ELECTEREN
) om de instellingen van de printer te herstellen en door te
gaan met afdrukken.
Opmerking Als het waarschuwingslampje niet dooft, is er nog vastgelopen materiaal in de printer
aanwezig. Controleer of er papier is vastgelopen in de papierinvoer of de achterste
gedeelten voor de uitvoer. Bij printers met een ingebouwde duplexeenheid controleert u het
gebied van de duplexeenheid.
Papierstoringen verhelpen in de uitvoergebieden
Bij papierstoringen in dit gedeelte kan losse toner op de pagina terechtkomen. Als er toner
op uw kleding of uw handen terechtkomt, verwijdert u de toner met koud water. (In heet
water hecht de toner zich aan de stof.)
1. Open de bovenklep en verwijder de inktpatroon. De achterste uitvoerbak openen. (De
achterste uitvoerbak kan moeilijk te openen zijn. Trek eventueel hard om deze te
openen.)
Opmerking Het is noodzakelijk om de bovenklep te openen, omdat de tandwielen voor de achterste
uitvoer dan vrijkomen en u het materiaal gemakkelijker kunt verwijderen.
2. Als u het materiaal in de achterste uitvoeropening kunt zien, gebruikt u voorzichtig beide
handen om het papier aan de voorste rand uit de printer te trekken. Verwijder voorzichtig
de rest van het vastzittende materiaal uit de printer.
NLWW Storingen verhelpen 115
3. Als het materiaal bijna volledig zichtbaar is vanuit de bovenste uitvoerlade, trekt u het
resterende materiaal voorzichtig uit de printer. Als de voorste rand helemaal niet of
haast niet zichtbaar is in het gebied van de inktpatroon, opent u de achterste uitvoerbak
volledig. Druk hiertoe de klep van de bak een klein stukje naar voren en gebruik uw
vinger om het rooster aan de onderkant los te maken. Draai aan het wieltje om het
materiaal uit de printer te halen.
4. Installeer de inktpatroon opnieuw. Sluit de bovenklep en de achterste uitvoerbak.
Opmerking Als het moeilijk is om de inktpatroon opnieuw te installeren, controleert u of de
registratieplaat omlaag is geklapt en of u de inktpatroon stevig hebt aangedrukt. Als het
waarschuwingslampje niet dooft, is er nog vastgelopen materiaal in de printer aanwezig.
Controleer of er papier is vastgelopen in de papierinvoer of de achterste gedeelten voor de
uitvoer. Bij printers met een ingebouwde duplexeenheid controleert u het gebied van de
duplexeenheid.
Papierstoringen verhelpen in het gebied van de duplexeenheid
Deze procedure geldt alleen voor printers met een duplexeenheid.
1. Haal lade 2 uit de printer.
116 Hoofdstuk 4 Problemen oplossen NLWW
2. Druk op de groene knop rechtsvoor bij de opening van lade 2 om de papierinvoerplaat te
openen.
3. Trek het vastzittende papier uit de printer.
4. Duw de onderkant van de papierinvoerplaat weer omhoog totdat deze aan beide kanten
vast klikt (beide kanten moeten vastzitten).
5. Installeer lade 2 opnieuw.
Opmerking Als het waarschuwingslampje niet dooft, is er nog vastgelopen materiaal in de printer
aanwezig. Controleer of er papier is vastgelopen in de papierinvoer of de achterste
gedeelten voor de uitvoer.
NLWW Storingen verhelpen 117
Printerberichten interpreteren
Op de display van het bedieningspaneel van de printer verschijnen berichten over de
normale status van de printer (zoals Bezig met verwerken...) of over fouten (zoals SLUIT
BOVENKLEP) die uw aandacht vereisen. Berichten van het bedieningspaneel interpreteren
geeft u een overzicht van de meest voorkomende berichten die uw aandacht nodig hebben
of die mogelijk niet duidelijk zijn. De berichten worden in alfabetische volgorde weergegeven
en de numerieke berichten staan aan het einde van de lijst.
Het on line Help-systeem van de printer gebruiken
De printer heeft een ingebouwd Help-systeem op het bedieningspaneel dat instructies geeft
voor het oplossen van de meeste printerproblemen. Bepaalde berichten op het
bedieningspaneel worden afgewisseld met instructies over hoe u toegang krijgt tot het on
line Help-systeem.
Wanneer een bericht wordt afgewisseld met Help-informatie: druk op, drukt u op (knop
H
ELP
) om de Help weer te geven en bladert u met (knop O
MHOOG
) en (knop O
MLAAG
) door
het bericht.
Druk op M
ENU
om het on line Help-systeem te verlaten.
Steeds terugkerende berichten oplossen
Bij sommige berichten (bijvoorbeeld verzoeken om een lade te vullen of een bericht dat een
voorgaande afdruktaak nog steeds in het geheugen aanwezig is) kunt u op (knop
S
ELECTEREN
) drukken om af te drukken, of op S
TOP
om de taak te wissen en het bericht te
verwijderen.
Als het bericht nog steeds wordt weergegeven nadat u alle aanbevolen handelingen hebt
uitgevoerd, neemt u contact op met een erkende service- of ondersteuningsleverancier van
HP. (Zie HP on line klantenondersteuning of ga naar www.hp.com/support/lj2410,
http://www.hp.com/support/lj2420, of http://www.hp.com/support/lj2430.)
Berichten van het bedieningspaneel interpreteren
Bedieningspaneelbericht Omschrijving Aanbevolen actie
10.32.00
ONRECHTMATIG ONDERDEEL
wordt afgewisseld met
Help-informatie: druk op
De printer heeft geconstateerd dat een
bepaald onderdeel geen origineel HP-
onderdeel is.
Dit bericht wordt weergegeven totdat u
een HP-onderdeel installeert of op de
knop (knop S
ELECTEREN
) drukt om het
bericht te onderdrukken.
Als u denkt dat u een HP-onderdeel hebt
aangeschaft, gaat u naar
http://www.hp.com/go/anticounterfeit.
Reparaties aan de printer als gevolg van
het gebruik van onrechtmatige
onderdelen of onderdelen die niet van
HP zijn, worden niet gedekt door de
garantie op de printer.
118 Hoofdstuk 4 Problemen oplossen NLWW
Bedieningspaneelbericht Omschrijving Aanbevolen actie
10.XX.YY ONDERDEEL
GEHEUGENFOUT
wordt afgewisseld met
Help-informatie: druk op
Er is een fout opgetreden in een of meer
printeronderdelen. De waarden XX en
YY vindt u hieronder:
XX00 = geheugen is defect
XX01 = geheugen ontbreekt
YY00 = zwarte inktpatroon
1. Zet de printer uit en weer aan om
het bericht te wissen.
2. Als het bericht nog steeds wordt
weergegeven, neemt u contact op
met een erkende service- of
ondersteuningsleverancier van HP
(zie HP on line
klantenondersteuning).
13.XX.YY PAPIERSTORING IN
<Locatie>
Er is een storing opgetreden op de
aangegeven plaats.
Verwijder het vastgelopen materiaal uit
de opgegeven plaats. Zie Storingen
verhelpen.
Als het bericht nog steeds wordt
weergegeven nadat u al het vastgelopen
papier hebt verwijderd, is er mogelijk
een sensor vastgelopen of beschadigd.
Neem in dat geval contact op met een
erkende service- of
ondersteuningsleverancier van HP (zie
HP on line klantenondersteuning).
20 ONVOLDOENDE
GEHEUGEN
wordt afgewisseld met
Doorgaan: druk op
De printer heeft meer gegevens
ontvangen dan het printergeheugen kan
opnemen. Het is mogelijk dat u
geprobeerd hebt om te veel macro's,
soft-lettertypen of ingewikkelde
afbeeldingen over te brengen.
Druk op (knop S
ELECTEREN
) om de
verzonden gegevens af te drukken
(sommige gegevens kunnen verloren
zijn gegaan) en vereenvoudig
vervolgens de afdruktaak of installeer
extra geheugen. (Zie Printergeheugen.)
21 PAGINA TE COMPLEX
wordt afgewisseld met
Doorgaan: druk op
De gegevens (dichte tekst, regels,
raster- of vectorafbeeldingen) die naar
de printer zijn verzonden, zijn te
ingewikkeld.
1. Druk op (knop S
ELECTEREN
) om de
verzonden gegevens af te drukken
(sommige gegevens kunnen
verloren gaan).
2. Als dit bericht vaak verschijnt,
vereenvoudigt u de afdruktaak of
installeert u meer geheugen. (Zie
Printergeheugen.)
22 EIO X
BUFFEROVERLOOP
wordt afgewisseld met
Doorgaan: druk op
Er zijn te veel gegevens verzonden naar
de EIO-kaart in de aangegeven sleuf [X].
Het is mogelijk dat er een onjuist
communicatieprotocol in gebruik is.
N.B. EIO 0 is gereserveerd voor de
ingesloten HP Jetdirect-printserver.
1. Druk op (knop S
ELECTEREN
) om
het bericht te wissen. (De taak
wordt niet afgedrukt.)
2. Controleer de hostconfiguratie. Als
het bericht nog steeds wordt
weergegeven, neemt u contact op
met een erkende service- of
ondersteuningsleverancier van HP
(zie HP on line
klantenondersteuning).
Berichten van het bedieningspaneel interpreteren (vervolg)
NLWW Printerberichten interpreteren 119
Bedieningspaneelbericht Omschrijving Aanbevolen actie
22 PARALLELLE I/O-
BUFFEROVERLOOP
wordt afgewisseld met
Doorgaan: druk op
Er zijn te veel gegevens naar de
parallelle poort verzonden.
1. Controleer of er een
kabelaansluiting loszit en gebruik
kabels van goede kwaliteit.
Sommige parallelle kabels die niet
door HP zijn vervaardigd, missen
misschien pinaansluitingen of
voldoen om een andere reden niet
aan de specificatie IEEE 1284. (Zie
Onderdelen, accessoires en
benodigdheden bestellen.)
2. Deze fout kan optreden als het
printerstuurprogramma dat u
gebruikt niet voldoet aan de norm
IEEE 1284. Gebruik een bij de
printer geleverd HP-
stuurprogramma om de beste
resultaten te krijgen. (Zie Software.)
3. Druk op (knop S
ELECTEREN
) om
het foutbericht te wissen. (De taak
wordt niet afgedrukt.)
4. Als het bericht nog steeds wordt
weergegeven, neemt u contact op
met een erkende service- of
ondersteuningsleverancier van HP
(zie HP on line
klantenondersteuning).
22 USB I/O-
BUFFEROVERLOOP
wordt afgewisseld met
Doorgaan: druk op
Er zijn te veel gegevens naar de USB-
poort verzonden.
Druk op (knop S
ELECTEREN
) om het
foutbericht te wissen. (De taak wordt niet
afgedrukt.)
40: MISLUKTE EIO X-
TRANSMISSIE
wordt afgewisseld met
Doorgaan: druk op
De verbinding tussen de printer en de
EIO-kaart in de aangegeven sleuf [X] is
verbroken.
N.B. EIO 0 is gereserveerd voor de
ingesloten HP Jetdirect-printserver.
Druk op (knop S
ELECTEREN
) om het
foutbericht te wissen en door te gaan
met afdrukken.
Berichten van het bedieningspaneel interpreteren (vervolg)
120 Hoofdstuk 4 Problemen oplossen NLWW
Bedieningspaneelbericht Omschrijving Aanbevolen actie
41.3 ONVERWACHT
PAPIERFORMAAT IN LADE X
wordt afgewisseld met
LAAD LADE XX
[TYPE][FORMAAT]
Dit komt meestal doordat er twee of
meer vellen tegelijk in de printer zijn
terechtgekomen of de lade niet goed is
afgesteld.
1. Vul de lade opnieuw met papier van
het juiste formaat.
2. Druk op (knop S
ELECTEREN
) om
naar LADE XX FORMAAT= te
bladeren. Configureer het formaat in
een lade zodanig dat de printer een
lade gebruikt die het voor de
afdruktaak benodigde papierformaat
bevat.
3. Als de fout niet verholpen is, zet u
de printer uit en opnieuw aan.
4. Als het bericht nog steeds wordt
weergegeven, neemt u contact op
met een erkende service- of
ondersteuningsleverancier van HP
(zie HP on line
klantenondersteuning).
41.X FOUT
Help-informatie: druk op
wordt afgewisseld met
41.X FOUT
Doorgaan: druk op
Er is een tijdelijke afdrukfout opgetreden. 1. Druk op (knop S
ELECTEREN
). De
pagina met de fout wordt nu
automatisch opnieuw afgedrukt als
de functie voor het verhelpen van
papierstoringen is ingeschakeld.
2. Zet de printer uit en weer aan.
3. Als het bericht nog steeds wordt
weergegeven, neemt u contact op
met een erkende service- of
ondersteuningsleverancier van HP
(zie HP on line
klantenondersteuning).
49.XXXXX FOUT
wordt afgewisseld met
Zet het apparaat uit en
weer aan om door te gaan.
Er heeft zich een kritieke firmwarefout
voorgedaan.
1. Schakel de printer uit, wacht
20 minuten en schakel vervolgens
de printer weer in.
2. Als het bericht nog steeds wordt
weergegeven, neemt u contact op
met een erkende service- of
ondersteuningsleverancier van HP
(zie HP on line
klantenondersteuning).
50.X FUSERFOUT
Help-informatie: druk op
Er is een fuser-fout opgetreden. 1. Zet de printer uit en weer aan.
2. Als het bericht nog steeds wordt
weergegeven, neemt u contact op
met een erkende service- of
ondersteuningsleverancier van HP
(zie HP on line
klantenondersteuning).
Berichten van het bedieningspaneel interpreteren (vervolg)
NLWW Printerberichten interpreteren 121
Bedieningspaneelbericht Omschrijving Aanbevolen actie
51.XY FOUT
Help-informatie: druk op
wordt afgewisseld met
Zet het apparaat uit en
weer aan om door te gaan.
Er is een tijdelijke afdrukfout opgetreden. 1. Zet de printer uit en weer aan.
2. Als het bericht nog steeds wordt
weergegeven, neemt u contact op
met een erkende service- of
ondersteuningsleverancier van HP
(zie HP on line
klantenondersteuning).
52.XY FOUT
Help-informatie: druk op
wordt afgewisseld met
Zet het apparaat uit en
weer aan om door te gaan.
Er is een tijdelijke afdrukfout opgetreden. 1. Zet de printer uit en weer aan.
2. Als het bericht nog steeds wordt
weergegeven, neemt u contact op
met een erkende service- of
ondersteuningsleverancier van HP
(zie HP on line
klantenondersteuning).
53.XY.ZZ RAM DIMM-SLEUF
CONTROLEREN <X>
wordt afgewisseld met
Zet het apparaat uit en
weer aan om door te gaan.
Er is een probleem met het
printergeheugen. De DIMM die de fout
heeft veroorzaakt, wordt niet gebruikt.
In de volgende gevallen wordt u
gevraagd om op (knop S
ELECTEREN
) te
drukken om door te gaan:
1 of 2 DIMM's waarbij ZZ=04 de
enige fout is
2 DIMM's, waarvan er een goed is
en de andere een fout met ZZ=01,
02, 03 of 05 bevat
2 DIMM's, waarvan de ene een fout
met ZZ=04 bevat, en de andere een
fout met ZZ=01, 02, 03 of 05
Waarden X en Y geven het volgende aan:
X = DIMM-type, 1 = RAM
Y = Apparaatlocatie, 0 = Intern
geheugen (RAM), 1 of 2 = DIMM-
sleuf 1 of 2
Als het bericht nog steeds wordt
weergegeven, moet u de opgegeven
DIMM mogelijk vervangen. Zet de printer
uit en vervang vervolgens de DIMM die
de fout heeft veroorzaakt.
54.XX FOUT
wordt afgewisseld met
Zet het apparaat uit en
weer aan om door te gaan.
Dit bericht heeft meestal te maken met
een sensorprobleem.
Zet de printer uit en weer aan.
Als de fout opnieuw verschijnt, noteert u
het bericht en neemt u contact op met
een erkende service- of
ondersteuningsleverancier van HP (zie
HP on line klantenondersteuning).
55.XX.YY DC
CONTROLLERFOUT
wordt afgewisseld met
Zet het apparaat uit en
weer aan om door te gaan.
Er is een tijdelijke afdrukfout opgetreden. 1. Zet de printer uit en weer aan.
2. Als het bericht nog steeds wordt
weergegeven, neemt u contact op
met een erkende service- of
ondersteuningsleverancier van HP
(zie HP on line
klantenondersteuning).
Berichten van het bedieningspaneel interpreteren (vervolg)
122 Hoofdstuk 4 Problemen oplossen NLWW
Bedieningspaneelbericht Omschrijving Aanbevolen actie
56.XX FOUT
Help-informatie: druk op
wordt afgewisseld met
Zet het apparaat uit en
weer aan om door te gaan.
Er is een tijdelijke afdrukfout opgetreden
door een onjuiste invoer- of uitvoerkeuze.
1. Zet de printer uit en weer aan.
2. Als het bericht nog steeds wordt
weergegeven, neemt u contact op
met een erkende service- of
ondersteuningsleverancier van HP
(zie HP on line
klantenondersteuning).
57.XX FOUT
Help-informatie: druk op
wordt afgewisseld met
Zet het apparaat uit en
weer aan om door te gaan.
Er is een tijdelijke afdrukfout opgetreden
in een van de printerventilatoren.
1. Zet de printer uit en weer aan.
2. Als het bericht nog steeds wordt
weergegeven, neemt u contact op
met een erkende service- of
ondersteuningsleverancier van HP
(zie HP on line
klantenondersteuning).
58.XX FOUT
Help-informatie: druk op
wordt afgewisseld met
Zet het apparaat uit en
weer aan om door te gaan.
Er is een printerfout opgetreden waarbij
een geheugentag-CPU-fout is
geconstateerd, of er is een probleem
met de luchtsensor of de
stroomvoorziening.
Problemen met de stroomvoorziening
oplossen:
1. Haal de printer uit de UPS-
voorzieningen, extra
voedingsbronnen of contactdozen.
Steek de stekker van de printer in
een wandcontactdoos en controleer
of het probleem hiermee is opgelost.
2. Als u de stekker van de printer al in
een wandcontactdoos had
gestoken, probeert u een andere
voedingsbron in het gebouw, die
onafhankelijk is van de
voedingsbron die u op dit moment
gebruikt.
Mogelijk moet worden gecontroleerd of
de netwerkspanning en de stroombron
bij de printer voldoen aan de elektrische
specificaties van de printer. (Zie
Stroomvoorziening.)
Als het bericht nog steeds wordt
weergegeven, neemt u contact op met
een erkende service- of
ondersteuningsleverancier van HP (zie
HP on line klantenondersteuning).
59.XY FOUT
Help-informatie: druk op
wordt afgewisseld met
Zet het apparaat uit en
weer aan om door te gaan.
Er is een tijdelijke afdrukfout opgetreden. 1. Zet de printer uit en weer aan.
2. Als het bericht nog steeds wordt
weergegeven, neemt u contact op
met een erkende service- of
ondersteuningsleverancier van HP
(zie HP on line
klantenondersteuning).
Berichten van het bedieningspaneel interpreteren (vervolg)
NLWW Printerberichten interpreteren 123
Bedieningspaneelbericht Omschrijving Aanbevolen actie
62 GEEN SYSTEEM
wordt afgewisseld met
Zet het apparaat uit en
weer aan om door te gaan.
Dit bericht geeft aan dat er geen
systeem is gevonden. Het
softwaresysteem van de printer is
beschadigd.
1. Zet de printer uit en weer aan.
2. Als het bericht nog steeds wordt
weergegeven, neemt u contact op
met een erkende service- of
ondersteuningsleverancier van HP
(zie HP on line
klantenondersteuning).
64 FOUT
wordt afgewisseld met
Zet het apparaat uit en
weer aan om door te gaan.
Er is een tijdelijke afdrukfout opgetreden
in de scanbuffer.
1. Zet de printer uit en weer aan.
2. Als het bericht nog steeds wordt
weergegeven, neemt u contact op
met een erkende service- of
ondersteuningsleverancier van HP
(zie HP on line
klantenondersteuning).
68.X OPSLAGFOUT
INSTELLINGEN GEWIJZIGD
wordt afgewisseld met
Doorgaan: druk op
Er is een fout opgetreden in het
permanente geheugen van de printer en
een of meer printerinstellingen dienen op
de standaardwaarde te worden ingesteld.
Druk op (knop S
ELECTEREN
) om het
bericht te wissen, en op (knop
S
ELECTEREN
) om door te gaan met
afdrukken.
Druk een configuratiepagina af en
controleer de printerinstellingen om te
bepalen welke waarden gewijzigd zijn.
Zie Configuratiepagina.
Als het foutbericht niet verdwijnt, zet u
de printer uit en weer aan. Als de fout
opnieuw verschijnt, noteert u het bericht
en neemt u contact op met een erkende
service- of ondersteuningsleverancier
van HP (zie HP on line
klantenondersteuning).
68.X PERMANENT
GEHEUGEN IS VOL
wordt afgewisseld met
Doorgaan: druk op
Het permanente geheugen van de
printer is vol. Voor sommige instellingen
zijn mogelijk de standaardwaarden
hersteld.
1. Als het foutbericht niet verdwijnt, zet
u de printer uit en weer aan.
2. Druk een configuratiepagina af en
controleer de printerinstellingen om
te bepalen welke waarden gewijzigd
zijn. Zie Configuratiepagina.
3. Zet de printer uit en houd M
ENU
ingedrukt terwijl u de printer aanzet,
om het permanente geheugen op te
schonen.
4. Als de fout opnieuw verschijnt,
noteert u het bericht en neemt u
contact op met een erkende
service- of
ondersteuningsleverancier van HP
(zie HP on line
klantenondersteuning).
Berichten van het bedieningspaneel interpreteren (vervolg)
124 Hoofdstuk 4 Problemen oplossen NLWW
Bedieningspaneelbericht Omschrijving Aanbevolen actie
68.X SCHRIJFFOUT
PERMANENT GEHEUGEN
wordt afgewisseld met
Doorgaan: druk op
Het opslagapparaat kan niet schrijven.
Het afdrukken kan doorgaan, maar er
kunnen onverwachte problemen
optreden doordat er een fout is
geconstateerd in de permanente opslag.
Druk op (knop S
ELECTEREN
) om door te
gaan.
Als het foutbericht niet verdwijnt, zet u
de printer uit en weer aan. Als de fout
opnieuw verschijnt, noteert u het bericht
en neemt u contact op met een erkende
service- of ondersteuningsleverancier
van HP (zie HP on line
klantenondersteuning).
Berichten van het bedieningspaneel interpreteren (vervolg)
NLWW Printerberichten interpreteren 125
Bedieningspaneelbericht Omschrijving Aanbevolen actie
79.XXXX FOUT
wordt afgewisseld met
Zet het apparaat uit en
weer aan om door te gaan.
De printer heeft een kritieke
hardwarefout geconstateerd.
1. Druk op S
TOP
om de afdruktaak te
wissen uit het printergeheugen. Zet
de printer uit en weer aan.
2. Probeer een taak vanuit een ander
programma af te drukken. Als de
taak wordt afgedrukt, gaat u terug
naar het eerste programma en
probeert u een ander bestand af te
drukken. Als het bericht uitsluitend
verschijnt bij een bepaald
programma of een bepaalde
afdruktaak, neemt u contact op met
de softwareleverancier voor
ondersteuning.
Als het bericht blijft verschijnen bij
verschillende programma’s en
afdruktaken, dient u de volgende
stappen te proberen:
1. Zet de printer uit.
2. Koppel alle kabels los tussen de
printer en het netwerk of de
computer.
3. Verwijder alle geheugen-DIMM's of
DIMM's van andere leveranciers uit
de printer. Plaats vervolgens ten
minste één geheugen-DIMM in de
printer. (Zie Printergeheugen.)
4. Verwijder alle EIO-apparaten en
CompactFlash-kaarten uit de printer.
5. Zet de printer aan.
Als de fout niet meer optreedt, volgt u de
volgende stappen.
1. Installeer de DIMM- en EIO-
apparaten een voor een. Zorg
hierbij dat de printer wordt uitgezet
en weer wordt aangezet bij de
installatie van ieder apparaat.
2. Vervang een DIMM- of EIO-
apparaat als dit de fout heeft
veroorzaakt.
3. Sluit alle kabels weer aan tussen de
printer en het netwerk of de
computer.
8X.JJJJ
EIO-FOUT
De EIO-accessoirekaart heeft een
kritieke fout geconstateerd.
1. Zet de printer uit en weer aan.
2. Zet de printer uit, plaats het EIO-
accessoire en zet de printer weer
aan.
3. Vervang het EIO-accessoire.
Berichten van het bedieningspaneel interpreteren (vervolg)
126 Hoofdstuk 4 Problemen oplossen NLWW
Bedieningspaneelbericht Omschrijving Aanbevolen actie
8X.JJJJ INGESLOTEN
JETDIRECT-FOUT
De ingesloten HP Jetdirect-printserver
heeft een kritieke fout geconstateerd.
1. Zet de printer uit en weer aan.
2. Als het bericht nog steeds wordt
weergegeven, neemt u contact op
met een erkende service- of
ondersteuningsleverancier van HP
(zie HP on line
klantenondersteuning).
APPARAATFOUT
RAMDISK
wordt afgewisseld met
<Bericht huidige status>
De RAM-schijf is beschadigd en kan niet
meer worden gebruikt.
Neem contact op met een erkende
service- of ondersteuningsleverancier
van HP.
BESTANDSBEWERKING
RAMDISK MISLUKT
wordt afgewisseld met
<Bericht huidige status>
De gevraagde bewerking kan niet
worden uitgevoerd. Waarschijnlijk hebt u
geprobeerd een niet-toegestane
bewerking uit te voeren (misschien hebt
u geprobeerd om een bestand naar een
niet-bestaande map te downloaden).
Probeer opnieuw af te drukken naar een
bestaande map.
BESTANDSSYSTEEM
RAMDISK IS VOL
wordt afgewisseld met
<Bericht huidige status>
De RAM-schijf is vol. 1. Verwijder bestanden en probeer het
vervolgens opnieuw of zet de printer
uit en dan weer aan om alle
bestanden uit het apparaat te
verwijderen. Gebruik Opslagbeheer
van het apparaat in HP Web
Jetadmin of een ander
hulpprogramma om de bestanden te
verwijderen.
2. Als het bericht nog steeds wordt
weergegeven, vergroot u de RAM-
schijf. Wijzig het formaat van de
RAM-schijf in het submenu
Systeeminstellingen (in het menu
Apparaat configureren) op het
bedieningspaneel. Zie de
beschrijving van de menuopties
voor de RAM-schijf in het submenu
Systeeminstellingen.
BESTEL CARTRIDGE
wordt afgewisseld met
<bericht
huidige status>
Het bericht wordt voor het eerst
weergegeven wanneer er nog circa 16%
(cartridge voor 6.000 pagina's) of crica
8% (cartridge voor 12.000 pagina's) van
de levensduur van de printercartridge
resteert.
Zorg dat u een nieuwe patroon bij de
hand hebt (zie Onderdelen, accessoires
en benodigdheden bestellen).
Bezig met annuleren... De afdruktaak wordt geannuleerd. Het
bericht blijft aanwezig tijdens het
stoppen van de taak, het verwijderen
van papier uit de papierbaan en het
verwijderen van de laatste gegevens die
via het actieve gegevenskanaal worden
ontvangen.
U hoeft niets te doen.
Berichten van het bedieningspaneel interpreteren (vervolg)
NLWW Printerberichten interpreteren 127
Bedieningspaneelbericht Omschrijving Aanbevolen actie
Data ontvangen
wordt afgewisseld met
<bericht
huidige status>
De printer wacht op een opdracht om af
te drukken (de printer wacht bijvoorbeeld
op een nieuw vel of totdat de afdruktaak
wordt hervat).
Druk op (knop S
ELECTEREN
) om door te
gaan.
Gebeurtenislogboek is leeg U hebt GEBEURTENISLOGBOEK
WEERGEVEN geselecteerd op het
bedieningspaneel, maar het
gebeurtenislogboek is leeg.
U hoeft niets te doen.
GEBRUIK LADE XX
[TYPE][FORMAAT]
wordt afgewisseld met
Wijzigen: druk op /
Druk om te gebruiken:
De printer heeft het materiaal van het
gevraagde type en formaat niet
gevonden. In het bericht worden het
beschikbare type en formaat en de lade
waarin het materiaal ligt weergegeven.
Druk op (knop S
ELECTEREN
) als u de
waarden in het bericht accepteert of
blader met (knop O
MHOOG
) en (knop
O
MLAAG
) door de beschikbare opties.
Geen taak om te annuleren U hebt op S
TOP
gedrukt, maar er is geen
actieve taak of er zijn geen gebufferde
gegevens aanwezig om te annuleren.
Het bericht wordt gedurende ongeveer
2 seconden weergegeven, waarna de
printer terugkeert naar de modus Klaar.
U hoeft niets te doen.
GEKOZEN PERSONALITY
NIET BESCHIKBAAR
wordt afgewisseld met
Doorgaan: druk op
De printer heeft een aanvraag
ontvangen voor een personality
(printertaal) die niet aanwezig is in de
printer. De afdruktaak is geannuleerd.
Druk de taak af met een
printerstuurprogramma voor een andere
printertaal of voeg de gevraagde taal toe
aan de printer (indien beschikbaar).
Voor een lijst met beschikbare
personality’s dient u een
configuratiepagina af te drukken. (Zie
Configuratiepagina)
HANDMATIGE INVOER
UITVOERSTAPEL
wordt afgewisseld met
Druk daarna op om
af te drukken op de andere zijden
De eerste zijde van een handmatige
duplextaak is afgedrukt en het apparaat
wacht totdat u de uitgevoerde stapel
hebt geplaatst om af te drukken op de
tweede zijde.
1. Plaats de uitgevoerde stapel in lade
1, in dezelfde richting en met de
bedrukte zijde naar beneden.
2. Druk op (knop S
ELECTEREN
) om
het printerbericht te wissen en druk
op (knop S
ELECTEREN
) om door te
gaan met afdrukken.
HANDMATIG INVOEREN
[TYPE][FORMAAT]
Andere lade gebruiken:
druk op
De printer wacht op het laden van
materiaal in lade 1 voor handmatige
invoer.
Druk op (knop S
ELECTEREN
) om
materiaal uit een andere lade te
gebruiken.
Berichten van het bedieningspaneel interpreteren (vervolg)
128 Hoofdstuk 4 Problemen oplossen NLWW
Bedieningspaneelbericht Omschrijving Aanbevolen actie
HANDMATIG INVOEREN
[TYPE][FORMAAT]
Doorgaan: druk op
wordt afgewisseld met
HANDMATIG INVOEREN
[TYPE][FORMAAT]
Help-informatie: druk op
De printer wacht op het laden van
materiaal in lade 1 voor handmatige
invoer.
Plaats het gevraagde materiaal in lade 1
en druk op (knop S
ELECTEREN
).
INSTALLEER CARTRIDGE
Help-informatie: druk op
De inktpatroon ontbreekt en moet
opnieuw worden geplaatst om te kunnen
doorgaan met afdrukken.
Vervang de inktpatroon of installeer
deze op correcte wijze.
KAARTSLEUF <X>
WERKT NIET
wordt afgewisseld met
<Bericht huidige status>
De CompactFlash-kaart in sleuf X werkt
niet goed.
1. Zet de printer uit.
2. Controleer of de kaart correct is
geplaatst.
3. Wanneer het bericht op het
bedieningspaneel blijft verschijnen,
moet u de kaart vervangen.
KAARTSLEUF X
APPARAATFOUT
wordt afgewisseld met
<Bericht huidige status>
De CompactFlash-kaart in sleuf X is
beschadigd en kan niet meer worden
gebruikt.
Verwijder de kaart en vervang deze door
een nieuwe kaart. (Zie Printergeheugen.)
KAARTSLEUF X
BESTANDSBEWERKING
MISLUKT
wordt afgewisseld met
<Bericht huidige status>
De gevraagde bewerking kan niet
worden uitgevoerd. Waarschijnlijk hebt u
geprobeerd een niet-toegestane
bewerking uit te voeren (misschien hebt
u geprobeerd om een bestand naar een
niet-bestaande map te downloaden).
Probeer opnieuw af te drukken naar een
bestaande map.
KAARTSLEUF X BESTANDS-
SYSTEEM IS VOL
wordt afgewisseld met
<Bericht huidige status>
De CompactFlash-kaart in sleuf X is vol. Verwijder bestanden van de
CompactFlash-kaart en probeer het
opnieuw. Gebruik Opslagbeheer van het
apparaat in HP Web Jetadmin voor het
downloaden of verwijderen van
bestanden en lettertypen. (Zie de Help
van de HP Web Jetadmin-software voor
meer informatie.)
KAARTSLEUF X HEEFT
SCHRIJFBESCHERMING
wordt afgewisseld met
<Bericht huidige status>
De CompactFlash-kaart in sleuf X is
beveiligd. Er kunnen geen nieuwe
bestanden op worden geschreven.
Gebruik Opslagbeheer van het apparaat
in HP Web Jetadmin om de
schrijfbeveiliging uit te schakelen.
KAARTSLEUF X NIET
GEÏNITIALISEERD
wordt afgewisseld met
<Bericht huidige status>
Het bestandssysteem is niet
geïnitialiseerd.
Gebruik HP Web Jetadmin om het
bestandssysteem te initialiseren.
Berichten van het bedieningspaneel interpreteren (vervolg)
NLWW Printerberichten interpreteren 129
Bedieningspaneelbericht Omschrijving Aanbevolen actie
LAAD LADE XX
[TYPE][FORMAAT]
Doorgaan: druk op
wordt afgewisseld met
Andere lade gebruiken:
druk op
Er wordt een taak verzonden waarvoor
materiaal van een specifiek type en
formaat vereist is, maar dit materiaal is
niet aanwezig in de aangegeven lade.
Druk op (knop S
ELECTEREN
) om
materiaal uit een andere lade te
gebruiken.
LAAD LADE XX
[TYPE][FORMAAT]
Doorgaan: druk op
wordt afgewisseld met
LAAD LADE XX
[TYPE][FORMAAT]
Help-informatie: druk op
Er wordt een taak verzonden waarvoor
materiaal van een specifiek type en
formaat vereist is, maar dit materiaal is
niet aanwezig in de aangegeven lade.
Plaats het gevraagde materiaal in de
aangegeven lade en druk op (knop
S
ELECTEREN
).
LAAD LADE XX
[TYPE][FORMAAT]
Doorgaan: druk op
wordt afgewisseld met
Zet ladeschakelaar
op STANDAARD
Er wordt een taak verzonden waarvoor
materiaal van een specifiek type en
formaat vereist is, maar dit materiaal is
niet aanwezig in de aangegeven lade.
Als het formaat herkenbaar is en een
andere lade beschikbaar is, stelt u de
schakelaar in op STANDAARD.
LAAD LADE XX
[TYPE][FORMAAT]
Doorgaan: druk op
wordt afgewisseld met
Zet ladeschakelaar op
AANGEPAST
Er wordt een taak verzonden waarvoor
materiaal van een specifiek type en
formaat vereist is, maar dit materiaal is
niet aanwezig in de aangegeven lade.
Stel de ladeschakelaar in op
AANGEPAST als er een andere lade
beschikbaar is.
LAAD LADE XX
[TYPE][FORMAAT]
Help-informatie: druk op
De aangegeven lade is geconfigureerd
voor materiaal van een specifiek type en
formaat, maar de lade is leeg. Ook alle
andere laden zijn leeg.
Vul de aangegeven lade met het
gevraagde materiaal.
Berichten van het bedieningspaneel interpreteren (vervolg)
130 Hoofdstuk 4 Problemen oplossen NLWW
Bedieningspaneelbericht Omschrijving Aanbevolen actie
LADE XX
[TYPE][FORMAAT]
wordt afgewisseld met
Formaat of type
wijzigen: druk op
Dit bericht geeft de huidige configuratie
van het type en het formaat van de
papierlade weer. U kunt deze
configuratie wijzigen.
Als u het papierformaat of -type wilt
wijzigen, drukt u op (knop S
ELECTEREN
)
terwijl het bericht wordt weergegeven.
Druk op (knop T
ERUG
) terwijl het
bericht wordt weergegeven, om het
bericht te wissen.
Stel het formaat en het type in op
WILLEKEURIG als de lade
regelmatig wordt gebruikt voor
verschillende formaten of typen.
Stel een specifiek formaat en type in
als slechts op één type papier wordt
afgedrukt.
LADE XX IS OPEN OF
LEEG
wordt afgewisseld met
<bericht
huidige status>
De lade kan geen papier invoeren in de
printer omdat lade [X] is geopend en
eerst moet worden gesloten voordat er
kan worden afgedrukt.
Controleer de laden en sluit de laden die
geopend zijn.
NIET-ONDERSTEUNDE DATA
OP [FS] DIMM IN SLEUF X
wordt afgewisseld met
Wissen: druk op
De gegevens op de DIMM worden niet
ondersteund.
De DIMM moet mogelijk worden
vervangen. Schakel de printer uit
voordat u de kaart verwijdert.
Druk op (knop S
ELECTEREN
) om door te
gaan.
ONDERDEEL GEÏNSTALLEERD
DAT NIET VAN HP IS
wordt afgewisseld met
<Bericht huidige status>
Economode uitgeschakeld
De printer heeft geconstateerd dat de
inktpatroon geen originele HP-patroon is.
Dit bericht wordt weergegeven totdat u
een HP-patroon installeert of op de knop
(knop S
ELECTEREN
) drukt om het
bericht te onderdrukken.
Als u denkt dat u een origineel HP-
onderdeel hebt aangeschaft, gaat u naar
http://www.hp.com/go/anticounterfeit.
Reparaties aan de printer als gevolg van
het gebruik van onrechtmatige
onderdelen of onderdelen die niet van
HP zijn, worden niet gedekt door de
garantie op de printer.
ONVOLDOENDE GEHEUGEN OM
LETTERTYPEN/DATA TE LADEN.
wordt afgewisseld met
<APPARAAT>
Doorgaan: druk op
De printer heeft meer gegevens
ontvangen dan het printergeheugen kan
opnemen. Het is mogelijk dat u
geprobeerd hebt om te veel macro's,
soft-lettertypen of ingewikkelde
afbeeldingen over te brengen.
Druk op (knop S
ELECTEREN
) om de
verzonden gegevens af te drukken
(sommige gegevens kunnen verloren
gaan).
Vereenvoudig de afdruktaak of installeer
meer geheugen om dit probleem op te
lossen.
Papierbaan wordt gecontroleerd De printer controleert op mogelijke
storingen of papier dat niet is verwijderd
uit de printer.
U hoeft niets te doen.
Berichten van het bedieningspaneel interpreteren (vervolg)
NLWW Printerberichten interpreteren 131
Bedieningspaneelbericht Omschrijving Aanbevolen actie
Papierbaan wordt vrijgemaakt Het papier in de printer is vastgelopen of
de printer is ingeschakeld en er is papier
aangetroffen op een verkeerde plaats.
De printer probeert dan automatisch de
pagina's uit te voeren.
Wacht totdat de printer de pagina's heeft
uitgevoerd. Als de pagina's niet kunnen
worden uitgevoerd, verschijnt een
bericht over vastgelopen papier op de
display van het bedieningspaneel.
Pauze
wordt afgewisseld met
Druk op STOP om terug
te gaan naar Klaar.
De printer is gepauzeerd maar blijft
gegevens ontvangen totdat het
geheugen vol is. Er doet zich geen fout
voor in de printer.
Druk op S
TOP
.
Printercontrole De printer controleert op mogelijke
storingen of papier dat niet is verwijderd
uit de printer.
U hoeft niets te doen.
RAMDISK HEEFT
SCHRIJFBESCHERMING
wordt afgewisseld met
<Bericht huidige status>
De RAM-schijf is beveiligd. Er kunnen
geen nieuwe bestanden naar de schijf
worden geschreven.
Gebruik Opslagbeheer van het apparaat
in HP Web Jetadmin om de
schrijfbeveiliging uit te schakelen.
RAMDISK NIET
GEÏNITIALISEERD
wordt afgewisseld met
<Bericht huidige status>
Het bestandssysteem is niet
geïnitialiseerd.
Gebruik HP Web Jetadmin om het
bestandssysteem te initialiseren.
Toegang geweigerd
MENU'S VERGRENDELD
De bedieningspaneelfunctie van de
printer die u probeert te openen, is
vergrendeld om ongeoorloofde toegang
te verhinderen.
Neem contact op met de
netwerkbeheerder.
VERVANG CARTRIDGE
Doorgaan: druk op
Het resterende aantal pagina's voor dit
onderdeel heeft de grens bereikt. De
printer is ingesteld om door te gaan met
afdrukken wanneer een onderdeel moet
worden besteld.
Druk op (knop S
ELECTEREN
) om door te
gaan met het afdrukken van de huidige
taak.
Voer de volgende stappen uit om het
onderdeel te vervangen.
1. Open de bovenklep.
2. Verwijder de inktpatroon.
3. Plaats een nieuwe patroon in de
printer.
4. Sluit de bovenklep.
Berichten van het bedieningspaneel interpreteren (vervolg)
132 Hoofdstuk 4 Problemen oplossen NLWW
Bedieningspaneelbericht Omschrijving Aanbevolen actie
VERVANG CARTRIDGE
Help-informatie: druk op
wordt afgewisseld met
<bericht
huidige status>
Het resterende aantal pagina's voor dit
onderdeel heeft de grens bereikt. De
printer is ingesteld om te stoppen met
afdrukken wanneer een onderdeel moet
worden besteld.
Druk op (knop S
ELECTEREN
) om het
printerbericht te wissen en druk op
(knop S
ELECTEREN
) om door te gaan met
afdrukken. Het bericht verandert in
BESTEL CARTRIDGE MINDER DAN
XXXX PAGINA'S (waarschuwing).
Voer de volgende stappen uit om het
onderdeel te vervangen.
1. Open de bovenklep.
2. Verwijder de inktpatroon.
3. Plaats een nieuwe patroon in de
printer.
4. Sluit de bovenklep.
Berichten van het bedieningspaneel interpreteren (vervolg)
NLWW Printerberichten interpreteren 133
Problemen met de afdrukkwaliteit oplossen
Dit gedeelte helpt u bij het herkennen van problemen met de afdrukkwaliteit. Tevens wordt
hier beschreven wat u kunt doen om dergelijke problemen te verhelpen. Vaak kunnen
problemen met de afdrukkwaliteit vrij eenvoudig worden verholpen door uw printer correct te
onderhouden, materiaal te gebruiken dat voldoet aan de HP-specificaties of een
reinigingspagina door de printer te voeren.
Controlelijst voor de afdrukkwaliteit
Algemene problemen in verband met de afdrukkwaliteit kunt u aan de hand van
onderstaande controlelijst oplossen.
Controleer in het printerstuurprogramma of u de optie voor de beste beschikbare
afdrukkwaliteit gebruikt (zie Instellingen voor afdrukkwaliteit selecteren).
Probeer of u kunt afdrukken met een van de alternatieve printerstuurprogramma's. De
meest recente printerstuurprogramma's kunt u downloaden via http://www.hp.com/go/
lj2410_software, http://www.hp.com/go/lj2420_software, of http://www.hp.com/go/
lj2430_software.
Reinig de binnenkant van de printer (zie De printer reinigen).
Controleer de papiersoort en de papierkwaliteit (zie Papierspecificaties).
Controleer of EconoMode in de software is uitgeschakeld (zie Afdrukken met
EconoMode (concepten)).
Los algemene afdrukproblemen op (zie Algemene afdrukproblemen oplossen).
Installeer een nieuwe HP-inktpatroon en controleer de afdrukkwaliteit vervolgens
opnieuw. (Zie de instructies die bij de inktpatroon worden geleverd.)
Opmerking Als de pagina helemaal leeg (blanco) is, controleert u of de afsluitingsstrook van de
inktpatroon is verwijderd en of de inktpatroon op de juiste wijze is geplaatst. Nieuwere
printers zijn geoptimaliseerd om tekens nauwkeuriger af te drukken. Dit kan tot gevolg
hebben dat tekens er lichter of dunner uitzien dan u gewend bent van uw oudere printer. Als
afbeeldingen op de pagina donkerder worden afgedrukt dan met een oudere printer en u wilt
dat de afbeeldingen er net zo uitzien als met de oudere printer, brengt u de volgende
wijzigingen aan in het printerstuurprogramma: selecteer op het tabblad Afwerking de optie
Afdrukkwaliteit, selecteer Aangepast, klik op Details en schakel vervolgens het
selectievakje Afbeeldingen lichter afdrukken in.
Voorbeelden van afdrukproblemen
Gebruik de voorbeelden in deze tabel om problemen met de afdrukkwaliteit te identificeren
en raadpleeg vervolgens de bijbehorende informatiepagina's voor het oplossen van
problemen. Deze voorbeelden geven de meest voorkomende afdrukproblemen weer. Als de
problemen blijven optreden nadat u de voorgestelde oplossingen hebt uitgeprobeerd, neemt
u contact op met HP Klantenondersteuning. (Zie HP on line klantenondersteuning.)
Opmerking Onderstaande voorbeelden geven vellen Letter-papier weer die met de korte kant naar
voren door de printer zijn gegaan.
134 Hoofdstuk 4 Problemen oplossen NLWW
Zie Licht
afdrukken
(gedeelte van
pagina)
Zie Lichte
afdrukken (hele
pagina)
Zie Vlekken Zie Vlekken Zie Druppels
Zie Druppels Zie Druppels
A
A
A
A
A
B
B
B
B
B
C
C
C
C
C
a
a
a
a
a
c
c
c
c
c
b
b
b
b
b
Zie Strepen Zie Grijze
achtergrond
Zie Tonervlekken
Zie Losse toner Zie Herhaalde
storingen
Dear Mr. Abhjerhjk,
The dhjhfiuhu if teint hhkjhjnf j us a weue jd, fnk
ksneh vnk kjdfkaakd ss hsjhnckkajhdhf kashfhnduujdn.
Pkshkkhklhlkhkhyufwe4yrh9jjflkln djd skshkshdcnksnjcnal
aksnclnslskjlncsl nas lnslna, ncnsljsjscljckn nsnclknsllj
hwlsdknls nwljs nlnscl nijhsn clsncij hn. Iosi fsjs jlkh andjna this
is a hn. jns fir stie a djakjd ajjssk. Thsi ius vnvlu tyeh lch afted,
and when hghj hgjhk jdj a dt sonnleh.
Suolklv jsdj hvjkrt ten sutc of jthjkfjkn vjdj hwjd, an olk d
.at fhjdjht ajshef. Sewlfl nv atug ahgjfjknvr kdkjdh sj hvjk
sjskrplo book. Camegajd sand their djnln as orged tyehha
as as hf hv of the tinhgh in the cescmdal vlala tojk. Ho sn shj
shjkh a sjca kvkjn? No ahdkj ahhtuah ahavjnv hv vh aefve r
Tehreh ahkj vaknihidh was skjsaa a dhkjfn anj
cjkhapsldnlj llhfoihrfhthej ahjkkjna oa h j a kah w asj kskjnk as
sa fjkank cakajhjkn eanjsdn qa ejhc pjtpvjlnv4purlaxnwl. Ana
l, and the askeina of ahthvnasm. Sayhvjan tjhhjhr ajn ve fh k
v nja vkfkahjd a. Smakkljl a sehiah adheufh if you do klakc k
w vka ah call lthe cjakha aa d a sd fijs.
Sincerely,
Mr. Scmehnjcj
Zie Herhaalde
afbeelding
AaBbCc
AaBbCc
AaBbCc
AaBbCc
AaBbCc
AaBbCc
Zie Vervormde
tekens
Zie Scheve pagina
Zie Gekruld of
gegolfd papier
Zie Kreukels of
vouwen
Zie Verticale witte
strepen
A
A
A
A
A
B
B
B
B
B
C
C
C
C
C
a
a
a
a
a
c
c
c
c
c
b
b
b
b
b
Zie Bandensporen Zie Witte vlekken
op zwarte
achtergrond
NLWW Problemen met de afdrukkwaliteit oplossen 135
Zie Lijnen met
vegen.
Zie Vage afdruk.Zie Willekeurig
herhaalde
afbeelding
(donker)
Zie Willekeurig
herhaalde
afbeelding (licht)
Licht afdrukken (gedeelte van pagina)
1. Controleer of de inktpatroon op de juiste wijze is geïnstalleerd.
2. Het tonerniveau in de inktpatroon is mogelijk te laag. Vervang de inktpatroon.
3. Mogelijk voldoet het materiaal niet aan de specificaties van HP (bijvoorbeeld omdat het
papier te vochtig of te ruw is). Zie Papierspecificaties.
Lichte afdrukken (hele pagina)
1. Controleer of de inktpatroon op de juiste wijze is geïnstalleerd.
2. Controleer of de instelling EconoMode is uitgeschakeld op het bedieningspaneel en in
het printerstuurprogramma.
3. Open het menu Apparaat configureren op het bedieningspaneel van de printer. Open
het submenu Afdrukkwaliteit en verhoog de instelling TONERDICHTHEID. Zie Submenu
Afdrukkwaliteit.
4. Probeer een andere papiersoort.
5. De inktpatroon is mogelijk bijna leeg. Vervang de inktpatroon.
136 Hoofdstuk 4 Problemen oplossen NLWW
Vlekken
Er kunnen vlekken op een pagina verschijnen nadat een papierstoring is verholpen.
1. Druk nog enkele pagina's af om te kijken of het probleem vanzelf wordt opgelost.
2. Reinig de binnenkant van de printer en voer een reinigingspagina door de printer om de
fuser te reinigen. (Zie De printer reinigen.)
3. Probeer een andere papiersoort.
4. Controleer de inktpatroon op lekkage. Als de inktpatroon lekt, moet u deze vervangen.
Druppels
1. Controleer of aan de omgevingseisen van de printer is voldaan. (Zie Bedrijfsomgeving.)
2. Als het papier ruw is en de toner makkelijk afgeeft, opent u het menu Apparaat
configureren op het bedieningspaneel van de printer. Selecteer in het submenu
Afdrukkwaliteit FUSERMODI, en vervolgens de papiersoort die u gebruikt. Wijzig de
instelling in HOOG 1 of HOOG 2, waardoor de toner beter door het papier wordt
opgenomen. (Zie Submenu Afdrukkwaliteit.)
3. Probeer glad papier.
Strepen
A
A
A
A
A
B
B
B
B
B
C
C
C
C
C
a
a
a
a
a
c
c
c
c
c
b
b
b
b
b
1. Druk nog enkele pagina's af om te kijken of het probleem vanzelf wordt opgelost.
2. Reinig de binnenkant van de printer en voer een reinigingspagina door de printer om de
fuser te reinigen. (Zie De printer reinigen.)
3. Vervang de inktpatroon.
NLWW Problemen met de afdrukkwaliteit oplossen 137
Grijze achtergrond
1. Gebruik geen papier dat al een keer door de printer is gevoerd.
2. Probeer een andere papiersoort.
3. Druk nog enkele pagina's af om te kijken of het probleem vanzelf wordt opgelost.
4. Draai de stapel papier in de lade om. Probeer het opnieuw nadat u het papier 180
graden hebt gedraaid.
5. Open het menu Apparaat configureren op het bedieningspaneel van de printer. Verhoog
in het submenu Afdrukkwaliteit de instelling TONERDICHTHEID. Zie Submenu
Afdrukkwaliteit.
6. Controleer of aan de omgevingseisen van de printer is voldaan. (Zie Bedrijfsomgeving.)
7. Vervang de inktpatroon.
Tonervlekken
1. Druk nog enkele pagina's af om te kijken of het probleem vanzelf wordt opgelost.
2. Probeer een andere papiersoort.
3. Controleer of aan de omgevingseisen van de printer is voldaan. (Zie Bedrijfsomgeving.)
4. Reinig de binnenkant van de printer en voer een reinigingspagina door de printer om de
fuser te reinigen. (Zie De printer reinigen.)
5. Vervang de inktpatroon.
Zie ook Losse toner.
Losse toner
138 Hoofdstuk 4 Problemen oplossen NLWW
Met losse toner wordt in deze context toner bedoeld die u van de pagina af kunt vegen.
1. Wanneer het papier zwaar of ruw is, opent u het menu Apparaat configureren op het
bedieningspaneel. Selecteer in het submenu Afdrukkwaliteit FUSERMODI, en
vervolgens de papiersoort die u gebruikt. Wijzig de instelling in HOOG 1 of HOOG 2,
waardoor de toner beter door het papier wordt opgenomen. (Zie Submenu
Afdrukkwaliteit.) U dient ook de papiersoort in te stellen voor de lade die u gebruikt. (Zie
Afdrukken op basis van soort en formaat afdrukmateriaal (laden vergrendelen).)
2. Wanneer één zijde van het afdrukmateriaal ruwer is, probeert u op de gladdere zijde af
te drukken.
3. Controleer of aan de omgevingseisen van de printer is voldaan. (Zie Bedrijfsomgeving.)
4. Controleer of papiersoort en -kwaliteit voldoen aan de HP-specificaties. (Zie
Papierspecificaties.)
Herhaalde storingen
1. Druk nog enkele pagina's af om te kijken of het probleem vanzelf wordt opgelost.
2. Als de periode tussen storingen 38 mm, 47 mm of 94 mm is, moet de inktpatroon
mogelijk worden vervangen.
3. Reinig de binnenkant van de printer en voer een reinigingspagina door de printer om de
fuser te reinigen. (Zie De printer reinigen.)
Zie ook Herhaalde afbeelding.
Herhaalde afbeelding
Dear Mr. Abhjerhjk,
The dhjhfiuhu if teint hhkjhjnf j us a weue jd, fnk
ksneh vnk kjdfkaakd ss hsjhnckkajhdhf kashfhnduujdn.
Pkshkkhklhlkhkhyufwe4yrh9jjflkln djd skshkshdcnksnjcnal
aksnclnslskjlncsl nas lnslna, ncnsljsjscljckn nsnclknsllj
hwlsdknls nwljs nlnscl nijhsn clsncij hn. Iosi fsjs jlkh andjna this
is a hn. jns fir stie a djakjd ajjssk. Thsi ius vnvlu tyeh lch afted,
and when hghj hgjhk jdj a dt sonnleh.
Suolklv jsdj hvjkrt ten sutc of jthjkfjkn vjdj hwjd, an olk d
.at fhjdjht ajshef. Sewlfl nv atug ahgjfjknvr kdkjdh sj hvjk
sjskrplo book. Camegajd sand their djnln as orged tyehha
as as hf hv of the tinhgh in the cescmdal vlala tojk. Ho sn shj
shjkh a sjca kvkjn? No ahdkj ahhtuah ahavjnv hv vh aefve r
Tehreh ahkj vaknihidh was skjsaa a dhkjfn anj
cjkhapsldnlj llhfoihrfhthej ahjkkjna oa h j a kah w asj kskjnk as
sa fjkank cakajhjkn eanjsdn qa ejhc pjtpvjlnv4purlaxnwl. Ana
l, and the askeina of ahthvnasm. Sayhvjan tjhhjhr ajn ve fh k
v nja vkfkahjd a. Smakkljl a sehiah adheufh if you do klakc k
w vka ah call lthe cjakha aa d a sd fijs.
Sincerely,
Mr. Scmehnjcj
Een dergelijke storing kan optreden wanneer u voorbedrukte formulieren gebruikt of grote
hoeveelheden smal papier.
1. Druk nog enkele pagina's af om te kijken of het probleem vanzelf wordt opgelost.
2. Controleer of papiersoort en -kwaliteit voldoen aan de HP-specificaties. (Zie
Papierspecificaties.)
3. Als de periode tussen storingen 38 mm, 47 mm of 94 mm is, moet de inktpatroon
mogelijk worden vervangen.
NLWW Problemen met de afdrukkwaliteit oplossen 139
Vervormde tekens
AaBbCc
AaBbCc
AaBbCc
AaBbCc
AaBbCc
AaBbCc
1. Druk nog enkele pagina's af om te kijken of het probleem vanzelf wordt opgelost.
2. Controleer of aan de omgevingseisen van de printer is voldaan. (Zie Bedrijfsomgeving.)
Scheve pagina
1. Druk nog enkele pagina's af om te kijken of het probleem vanzelf wordt opgelost.
2. Controleer of er geen afgescheurde stukjes papier in de printer zitten.
3. Controleer of het papier correct is geladen en of alle aanpassingen zijn doorgevoerd.
(Zie Laden vullen.) Controleer of de geleiders in de lade niet te strak tegen, of te ver van
het papier zijn geplaatst.
4. Draai de stapel papier in de lade om. Probeer het opnieuw nadat u het papier 180
graden hebt gedraaid.
5. Controleer of de papiersoort en -kwaliteit voldoen aan de HP-specificaties. (Zie
Papierspecificaties.)
6. Controleer of aan de omgevingseisen van de printer is voldaan. (Zie Bedrijfsomgeving.)
Gekruld of gegolfd papier
1. Draai de stapel papier in de lade om. Probeer het opnieuw nadat u het papier 180
graden hebt gedraaid.
2. Controleer of de papiersoort en -kwaliteit voldoen aan de HP-specificaties. (Zie
Papierspecificaties.)
3. Controleer of aan de omgevingseisen van de printer is voldaan. (Zie Bedrijfsomgeving.)
140 Hoofdstuk 4 Problemen oplossen NLWW
4. Probeer af te drukken naar een andere uitvoerbak.
5. Wanneer het papier licht van gewicht en glad is, opent u het menu Apparaat
configureren op het bedieningspaneel. Selecteer in het submenu Afdrukkwaliteit
FUSERMODI, en vervolgens de papiersoort die u gebruikt. Wijzig de instelling in LAAG.
Hiermee verlaagt u de hitte van het fuser-proces. (Zie Submenu Afdrukkwaliteit.) U dient
ook de papiersoort in te stellen voor de lade die u gebruikt. (Zie Afdrukken op basis van
soort en formaat afdrukmateriaal (laden vergrendelen).)
Kreukels of vouwen
1. Druk nog enkele pagina's af om te kijken of het probleem vanzelf wordt opgelost.
2. Controleer of aan de omgevingseisen van de printer is voldaan. (Zie Bedrijfsomgeving.)
3. Draai de stapel papier in de lade om. Probeer het opnieuw nadat u het papier 180
graden hebt gedraaid.
4. Controleer of het papier correct is geladen en of alle aanpassingen zijn doorgevoerd.
(Zie Laden vullen.)
5. Controleer of de papiersoort en -kwaliteit voldoen aan de HP-specificaties. (Zie
Papierspecificaties.)
6. Als de enveloppen gekreukt zijn, moet u proberen de enveloppen zo te bewaren dat ze
plat liggen.
Verticale witte strepen
1. Druk nog enkele pagina's af om te kijken of het probleem vanzelf wordt opgelost.
2. Controleer of de papiersoort en -kwaliteit voldoen aan de HP-specificaties. (Zie
Papierspecificaties.)
3. Vervang de inktpatroon.
NLWW Problemen met de afdrukkwaliteit oplossen 141


Produktspezifikationen

Marke: HP
Kategorie: Drucker
Modell: LaserJet 2420

Brauchst du Hilfe?

Wenn Sie Hilfe mit HP LaserJet 2420 benötigen, stellen Sie unten eine Frage und andere Benutzer werden Ihnen antworten




Bedienungsanleitung Drucker HP

Bedienungsanleitung Drucker

Neueste Bedienungsanleitung für -Kategorien-